Apeldoorn
|
Apeldoorn
Woensdag 23 juli 2003
Boot: Kristiansand-Hirtshals
Fiets: Hirtshals-Hjørring
Trein: Hjørring-Middelfart-Vojens
Auto: Vojens-Apeldoorn
19 kilometer (1350)
1 uur en 13 minuten (81 uur en 11 minuten)
Om kwart voor middernacht precies kwam in het donker Christian IV aangevaren. We hebben ons er weer over verwonderd hoeveel auto's, caravans en vrachtwagens er wel op de boot gaan. Als fietsers mochten wij weer als eerste de boot op. Aan het einde van het autodek stond een steward ons aan te sporen en niet veel later bleek waarom. We moesten via een stalen oprit een dek hoger en dat ging behoorlijk steil. De fietsen weden weer netjes vastgesnoerd en even later konden we weer een plekje op de boot zoeken. Op dek negen was het nog lekker rustig. Nadat de boot vertrokken was, hebben we onze slaapzakken uitgerold en toch maar geprobeerd een oogje dicht te doen. Tegen halfvijf was het echter gedaan met het slapen. Tussen alle duffe, halfslapende mensen hebben we gewacht tot we aan zouden meren in Denemarken. Een wandelingetje buiten op het dek n de wind, deed goed. Zodoende tikten ook de laatste kwartiertjes weg en tegen zes uur konden we weer naar het autodek. Als een van de eersten konden we weer de boot af rijden en precies halfzeven lieten wij Hirtshals achter ons en volgden weg 55 naar Hjørring. Half wakker wordend zoefden we met knorrende magen richting zuiden. Het bakkertje langs de weg in Torsby waar Cees vorig jaar ontbeten had, was ondertussen failliet. Maar vlakbij was een supermarktje. We waren precies op tijd, want deze ging om zeven uur open. We hebben wat bolletjes gehaald en met nog wat lekkers erbij hebben we ons ontbijt opgepeuzeld. Hjørring was vervolgens niet ver fietsen meer. We waren behoorlijk aan de vroege kant voor de trein van kwart voor toen en daarom konden we nog even dommelen op het perron. Tot onze grote vrees was de conductrice een trol die eerst maar twee fietsen naar binnen wilde laten en vervolgens meteen begon te dreigen ons niet mee te zullen nemen als we niet alle bagage eraf haalden. In de trein werd het nog leuker, want ze vroeg meer geld dan wij op de heenweg hadden betaald. Maar zo zouden we bij de tweede trein niet uitkomen. Het kon haar allemaal niets schelen: we moesten betalen en als we nog langer doorzeurden, zette ze ons uit de trein. Moe en chagrijnig door de lange bootreis en dit gezeur, vielen we in de trein in slaap, waarbij Jan zelfs lichtjes begon te snurken. Op station Middelfart hadden we tien minuten overstaptijd. En jawel, onze volgende conducteur was ook een zeikstraal zonder enige flexibiliteit. Hij vroeg een prijs, anderhalf keer die van de heenreis en we hadden maar tachtig van de honderdtwintig kronen die hij vroeg. Dat ging er bij hem niet in. We konden hem maar niet duidelijk maken dat wij anders waren voorgelicht. Toen Jesper de lege portemonnaie toonde, was de boodschap duidelijk en wilde ook hij ons eruit zetten. Bij Jan ging een lampje branden en hij toverde een vijf euro biljet tevoorschijn. Toen de conducteur toen nog over drie kroon zat te zeiken, heeft Jan hem een handvol laatste Noorse kronen gegeven. Moei, maar vol van slappe lach bereikten we Vojens, waar pa Scheepstra en Klaas ons al op stonden te wachten.



Ze waren met een enorme bus van twee meter zestig hoog gekomen en behalve dat de fietsen makkelijk opgeborgen konden worden, konden we binnen nog aan een tafeltje zitten. Terwijl pa Scheepstra het gas erop gooide, storten wij drieën ons op het eten terwijl we de meest lachwekkende verhalen van de vakantie tevoorschijn toverden. De tocht ging snel en behalve een kleine file bij de Elbertunnel, kachelden we lekker door. Tussen Bremen en Osnabrück werden we nog getrakteerd op een heerlijk avondmaal bij een wegrestaurant. Om negen uur reden we Nederland binnen en drie kwartier later reden we de Maria Stuartstraat binnen. We werden verwelkomd met een finishspandoek en ma Scheepstra, Cees' ouders en oma en Daan stonden ons buiten op te wachten. Alledrie werden we met de nodige knuffels en kussen ontvangen en toen we in de achtertuin nog wat nadronken, begon het eindelijk door te dringen dat de vakantie voorbij was. De laatste achtenveertig uur waren slopend geweest, maar ondanks dat het een werkelijk geweldige vakantie was, lag het eigen bedje wel erg lekker en zacht en konden we de slaap meer dan goed gebruiken. Jan en Cees sliepen elk in hun eigen bed en rond halftwee kwam Jesper weer bij de familie Apon aankloppen, aangezien bij hem thuis de knippen op de deuren zaten.


|