Farsund
|
Farsund
Zondag 20 juli 2003
Flekkefjord-Farsund
87 kilometer (1165)
5 uur en 33 minuten (70 uur en 17 minuten)
15,7 kilometer per uur
En ja hoor, `s morgens was de lucht om zeven uur nog steeds strakblauw en konden we in het zonnetje direct aan onze eerste beklimming beginnen. Afijn, met name Cees voelde gelijk dat de benen bagger waren en bij het eerste het beste onverharde paadje moest er bij het klimmen al afgestapt worden. We moesten dan ook direct naar tweehonderdveertig meter en nog een keer naar honderdzestig meter. Na de afdaling kwamen we in het dal van de Fedafjord. Aan de overkant konden we de weg zien, waar we later zouden fietsen: we moesten namelijk helemaal om de fjord heen. Aan het einde van de fjord, in Kvinesdal, hebben we, voordat we verder zouden klimmen, een broodnodige Kneipp naar binnen gewerkt. Bij de plaatselijke benzinepomp vond Cees een `batterij': een energiedrankje sterker dan Red Bull en waar je compleet van achterover slaat. Blijkbaar hielp het wel, want de beklimming naar tweehonderdtwintig meter ging redelijk goed. Bovendien werkte het zonnetje mee en konden we in een aangenaam temperatuurtje fietsen. Het onverharde weggetje dat ons vervolgens naar de honderdnegentig meter leidde, ging wat minder goed. Langzamerhand begonnen de kilometers weer aan te tikken en ging het allemaal wat moeizamer.


Ondanks dat, bereikten we `al' tegen vijven Lomsesandencamping, net voor Farsund, gelegen op een schiereiland, aan het strand. Het was nogal druk en een chaos op de camping en we moesten moeite doen om een plekje te vinden. Ondertussen was de lucht aardig betrokken en precies op het moment dat de tent stond, begon het te druppelen. Ons avondeten konden we gelukkig nog wel droog buiten eten. We hebben Lapskous met rijst gegeten en Jan en Cees ook nog Sodd, een Noors gerecht dat we maar als soep hebben beschouwd. Tijdens het eten reden de buren van Leirvik ook weer de camping op. Het begon toch weer te druppelen en zodoende gingen we binnen zitten. Toen Jesper onder de douche was, begon het echter zo hard te onweren en te regenen, dat Jan en Cees elkaar, schreeuwend, in de tent elkaar zelfs niet meer konden verstaan. Cees ging naar buiten om alles te controleren en behalve dat hij in twee seconden doorweekt was, was er ook al plasvorming naast de tent te zien. En toen kwam de wolkbreuk: uit alle macht hebben we met potten en pannen gehoosd en geulen gegraven. Maar het ging steeds harder en harder en het water stond al gauw tien tot twintig centimeter hoog en in de binnentent, die nog wel droog was, hadden we een waterbed. Alle spullen hebben we vervolgens in de binnentent opgestapeld. We konden gelukkig schuilen in de camper van onze Duitse buren waar we droge kleren en zelfs whisky kregen aangeboden. Buiten veranderde de camping in een groot moeras. Toen het weer droog was, hebben we als gekken de tent op een heuvel geplaatst en alles geprobeerd droog te maken. Vervolgens kregen we een driedubbele whisky aangeboden en nadat we ons daaraan gewarmd hadden, hebben we onszelf op chocola en koekjes getrakteerd. Behoorlijk licht in ons hoofd zijn we toen maar gaan slapen. `s Nachts heeft het nog geregend, maar we hebben alles droog gehouden binnen.


|