
Tegen alle verwachtingen in, regende het `s morgens toen we wakker werden. Maar bij station Flåm hield het al snel op met de regen. Helaas moest ook bij deze treinreis alle bagage van de fiets en werd het weer een ouderwets gezeul met alle spullen. We hebben de trein van kwart voor tien genomen en zodoende waren er nog niet al teveel toeristen in de trein. Dat zorgde ervoor dat we maximaal konden genieten van de verschillende panorama's op het twintig kilometer lange traject van Flåm naar Myrdal, waarbij de trein vele bochten en tunnels te verwerken kreeg en daarbij ook nog eens van nul naar 860 meter klom. Vlak voor

eindstation Myrdal kregen we nog een korte stop om de grote Kjosfossen te kunnen fotograferen en te kunnen luisteren naar de zingende maagden of iets dergelijks. Na een toch van vijfenvijftig minuten kwamen we op station Myrdal aan, waar we alle bagage weer op de fietsen konden bevestigen. Onze trein naar Bergen zou pas rond enen vertrekken, dus we hadden tijd om op het nogal

koude perron een boterham te eten en een kopje warme chocolademelk te halen. Toen we dat laatste aan het doen waren, kwamen we de twee Duitse jongeren die we voor Geiranger hadden gezien, weer tegen. Zij kwamen nu alleen van Bergen af! Ze schenen ergens de boot over de Sognefjord te hebben gepakt, maar nu weer per trein terug te zijn gereisd. Vreemd reisschema moeten die lui hebben gehad. Toen de nogal luxe trein van de vermaarde Oslo-Bergen-lijn aankwam, bleek, dat ondanks dat er een aparte wagon voor fietsen was, alle bagage alweer verwijdert diende te worden. Het zou anders te zwaar worden voor de

conducteurs om deze de trein in te hijsen! We hadden natuurlijk ook gewoon kunnen helpen... Maar goed, na alle bagage een plekje te hebben gegeven, zaten we even later weer in een lekkere luie stoel, rijdend richting Bergen, terwijl buiten donkere wolken zich samenpakten en het weer begon te regenen. In de trein hebben we ons twee uur lang op kunnen warmen, tevens onder het genot van een heerlijk bakje koffie. En wonderbaarlijk werd het nabij Bergen (de stad waar het altijd schijnt te regenen) droger. Op het centraal station kon alle bagage weer op de fietsen worden bevestigd en toen we de straat op gingen, druppelde het weer. het was na al die dagen op het rustige `plat'teland van Noorwegen,

behoorlijk wennen aan de chaos van de grote stad. Gelukkig stond de Turistinfo aangegeven, waar we, na een wandeling, een paar plattegronden hebben kunnen klauwen. Bij de beroemde vismarkt van Bergen heeft Cees met de mobiel het nummer van Ingrid Skeidsvoll gebeld. Ze moest even denken, maar klonk vervolgens heel erg enthousiast. We dachten dat ze in Bergen woonde, maar na negen minuten moeilijk brabbelen in belabberd Engels kwamen we erachter dat ze in het dorpje Nesttun scheen te wonen. Behalve dat we erachter kwamen dat dit gesprek ons dertien euro heeft gekost, bleek ook dat het dorpje nogal een stuk ten zuiden van Bergen lag. Na een tijdje slingeren door de drukke straten kwamen we op een heel mooi fietspad, wat waarschijnlijk het begin van de Noordzeeroute was. Langs de snelweg (voor Noorse begrippen) reden we zodoende richting Nesttun. Na een paar keer verkeerd rijden, waarbij we toevalligerwijze ook nog het huis van de beroemde Noorse componist Grieg hebben bezocht, reden we Nesttun binnen. Bij de benzinepomp wilden we naar een plattegrond zoeken, maar op dat moment reed Ingrid echt stomtoevallig met de auto voorbij. ze was erg blij ons te zien en zou ons met de auto voorrijden naar haar huis. Haar ingewikkelde routebeschrijvingen van eerder zorgden ervoor dat we haar niet uit het oog wilden verliezen. Ingrid hield er echter nogal weinig rekening mee dat fietsers met vijfentwintig kilo bagage een stuk langzamer rijden. Zodoende zag je eerst Ingrid in auto voorbijrijden en vervolgens drie jongens als een gek trappen met een vaartje van dertig kilometer per uur, waarbij er hier en daar ook wat verkeersdrempels werden meegenomen. We reden enkele luttele kilometers over een slingerend weggetje, waarbij we bovendien nog op een klim van zestien procent werden getrakteerd. Lichtelijk hijgend en behoorlijk moe, bereikten we de Kringlebotn, waar Ingrid ons op de parkeerplaats stond op te wachten. Wat er vervolgens gebeurde, konden we niet geloven. We werden onthaald als een attractie en bij elke buurvrouw werden de roddels even uitgewisseld. We kwamen na een kort wandelingetje terecht aan de Kringlebotn 116: een houten huis met een huishouden van Jan Steen. Ingrid verontschuldigde zich ervoor. Het huis had een balkon met een prachtuitzicht over de omgeving. Het was ondertussen droog en aangezien dat in de omgeving van Bergen niet vaak gebeurde, werd het zonnescherm direct uitgedraaid en moesten we op tuinstoelen met werkelijk zeiknatte kussens gaan zitten. Druk kwebbelend werd ons drinken voorgeschoteld, waarbij Cees het glas van Jan bijna lanceerde aangezien de plank van het tafeltje waarop het drinken gestald stond aan één kant los zat. Terwijl we hevig probeerden de slappe lach te onderdrukken, kregen we brood met eigengemaakte jam voorgeschoteld. Ingrid stelde ons voor niet in de tent te slapen: er

zou een speciale kamer voor ons zijn. Die `kamer' bleek echter in een kleine flat een paar tiental meter verderop gelegen, te zitten. Het betrof een gemeenschappelijke ruimte van de buurt, compleet met hal, keuken, toilet, kamer van vijf bij vijf meter met stoelen, tafels, bankstel, tv en een balkon met picknicktafels. We konden onze spullen uitpakken en rond zevenen mochten we weer bij Ingrid aankloppen voor het avondeten. Nadat we onze spullen hadden uitgepakt, de tent te drogen hadden gelegd en met alle voorzichtigheid het thuisfront hadden ingelicht, begaven we ons tegen de avond weer naar Ingrid. Er bleek een pan pasta van vijf kilo klaar te zijn gemaakt. we moesten echter een paar huizen verder zijn, want we zouden bij een vriendin eten. We stapten vervolgens binnen in een typisch Scandinavisch huis waarbij op de bovenverdieping een

lange tafel was gedekt. We werden voorgesteld aan de vriendin die Sissel bleek te heten en aan haar dochter, Vilde en de vriendin van Vilde, Christine. Daarna schoven er ook nog twee kleine meisjes aan die dan weer de zusjes van Vilde bleken te zijn. Salades, brood, pasta met kaassaus en vlees, drinken, er was gewoonweg teveel. We werden uitgehoord over onze reis en over Nederland en we vermaakten ons uitstekend, terwijl in het Noors verschillende malen werd benadrukt dat we gestoord waren zoveel en zo'n moeilijke route te fietsen. Na het toetje van twee schalen aardbeien met suiker en room, kreeg eenieder een knuffel van de twee kleinsten die naar bed gingen en bleef iedereen tot tien uur aan tafel zitten. Sissel besloot dat Vilde en Christine ons de volgende dag Bergen zouden laten zien en dat we met de auto gebracht zouden worden en met de bus terug

moesten zien te komen. Nadat we vroegen of de meiden daar zelf wel zin in hadden, zei Sissel dat ze toch niets anders te doen hadden. Maar ze schenen zich nogal te vervelen en hadden er blijkbaar wel zin in. Tevens werden er vrijkaartjes voor de Fløibanen in Bergen tevoorschijn getoverd, werd ons een uitgebreid ontbijt voor de volgende ochtend toegezegd en `moesten' we de volgende avond ook zeker een echt Noors gerecht genieten, waarschijnlijk garnalen. Toen iedereen eindelijk opstond, konden we allemaal eerst `natuurlijk' nog douchen (we mochten kiezen in welk huis) en ons afdrogen met schone handdoeken! Daarna hebben we ons eventjes teruggetrokken in ons appartement om eens flink te lachen en onderuitgezakt op de bank voor het slapen nog even wat televisie te kijken. We waren enorm verbaasd door en onder de indruk van alle belevenissen en de gastvrijheid.