
Jammer genoeg zat de lucht deze morgen potdicht toen we uit de tent kwamen. Maar met goede moed pakten we alle spullen in en rond kwart voor negen reden we de camping af, die nog voor een groot gedeelte in diepe rust was. Al in Geiranger begonnen de haarspeldbochten en de fjord lieten wij dan ook snel onder ons, hoewel de snelheid niet erg hoog lag. De haarspeldbochten hielden aan en in snel tempo voelde wij het ontbijt wegbranden. Na een uur draaien, stoppen en foto's klikken, lieten

wij het uitzicht over Geiranger en de fjord achter ons en naderden wij zelfs het wolkendek. Na tien kilometer kleunen zaten we alweer op zeshonderd meter hoogte. Uit het dal geklommen, bleek de weg echter nog veel hoger te gaan en bij elke haarspeldbocht leken de auto's boven ons steeds kleiner en nog verder weg. Het werd ook kouder. Na 800 meter

hoogte zaten we in het wolkendek en zagen we waar de beekjes ontsprongen: links en rechts lagen vele vlakten met smeltende sneeuw. Na ruim vijftien kilometer zaten we op duizend meter hoogte en bij de foto die dat markeerde, hebben we een foto gemaakt.
Daarna ging het nogiets verder omhoog en toen bereikten we de fjell: de hoogvlakte. Alle truien en broeken werden aangedaan en Jan toverde zelfs handschoenen tevoorschijn. Langs meertjes met drijvend ijs ging het

vervolgens naar beneden met een werkelijk ijskoud windje in de rug. Voordeel was dat het niet erg steil naar beneden ging, zodat we lekker lang konden genieten van onze gedane inspanning. Even verderop hebben we op de vlakte rillend onze lunch genuttigd. Daarna ging het weer verder naar beneden, richting Grotli.

Het buurtsupertje langs de weg aldaar kon ons niet bevredigen en na wat water in het nabije restaurant te hebben getapt, reden we gauw weer verder. Het landschap veranderde weer. Er kwam weer bos en het geheel werd ook wat glooiender. Aangezien het ook weer warmer werd en de lucht opentrok, konden de truien en lange broeken weer uitgedaan worden. Via een lange, rechte weg zoefden we met een vaartje van

veertig, vijftig en soms zestig kilometer per uur naar beneden, terwijl we vergezeld werden door een wild stromende rivier naast ons. Erg snel bereikten we Dønfoss, waar we bij de super boodschappen hebben gedaan. We hadden enorm mazzel, want toen we binnenstapten, werd achter ons de deur gesloten. Met boodschappen voor twee dagen reden we naar Nordberg. De campings daar waren helaas allemaal vol, omdat er één of ander festival aan de gang was. De tenten stonden er haring aan haring en ook het volk dat zich er vermaakte, beviel ons niet erg. We moesten zo'n tien kilometer verder rijden en inderdaad was er in

Bismo/Skjåk een camping. Een vriendelijk oud vrouwtje had een plaats voor ons voor slechts tachtig kronen. We kregen een kampeerveld ter beschikking waar slechts een andere caravan stond. Zodoende konden we onze tent direct naast het keukentje neerzetten, welke wij ook als privé-keuken hebben kunnen gebruiken. Tevens konden wij een picknicktafel voor onze tent schuiven, waar Jan en Cees de anderhalve kilo aardappels voor de zuurkool met worst hebben geschild. Het mocht echter niet baten, want `s avonds hebben we de crackers voor de volgende dag opgegeten, heeft Jesper nog bami gekookt en is hij ook nog naar de benzinepomp gereden voor chocolade. Bovendien hebben we Jan's Mellers geplunderd. Aangezien we daarna nog steeds trek hadden, besloten we vanaf maandag drie broden in plaats van twee te gaan kopen.