Slapen op 900 meter aan een ruisende bergrivier is een combinatie met als uitkomst: koud! Na een frisse nacht is het eerste wat ik denk als ik wakker wordt: “shit, we hebben ons verslapen.” In principe hebben we natuurlijk alle tijd in deze vakantie, maar we moeten vandaag een eind rijden naar de Thunersee en onderweg krijgen we volgens het hoogtekaartje nog een felle klim naar 1275 meter. Ik doe de tent open en ben met stomheid geslagen: een strakblauwe lucht! Met een geweldig humeur pakken we onze spullen in en tegen kwart over tien zijn we weer klaar voor vertrek. We lopen nog even langs de douches om onze tanden te poetsen en een plasje te doen en dan kunnen we de camping af. We kunnen direct in het lichtste verzet de camping affietsen. Daan is nog bezig met het terugschakelen als ik roep dat ik wil stoppen om nog even te controleren of alle waardevolle spullen in mijn stuurtas zitten. Daan hoort het

niet, ziet mij te laat stil staan, kan nog wel remmen, maar knalt vol op mijn achtertassen. Gelukkig is alleen de voortas van Daan iets verschoven en is er niets beschadigt. Chateaux - d'Oex fietsen we voorbij en we gaan een landschap van glooiende weiden binnen het dal tegemoet. Bij een volgend heuveltje schakelt Daan terug, maar dan blijkt de derailleur tegen de spaken aan te lopen. Een euvel dat waarschijnlijk is ontstaan toen ik zijn fiets vanmorgen op de camping per ongeluk omstootte. De derailleur is snel weer in de goede stand gebracht en we kunnen weer verder. Het begin van de route naar de Thunersee is redelijk makkelijk en met een paar leuke klimmetjes en afdalingen over een pad door de weilanden, waarbij we onderweg groepen padvinders tegenkomen, bereiken we al snel Gstaad. Na een banaantje lopen we het dorpje door om wat ansichtkaarten te kopen en boodschappen te doen. Direct na Gstaad krijgen we te maken met een vier

kilometer lange klim naar Saanenmöser, het hoogste punt van vandaag. We zwoegen voort in de warme zon over klimmetjes tussen de 5 en 10%, soms iets meer. Achter ons doemen witte bergpieken op. Het is een prachtig gezicht, zo met de strakblauwe lucht op de achtergrond. De klim gaat ons goed af, maar ondertussen is het warmer geworden en krijgen we ook flink wat trek. Vlak voor de top krijgen we nog een klein stukje drukke weg, maar na het hoogste punt, zoekt de route de rustige paden weer op en tegenover het station van Saanenmöser vinden we een bankje. Die is voor ons! We gebruiken er een lunch - brood met Goudakaas en joghurtdrink erbij - en racen daarna met nieuwe energie tegen een paar kleine klimmetjes aan. Bovenop een van die klimmetjes staat een huis met een klein grasveldje ervoor, afgezet met een hekje en bewaakt door een wat forse hond. Ik sla geen acht op de hond, maar wanneer Daan langs het huis komt, begint het beetje naar te grommen en komt achter Daan aan. Direct na het huis is een scherpe

afdaling en een haarspeldbocht. Ik rijd voorop en na de haarspeldbocht kijk ik achterom waar Daan blijft. Ik zie hem met een vaart van ruim dertig scherp de haarspeldbocht induiken met angstige ogen in zijn hoofd. De hond kan Daan niet meer bijhouden en blijft grommend bovenaan het heuveltje staan. Daan is in alle staten en blijft nog een half uur doorfoeteren over die `klote hond'. We rijden door een dichtbegroeid stukje bos en onder een oude stenen spoorbrug door. Precies op dat moment komt er een treintje over heen, een mooi gezicht. Het gaat lekker naar beneden en we schieten het bos uit. Het is het begin van een acht kilometer lange afdaling waarbij driehonderd meter hoogte verloren wordt. We zoeven door de uitlopers van de bergen in het dal en nadat de kilometerteller even de zestig heeft getipt, is de afdaling nabij en zijn we in Zweisimmen aangekomen.We zitten in het dal dat uiteindelijk bij Spiez aan de Thunersee zal

uitmonden. Door dat dal, dat voornamelijk bestaat uit weilanden, loopt een hoofdweg. Onze route slingert daar rechts van en pikt alle kleine,maar felle heuveltjes mee. We krijgen te maken met tal van kleine klimmetjes - soms tot 20%, waarbij Daan net op tijd uit zijn spd-pedalen kan komen en helaas gedwongen is te stoppen - en afdalingen. Vanwege het warme weer, zien we overal boeren - en boerinnen - bezig met hooien en her en der klinkt het gebrom van grasmaaiers. Hoe mooi de route ook mag zijn, hij houdt ons behoorlijk op en met nog zo'n vijfentwintig kilometer te gaan, is het al drie uur. Het is wat druk met het verkeer en af en toe stoppen we om vrachtwagens en auto's ons te laten passeren. De weg daalt geleidelijk en al gauw naderen we de Thunersee. Na Wimmis slaan we rechtsaf om Spiez te mijden en de camping in Aeschi te zoeken. Bij een Coop die we onderweg passeren, doet Daan de avondboodschappen. Ik krijg na al het afdalen erg last van geïrriteerde ogen door mijn uitgedroogde lenzen. Aeschi blijkt helaas wat verder weg dan van tevoren ingeschat er helaas moet er ook weer vijf kilometer lang geklommen worden, van 630 naar 860 meter. Onderweg ontstaat er nog wat verwarring of we nu wel of niet Aeschi al uit zijn - die dorpjes

zijn ook zo verrekte klein - en daardoor slaan we bij een rotonde linksaf, terwijl - zo zal later blijken - de camping enkele honderden meters rechtdoor was. We dalen weer flink af en scheuren naar het dorpje Krattigen. Hier is gelukkig ook een camping en met een prachtig uitzicht over de Thunersee, Interlaken is in de verte zelfs te zien. Op de camping puffen wee even uit alvorens de tent op te zetten. Om het onszelf wat makkelijker te maken, hebben we een kant en klare past gekocht, die er samen met de soep vooraf en de joghurt als toetje, als zoete koek in gaat. Tegenover ons staat een Nederlands stel, Bram en Desiree, met hun kinderen Gaby en Rosanna. Ze zijn geïnteresseerd in

onze reis en we maken een praatje over Zwitserland. Ze weten niets van een treintje naar de top van de 2300 meter hoge piramidevormige berg Niesen die achter de camping, hoog boven alles uittorent. We vertellen dat we er morgen heen gaan en dat het uitzicht schitterend schijnt te zijn. Ze worden enthousiast en bieden ons in ieder geval een lift aan naar het dalstation in Mülenen, drie kilometer - en een teringeind lopen - verderop, en misschien gaan ze morgen wel mee. Tegen zonsondergang maken Daan en ik nog een klein ommetje om te genieten van het uitzicht over de Thunersee. Maar tegen elven liggen we toch al wel lekker weer in de tent, om bij te komen van wederom een vermoeiende dag. Morgen is het gelukkig een rustdag!