We worden nog voor achten wakker met het voor kampeerders zo bekende en gefrustreerde tikkende geluid op het tentdoek. Niets geen geidealiseer: met regen inpakken is klote. Terwijl ik de tassen op de fietsen hijs en zoveel mogelijk probeer in te pakken, offert Daan zich op door in de regen op zoek te gaan naar de Coop. Van de routebeschrijving van de campingbaas klopt geen reet en Daan moet zelf de supermarkt zien te vinden. Met alle ochtendboodschapjes in huis, pakken we de resterende spullen zo snel mogelijk in. De tent voelt wel behoorlijk zwaar aan met al het water erin. Met de regenkleding, beenstukken en overschoentjes aan, kunnen we om tien uur beginnen aan de klim. Deze begint direct na Aigle met een opwarmertje van zo'n 10% door de

wijngaarden en we laten het dal snel beneden ons. Na een paar kilometer houdt het gelukkig op met regenen en kan alles weer uitgetrokken worden. Wel blijft het dichtbewolkt en het dreigt elk moment weer los te kunnen barsten. We bereiken dan ook snel de hoogte van de wolken en ons uitzicht wordt belemmerd door een dikke mist. Met een gemiddeld klimpercentage iets onder de 10% wurmen we ons via haarspeldbochten door een dampend en stomend naaldbos. Het kost ons ruim anderhalf uur om het dorpje Corbeyrier, zo'n 7 km van de camping - hemelsbreed wellicht nog geen 3, te bereiken. In het dorpje gaat het nog steiler en wanneer we stijgen met zo'n 12% denken we dat dit het steilste stuk van de rit zal zijn. In een haarspeldbocht waar een bankje staat, rusten we uit voor de lunch. In de verte beneden kunnen we het dal met Aigle zien liggen: we zitten al op zo'n negenhonderd meter, zeshonderd meter hoger dan beneden. Tijdens de lunch breekt de lucht iets open en laat het zonnetje zich zien, wel blijft het ontzettend vochtig en benauwd.
Hoewel we denken het zwaarste gedeelte gehad te hebben, worden we zeer snel

bekend met de waarheid. Na Corbeyrier bereiken we de alpenweiden, maar tevens het steilste stuk van de rit: 3 kilometer klimmen variërend van 15 tot 18 procent. Het sloopt ons: traag stampen we onze pedalen rond. De tellers geven waarden van 4 á 5 kilometer per uur aan en alles piept, kraakt en knarst, inclusief onze knieën. We raken wederom gehuld in mist, nu zo dik dat de reflecterende hesjes aan moeten, omdat het zicht minder dan 50 meter bedraagt. Het raakt hier verlaten en we rijden over een smalle weg bezaaid met grote scherpe stenen die van de wand af zijn gevallen, langs diepe afgronden zonder vangrail. We moeten dan ook om de paar honderd meter stoppen om uit te hijgen en de hartslag onder de 180 te krijgen. Na het allersteilste stukje vinden we een bankje, waar we neerploffen om even uit te rusten. De mist trekt weg en heel even hebben we een prachtig uitzicht over

het dal en het begin van het meer van Genève. Wanneer ik een foto wil maken, is het al te laat, de lucht trekt weer dicht. Na 20 minuten hebben we genoeg moed verzameld om verder te gaan. Nog twee kilometer 5 tot 10% tot de top. Tweehonderd meter na onze stopplaats krijgen we een smal tunneltje, uitgehouwd in de bergwand met de hand. De tunnel is onverlicht en maakt in de bergwand een bocht. Als Daan en ik de tunnel binnenfietsen, zien we geen hand meer voor ogen. Aangezien we nog steeds klimmen, heeft de dynamo geen nut meer. De adrenaline stroomt door ons lijf, wanneer we tergend langzaam door het tunneltje glibberen. Er

druppelt water uit het plafond en op de vloer ligt nog een laagje ijs. We kunnen niet zien waar we rijden, maar beseffen ook dat niemand ons zou kunnen zien. Ik begin continu met mijn bel te tingelen in de hoop dat een eventuele automobilist mij zal opmerken. Wanneer het tunneltje een flauwe bocht maakt, krijgen we wat meer licht. Er zijn hier in de zijkant om de paar tiental meter gaten naar buiten gemaakt, zodat een flauw schijnsel de weg verlicht. Na een paar honderd meter rijden we de tunnel weer uit, we hebben het gehaald! Als beloning is de lucht ineens opgeklaard en kunnen we prachtig over het meer van Genève, tot voorbij Lausanne, kijken. Anderhalve kilometer verder ligt de top op 1538 meter hoogte. Over de weg is een touw gespannen, met in het midden een pilon. Blijkbaar komen hier erg weinig mensen langs. We tillen het touw op, zodat we eronder door kunnen en beginnen aan de afdaling. We zoeven lekker naar beneden. De afdaling is geleidelijk: we hoeven niet te remmen en ook niet te trappen. De weg is flink recht met een paar flauwe bochten en zodoende kunnen we goed van het landschap genieten. We zien ruige bergtoppen met hier en daar wat sneeuw, weiden met koeien (inclusief bellen),

naaldbossen en beekjes en riviertjes. We rjden nog om een stuwmeertje heen en daarna wordt de afdaling wat steiler. In een snelle afdaling, waarin Daan aanvankelijk voorop rijdt, wil hij met een gangetje van 50 km/u, mij waarschuwen voor een haarspeldbocht. Heel sociaal en volledig veilig ingesteld, steekt hij zijn hand op. Op datzelfde moment ziet hij iemand met een noodvaart passeren en daarna vol in de remmen gaan om de bocht te kunnen nemen. Pas na de bocht ziet hij dat ik het was die hem met 62 km/u inhaalde. Tien kilometer voor Châteaux - d'Oex pakken we een drukkere weg op. Het gaat ook hier wat steil naar beneden, maar door het ontbreken van gevaarlijke bochten, flitsen we met een gangetje van 50 plus naar beneden. Erg warm is het nog niet en rillend van de kou, rollen we tegen vieren het dorp binnen. We steken een riviertje over en direct daarna ligt de camping aan de linkerhand. Er is

plaats zat op het trekkersveldje aan het einde van de camping, pal aan het water. De zon schijnt en we leggen snel alle spullen te drogen. We kunnen de tent weer schoon opzetten en terwijl ik daarna het dorp in rijd om boodschappen te doen, richt Daan de tent in. Het avondeten is geen daverend succes. De kip met chilipoeder smaakt nog erg lekker, maar bij het bereiden van de aardappelpuree schat ik de verhouding water/pureepoeder toch wat verkeerd in met als gevolg dat het geheel aan het verhemelte en huigje blijft plakken. In de avond genieten we van de omgeving: de camping is omringd door hoge bergen en Châteaux - d'Oex is een echt Zwitsers dorp met houten huisjes midden in groene weiden. Het was vandaag een uiterst enerverende, maar mooie dag. Van onze ouders die vanwege regen in Lauterbrunnen uitgeweken zijn naar Reckingen aan het einde van het Rhônedal, horen we dat het de komende dagen mooier weer wordt. Wel schijnt de Grimselpas nog vol met sneeuw te liggen!