Raubergstulen
|
Raubergstulen
Zondag 6 juli 2003
Skjåk-Raubergstulen Camping
44 kilometer (379)
2 uur en 42 minuten (23 uur en 2 minuten)
16,2 kilometer per uur
Hoewel bij wakker worden de lucht weer dicht zat, reden we deze morgen vroeg de blauwe lucht tegemoet, rustig afdalend richting Lom. We bleven de grootste toeristenstroom voor, hoewel bij de stavkirke van Lom de bussen alweer werden uitgeladen.
Na een kort bezoekje aan het kerkje en een vergeefse zoektocht naar stickers voor op de fiets, sloegen we rijksweg 55 in, ofwel de Sognefjellsvegen richting de Sognefjord. Licht stijgend trapten we, wederom naast een wat snel stromend riviertje, de kilometers aardig snel weg. Bøverdalen kwam zodoende al snel in zicht: een klein dorpje met wat huizen langs de weg en boerderijen met akkers langs de rivier tegen de hellingen op. De camping die we thuis hadden uitgezocht lag aan een zijweg vanuit het dorpje. Langs de weg echter was ook een camping. Aangezien het nog maar twaalf uur was, had Cees geen zin om zich met z'n allen daar te vervelen. Jesper wilde doorfietsen, aangezien hij nog niet echt moe was en de camping op de zijweg op duizend meter hoogte ligt, terwijl het dorp op vijfhonderd meter hoogte ligt. Jan en Cees vonden het te ver doorfietsen (in het achterhoofde houdend dat de weg zich naar 1434 meter hoogte zou begeven), omdat de volgende camping pas enkele tientallen kilometers verder te vinden was. We zijn daarom `maar' de zijweg ingeslagen en we hadden beter wat meer kunnen overleggen. Het asfalt werd vrijwel direct zand en acht procent werd al gauw tien, elf, twaalf procent en nog steiler klimmen. Dat zorgde voor wat lichte wrijving, aangezien we de volgende dag de benen goed konden gebruiken.

Maar halverwege besloten we de rit van vijf kilometer toch maar af te maken, zij het dat we moesten lopen, omdat op de fiets de tellers begonnen te twijfelen tussen nul en drie kilometer per uur. Na anderhalf uur bereikten we eindelijk de Raubergstulen Camping, terwijl de sneeuw ons al aardig genaderd was. het schitterende uitzicht over het dal maakte een hoop goed en nadat we besloten hadden in het vervolg meer te overleggen, sloegen we onze tent op. De camping lag langs de weg die leidt naar het hoogste punt dat per auto in Noorwegen te bereiken is, achttienhonderd meter. De camping lag op een hoogvlakte, waar behalve was struikjes, gras en mos niet veel groeide, naast een klein meertje. `s Middags hebben we op een top genoten van het zonnetje en het werkelijk formidabele uitzicht op het dal vijfhonderd meter lager en de 55 die zich verderop de hoogte in werkt en ons de volgende dag naar een ongelofelijke hoogte van 1434 meter zou moeten brengen. `s Avonds hebben we pasta gegeten en we hebben het voornemen genomen om vroeg naar bed te gaan, gezien de geplande zware tocht de volgende dag, plus het feit dat we de volgende ochtend in het dal zouden moeten ontbijten, omdat we geen brood meer hadden. Het zou echter wel oppassen geblazen worden met de afdaling over een zanderige weg met veel kuilen en stenen en steile haarspeldbochten.






|