Preikestolen
|
Preikestolen
Woensdag 16 juli 2003
Boot: Skudeneshavn-Mekjarvik
Fiets: Mekjarvik-Stavanger
Boot: Stavanger-Tau
Fiets: Tau-Preikestolen Camping
45 kilometer (859)
2 uur en 51 minuten (52 uur en 18 minuten)
15,8 kilometer per uur
Dankzij de schaduw van de bomen, brandden wij `s morgens onze tent niet uit. Wel stonden we vroeg op, zeven uur, omdat we de boot van tien over negen moesten halen. Het kostte ons anderhalf uur om alles in te pakken en op de fiets te stappen. Omdat we vrijwel tegen Skudeneshavn aanzaten, waren we ruim op tijd op de kade voor de boot naar Mekjarvik. De buren van Leirvik namen ook weer dezelfde boot. De zeer ruime boot vertrok netjes op tijd en zittend op het dek in het zonnetje, vielen de oogluiken al snel dicht. Op haar weg naar Mekjarvik deed de boot het nogal geïsoleerde eiland Kvitsøy aan.


De verdere vaart naar Mekjarvik hebben we voornamelijk gedommeld: het uitzicht van de zee met de vele scheereilanden was ons ondertussen ook wel redelijk bekend. Vanaf Mekjarvik leidde de Nordsjøruta ons over vele zand- en grindweggetjes door een compleet plat landschap langs boerderijen en weilanden. Na een hoop geslinger, waarbij door de hoge temperatuur toch flink gezweet werd, stopten we een paar kilometer voor Stavanger. Bij de supermarkt hebben we boodschapjes gedaan en bij de picknicktafel daarbij hebben we geluncht. En het werd de eerste keer dat we uit de zon, de schaduw in werden gedreven. De temperatuur overschreed de dertig graden en rustig aan fietsen we naar Stavanger. De route loodste ons mooi door de stad heen.

We stuitten op een gezellige markt aan de kade, waarachter het oude centrum van Stavanger lag, met gezellige winkelstraatjes en oude witte houten huizen. Op het marktje hebben we wat aardbeien gehaald en nadat we om het oude Stavanger heen waren gefietst, hebben we deze bij de kade van de boot naar Tau opgegeten. De aardbeien waren nog niet op, of de boot arriveerde al. Veertig minuten duurde de tocht, maar veel hebben we er niet van gezien.

Vanaf Tau was het nog maar elf kilometer naar Jørpeland. Compleet verhit door een temperatuur rond en nabij de vijfendertig graden kwamen we bij het turistkontor aldaar aan. We hebben even een pauze genomen, water gedronken en geïnformeerd hoe we bij de Preikestolen Camping moesten komen. De weg 13 ging nog aardig omhoog en extreem warme windvlagen zorgden voor ware zweetriviertjes. Na een klein tunneltje, moesten we de weg af en nog achthonderd meter lang flink klimmen. Behoorlijk moe kwamen we dan toch bij de camping. Het eerste wat wij hoorden toen we de fietsen neerzetten, was `zo, nu eerst een Bavaria' van één of andere kerel die met z'n pilsje op het terras van de receptie zat. Nee hè, toch niet zo'n Nederlandse camping? Jawel. Niet alleen werd de camping door Nederlanders gerund, maar we belandden op een werkelijke kolonie. Ondanks onze nationaliteit, werd ons een schrikbarend hoge prijs geboden. We konden ook een tochtje maken per helikopter over de Preikestol sléchts driehonderd kroon per persoon. Doen we even. We hebben de hele avond die rothelikopter gehoord en Jan heeft geklokt dat zo'n superexclusief tochtje wel zes en een halve minuut duurt. Helemaal achteraan vonden we nog een plekje met bomen, maar Jan was de enige die puf kon vinden voor het opzetten van de tent. We kwamen er ook nog achter dat we voor de volgende dag niet genoeg boodschappen zouden hebben. Jesper en Cees zijn toen toch nog maar even naar beneden naar Jørpeland gefietst en tegelijkertijd chocolade gehaald. Dat hadden we misschien niet moeten doen, want onbeschoft genoeg kregen we de spaghetti niet meer op. Ook kwamen we erachter dat drie douches lang niet genoeg zijn voor een camping met zo'n vijf velden en vele vele bezwete kampeerders die allemaal willen douchen. Nadat we om zes uur voor de eerste keer hadden gekeken of er een douche vrij was, waren we al rond middernacht aan de beurt. Als troost kregen we van Nederlanders die ook al in Flåm naast ons stonden, een bus chips, ongekende luxe!


|