
Het getik van regendruppels op het dak doet ons in alle vroegte vrezen voor een natte eerste etappe. Tegen zes uur wiegt de hele camper heen en weer: ma en Daan moeten naar het toilet. Cees draait zich nog eens om in de hoop dat wanneer hij de volgende keer zijn ogen open doet, het getik is afgelopen. Hoop doet wellicht leven, maar het stopte deze ochtend in ieder geval de regen. Het is eindelijk zover: we kunnen fietsen! De eerste keer inpakken duurt altijd lang, dus Cees hijst zichzelf zo snel mogelijk in de fietskleding en begint direct met het optuigen van de fietsen. Behalve de tassen die bevestigd moeten worden, ontbreken ook nog de Nederlandse vlaggetjes. Tussen het inpakken door, ontbijten we in de camper. Na vijf kwartier is alles ingepakt en behangen en staan Daan en ik in vol ornaat klaar voor de start. We nemen uitgebreidt afscheid van pa en ma en gezamenlijk begeven we ons naar de uitgang van de camping. Pa en ma lopen vooruit en gaan bovenaan de helling staan, zodat het vertrek perfect gefilmd kan worden. Bovenaan wordt nog een keer afscheid genomen. We beloven plechtig dat we voorzichtig aan zullen doen en geen gekke dingen uit gaan halen. Vanaf daar scheiden onze wegen: Daan en ik gaan rechtsaf naar Genève; pa en ma links richting Lauterbrunnen. Het is

heerlijk weer: blauwe lucht met een warm zonnetje. Genève is schitterend om te zien en aan de pier stoppen we even om een fotootje te klikken en een banaantje weg te eten. Na de brug en een paar slingers door de stad, laten we de bebouwde kom achter ons. De route is goed aangegeven en in combinatie met het routeboekje is het ontspannen fietsen. De weg loopt langs het meer, met af en toe een paar tussendoor steekjes van de oever af. Echte klimmetjes zijn er niet bij en behalve een paar kleine verrassinkjes is het relatief vlak. Wel krijgen we keer op keer een prachtig uitzicht vanuit de wijngaarden en akkers over het meer te zien. We rijden door verlaten dorpstraatjes die qua uiterlijk een kruising zijn tussen Franse en Zwitserse culturen.Na twee uur hebben we zo'n dertig kilometer afgelegd en komen we aan in Nyon. Het is inmiddels twaalf uur geweest en dus is het tijd voor een boterhammetje. We stoppen bij een klein parkje met een paar bankjes. Er zitten al twee meiden van onze leeftijd die zo te zien ook aan een fietstoer bezig zijn. Ze komen op ons of en het blijken Duitse meiden uit

Göttingen te zijn, die van Bern naar Marseille fietsen. Een van hen heeft de kabel van de achterrem gebroken, maar dat kunnen wij helaas niet voor hen repareren. Wanneer we weer weg willen rijden, begint het te spetteren en trekken we toch maar even de regenkleding aan gedaan. Met de nadruk op `maar even', want na twee minuten was het - gelukkig - alweer droog. We slingeren op en neer tussen de snelweg en het meer en komen door kleine rustige dorpjes en langs wijngaarden. Na een korte speldenprik van de zon, begint te lucht weer te betrekken en het lijkt alsof we tussen de buitjes doorrijden. We houden het droog. Iets voor Morges moeten we de grote weg oppakken, maar na een paar kilometer staat de camping al aangegeven. Camping `Le Petit Bois' ligt langs de weg en aan het meer. Terwijl het al begint te druppelen, zetten we onze tent op op de twee vierkante meter die we toegewezen hebben gekregen. Wanneer de tent staat, komt de `eigenaar' van de camping op ons af. `This place is occupied' en we kunnen daar niet blijven staan. We moeten de tent afbreken en ergens anders weer opzetten. Die boodschap komt bij mij een beetje verkeerd aan en ik wijs de gebrekkig Engels sprekende, maar driftig gebarende man op het feit dat deze plek ons is toegewezen door zijn personeel en dat het een heel

gedoe is de tent te verplaatsen. `He will help you', zegt de man, duidend op de jongen van de receptie, en loopt vervolgens schijnbaar naar het hokje bij de ingang van de camping. Daan en ik zijn niet direct van plan de tent te verplaatsen en laten het geheel maar even voor wat het is. Al gauw komt onze Zwitserse buurvrouw op ons af. Zij heeft het kleine veldje naast hun caravan gehuurd voor vrienden van hun kinderen die morgen zullen komen en als het maar voor een nachtje is, mogen we wel blijven staan. De eigenaar van de camping zien we niet meer terug. Vooralsnog is het droog en we hebben enorme trek gekregen. Na het douchen slaan we alvast wat cup a soups achterover. Er staan vrijwel geen Nederlanders op de camping en de 99% Zwitsers lijken wat gesloten; een gesprek aangaan in het Engels lijken ze niet snel te willen. Het meer is erg dichtbij en we lopen even naar de waterkant. De camping is erg op watersport gericht, want pal naast de grasvelden met caravans en tenten, ligt een parkeerplaats voor boten; het staat er vol mee. Aan de waterkant genieten we even van het uitzicht en inspecteren de lucht: hier en daar drijven dreigende wolken. Na in de kampwinkel nog wat chips en drinken te hebben ingeslagen, is het tijd om te koken. Er moet gewicht geloosd worden en zodoende eten we vanavond kant en klare jachtschotel, met rijst. We laten het ons zeer goed smaken. Na de afwas leggen we nog een kaartje. Het wordt echter al wel snel donker en erg warm is het ook niet, dus we gaan vroeg naar bed. We hopen morgen op onze weg naar Aigle, weer wat meer zon te zien te krijgen.