Skudeneshavn
|
Skudeneshavn
Dinsdag 15 juli 2003
Haugesund-Skudeneshavn
59 kilometer (814)
3 uur en 28 minuten (49 uur en 27 minuten)
17,0 kilometer per uur
Warm! `s Morgens werden we de tent uitgesmoord. We waren nog slomer dan de dag ervoor en het leek erop alsof de benen `s nachts zelfs niet meer herstelden. Het inpakken nam dan ook twee uur in beslag en toen we om tien uur het weggetje van de camping omhoog reden, voelden de benen alweer als pap aan. Haugesund is toch nog een behoorlijk grote plaats en er moesten een flink aantal kilometers gereden worden, voordat we, na ook nog een grote brug te hebben gepasseerd, de stad achter ons lieten. Het landschap was deze dag een stuk vlakker dan gister en het begon ons eigenlijk een klein beetje te vervelen. Al drie dagen fietsten we in het verlaten uitzicht van rotsen, zee en vissersdorpjes: we raakten verwend. De snelheid van het fietsen lag ook niet bijzonder hoog. Een kilometer of twintig voor Skudeneshavn volgde de route weg 47 en bij gebrek aan een picknickplaats, hebben we in het gras naast de weg in de werkelijk bloedhete zon geluncht. Vervolgens hebben we de laatste vijftien kilometer nog iets het gas erop gegooid.

In Skudeneshavn hebben we weer inkopen gedaan voor het avondeten en onszelf getrakteerd op cola. Skudenes Camping lag even buiten het plaatsje en we reden al tegen tweeën de camping op. Het was een niet al te grote camping, maar met hele schone faciliteiten. Vlak achter de camping stond een kamperkast, met glimmende dakpannen en meerdere schotenantennes. De nogal eigenaardige eigenaar, gekleed in geel shirt en rood petje, woonde daar en na zijn vriendelijk ontvangst, bleef hij maar benadrukken dat wij naar het strand moesten gaan. `Are you going to the beach? Yes, there are very nice girls at the beach.' Elke keer als we naar het toilet gingen en ook nog toen we gingen douchen, riep hij vanuit zijn stoel voor de receptie: `are you going to the beach?' Waarschijnlijk had hij daar een keet of iets dergelijks. We hadden in dit ontzettend hete weer niet eens de puf meer om naar het strand te gaan. Veel meer dan voor onze tent in de zon hangen hebben we niet gedaan. En jawel, de buren van Leirvik hadden ons wederom achterhaald en gingen ook op deze camping staan. `s Middags hebben we Kneippbrød nummer vier weggekaand en na de aardappelen met sla (`you are eating food for rabbits') en een koteletje, ging in de avond ook Kneipp nummer vijf eraan. Op de camping waren ook twee Nederlandse fietsers die drie maanden hadden uitgetrokken om de gehele Nordsjøruta te fietsen, met uitzondering van Schotland. De vrouw registreerde dat wij alleen maar aan het eten waren en riep ons toe: `zijn jullie nu alweer aan het eten?' We hoopten dat we de volgende dag een ander landschap zouden krijgen, op onze weg naar Preikestolen en dat tevens de conditie van de benen zouden verbeteren. Op de camping zaten ook ontzettend veel kleine vliegjes, lijkend op vliegende vlooien, die ons de hele avond in groepen hebben aangevallen. Ze geven van die kleine rode, maar hevig jeukende beultjes en de hele avond hebben we gekrabbeld en die beestjes dood geslagen.
|