De weergoden zijn ons wederom goed gezind. 's Ochtends om acht uur is het weer droog. Het is gezellig om nog een keertje met z'n viertjes te kunnen ontbijten. Bovendien krijgen we brood, marsjes, sultana's en drinken mee om de tocht te vergemakkelijken. Misschien dat het door de zware dag van gister komt, maar het inpakken gaat wat traag en pas tegen kwart voor tien kunnen we vertrekken. In het gezellige dorpje Andermatt halen we bij de ons inmiddels bekende Coop nog wat bananen en daarna kan er weer begonnen worden

met klimmen. De eerste vijf kilometer moet er gelijk gekleund worden en dat valt niet echt lekker bij de vermoeide en nog koude benen. Erg snel komen we niet naar boven. Achter ons kunnen we uitkijken over Andermatt en op de achtergrond de afdaling die we van de Gotthard af hebben gemaakt. Het druppelt helaas wel wat, maar na een paar kilometer laten we ook dat achter ons. Na acht kilometer haalt de camper ons weer in. Het zwaarste stuk is alweer gehad en geleidelijk stijgend fietsen we door een groen dal, langs het

spoor. Je zit hier nog wel boven de boomgrens en erg warm is het ook niet. Na nog eens drie kilometer bereiken we de laatste bergpas van Zwitserland. De camper wacht ons weer op en we kunnen ons warmen aan de thee. Vanaf hier krijgen we nog maar een paar kleine klimmetjes in Zwitserland. Hoofdzakelijk zullen we de resterende 120 kilometer naar het kleine vorstendom lekker kunnen afdalen. Dat begint al direct na de top; de afdaling is spectaculair. De eerste zeven kilometer is het vooral haarspeldbochten

en steile afdalingen. In één van de bochten blijven Daan en ik wachten totdat de camper ons ingehaald heeft om eens een fotootje van hen te klikken. Vervolgens kunnen we nog zo'n 20 minuten de camper in zicht houden. Daarna stabiliseert de afdaling zich en zoeven we met een vaartje schommelend tussen de twintig en veertig verder. We komen in het Reto-Romaanse gedeelte van Zwitserland, waar we kleine dorpjes met vreemde namen als Sumvitg, Zignau en Tavanasa doorkruisen. Het is uitgestorven in dit gebied. De dorpjes kennen vooral houten huisjes en gepleisterde gebouwen met schilderingen. De mensen

hier hebben een wat donker getinte huid en zien er heel anders uit. We volgen de Vorderrhein, één van de twee bronrivieren waaruit de Rijn ontspringt. Na zo'n veertig kilometer is het landschap wat minder spectaculair, de dorpjes doen verlaten en soms luguber aan en ook zien we de eerste industrie langs de rivier. Ons streven is in eerste instantie Ilanz, precies tussen Andermatt en Liechtenstein, te halen. Door het vele afdalen, zijn we daar al snel. Op dat moment belt pap. Ze zijn bijna in Chur, dertig kilometer verder, maar hebben in Ilanz geen camping kunnen vinden. Zodoende moeten we maar doorrijden naar Chur. We verlaten de grote weg en rijden nu op een rustige bergweg die ons langs de Vorderrhein leidt.
De Zwitsers noemen het hier de Grand Canyon van Zwitserland en we krijgen inderdaad mooie uitzichten over

bergen waar het riviertje zich ingevreten heeft. Helaas moet er wel nog wat geklommen worden. En ook al is het maar tweehonderd meter, het duurt wat lang. We slingeren door de bossen en steken een dal over via een hoge lange houten brug. Na een laatste panorama-uitzicht, scheuren we via haarspeldbochten en een lange rechte weg naar beneden. `Beneden' is waar de Hinter- en de Vorderrhein bij elkaar komen en als `Rijn' verder gaan. Beide riviertjes hebben een andere kleur en duidelijk is te zien hoe het water zich met elkaar vermengt. In het dorpje Domat/Ems vlak voor Chur doen we nog wat boodschapjes. Ik pas buiten op de

fietsen. Er komt een man op skeelers op mij af. Het is een Zwitser die een aantal jaren in België heeft gewerkt. Hij is ontzettend enthousiast een Nederlander te ontmoeten en probeert zoveel mogelijk Nederlands te praten. Het is erg moeilijk te verstaan en ik maak de vergissing te zeggen dat ik op zoek ben naar de camping in Chur. De vriendelijke legt mij wel tien verschillende routes uit. Telkens wanneer hij bijna klaar is, bedenkt hij zich een makkelijker route. Goed, ik begrijp er bijzonder weinig van en blijf maar vriendelijk knikken. Na tien minuten ben ik eindelijk van hem af. Even later komt Daan weer naar buiten. Chur staat netjes aangegeven. Het is niet zo mooi; langs een spoorlijn en snelweg. In Chur worden we door de bordjes perfect naar de camping die aan de Rijn ligt geleid en deze ziet er netjes uit. Voor een redelijke prijs mogen we achteraan de camping, op een veldje in het bos staan. We doen

ons 's avonds tegoed aan de meegeleverde gehaktballetjes in satésaus, sperziebonen met aardappels en zelfgekochte halve liter joghurt per persoon. Tonnetje rond puffen we uit van de honderd kilometer zware tocht. Morgen gaan we naar Triesen in Liechtenstein, een tocht van zo'n 35 kilometer. Via de telefoon horen we dat zowel pap en mam als Jesper en Maarten daar reeds zijn. We kunnen ons dus verheugen op een vereniging en veel (sterke) vakantieverhalen.