Zeven uur gaat de wekker. Zo vroeg hebben we nog nooit opgestaan. Maar vandaag moet dan ook de `koningsrit' worden verreden: 63 kilometer en twee bergpassen boven de 2000 meter. Het gedruppel dat we vannacht zovaak gehoord hebben, is opgehouden - de lucht is weer blauw. We hebben vandaag het grote voordeel, dat alle bagage die we onderweg niet nodig zullen hebben, in de camper gedumpt mogen worden. Pap en mam zullen ons vandaag de hele dag volgen. Het inpakken gaat lekker snel en al gauw zijn we lekker licht fietsend weer op weg. Het is nog geen half negen en behoorlijk fris. We duiken echter gelijk het dal van de Nufenenpas in en het is klimmen geblazen. Ulrichen verdwijnt snel onder ons. We tuffen redelijk hard naar boven en binnen drie kwartier hebben we al zes kilometer van de klim gehad. Fietsend in een dal naast een stroompje, zien we in de verte een

aantal witte toppen. Eén ervan is gelittekend door strepen en heel hoog in de verte kunnen we piepkleine auto's zien rijden. Jammer genoeg wordt het aantal motoren zienderogen talrijker. Het lijkt een sport te zijn zo veel mogelijk passen zo hard mogelijk te berijden. Daarbij scheuren die dingen met angstaanjagende snelheden en oorverdovend geknal en gejank dicht langs onze fietsen. Het is behoorlijk fris nu en Daan en ik stoppen om onze regenjassen aan te trekken. Het dal loopt ten einde en al gauw stiefelen we de bergwand op en verslinden we haarspeldbocht voor haarspeldbocht. We stoppen een paar keer om even op adem te komen, wat te drinken en foto's te maken van onder andere de sneeuw langs de weg en het uitzicht over het gereden traject.
Een kilometer onder de top zie ik een aantal haarspeldbochten onder ons een bekende camper verschijnen. Ze zijn net op tijd voor ons boven zodat er nog gefilmd en gefotografeerd kan worden. Het is koud boven en we willen zo snel mogelijk weer nar beneden. Pap en mam dalen alvast af en Daan en ik begeven ons naar de kiosk om stickers te kopen. De afdaling naar Airolo is een hele fijne; goed asfalt en weinig scherpe bochten. Er kan weer flink snelheid gemaakt worden. De regenjassen fladderen in de wind. Ik hang voorover met mijn handen aan de remmen en mijn gezicht tussen mijn triathlon stuurtje door. Overhangend in de flauwe bochten, zie ik in mijn spiegeltje Daan op zo'n tweehonderd meter volgen. Na een paar kilometer, staat daar de camper in een inham. De teller wijst ondertussen 64 km/u aan en terwijl de striemende wind tranen uit mijn ogen slaat, zie ik hoe pap nog net op tijd de camera aan heeft staan en op mij kan richten, voor ik hem voorbij zoef. We stoppen even om in de camper op te warmen met een kopje thee. Het is niet zover meer naar Airolo en na een klein uurtje afdalen bereiken we het dorp aan het

begin van de St. Gotthardpas. Airolo is niet erg mooi en verschillende oude en nieuwe versies van de pas krioelen er door elkaar. De op en afritten naar de snelweg en de tunnel maken de chaos compleet. Na een boterham zoeken we de juiste versie, de oudste mét kasseitjes, op. De camper rijdt ons telkens vooruit zodat pap en mam ons kunnen filmen en aanmoedigen. Het begin van de pas is niet zo mooi, maar na zeven kilometer hebben we ons vrij gemaakt van alle andere wegen. Vanaf hier houden de strookjes asfalt op, het is alleen nog maar kasseitjes en haarspeldbochten naar boven. Daan en ik racen lekker door en we

krijgen het zelfs voor elkaar om 35 minuten onafgebroken te rijden. We hobbelen, trillen en wiebelen over de bobbelige kasseitjes. Alles maakt geluid en gaat heen en weer. De laatste kilometer gooien we het gas er op en racen met een gangetje van 11 á 12 km/u naar de finish. Slechts anderhalf uur hebben we over de St. Gotthardpas gedaan als we bovenkomen. Er staan een aantal mensen aan de kant van de weg en we worden met een applaus onthaald. De beroemde bergpas is op de top niet erg spectaculair: een weggetje langs een bergmeer. Wel is het er ontzettend druk. Pap maakt nog gauw een foto van ons bij het bordje en dan willen we toch wel graag weer de afdaling inzetten. De eerste twee kilometer is een drama, nog steeds kasseien. Ik laat mijn remmen even los, maar stuiter al gauw met veertig over de stenen heen. Dit gaat niet goed, de fiets gaat zo naar de

gruzelementen. We remmen af tot zo'n vijfentwintig km/u en de kramp schiet al gauw in de vingers. Na twee kilometer zitten we gelukkig op de geasfalteerde grote weg. Deze weg naar Andermatt kent geen haarspeldbochten en het gaat zo'n 9 kilometer lang flink naar beneden. Met 65 km/u zoeven we voor de camper uit en rijden Daan en ik temidden van motoren. Samen met hen scheuren we naar beneden, overhangend in de bochten. Op een recht stuk haal ik een motorrijdster in. We kijken elkaar aan en ze moet lachen: dit is geen gezicht. Een prachtige ervaring. Andermatt, op zo'n 1400 meter, komt snel dichterbij. Op de laatste kilometer voor het dorp, haalt de camper ons weer bij. Pap wil mij inhalen, maar op datzelfde moment wijkt een tegenligger uit naar onze richting. Afijn, ik wordt door mijn bloedeigen familie afgesneden en op tien centimeter afstand kan ik iets te goed door het raampje het interieur van de camper bewonderen. Het gaat allemaal net goed. Direct na Andermatt ligt de Oberalppas, dus we besluiten het vandaag hierbij te laten. Aan de rand van het dorpje is een trekkerscamping waar we de camper

kwijt kunnen. Ondanks dat het een lange en zware etappe was, zijn we al om vier uur op de camping. Daan en ik hebben in een werkelijk wervelend tempo de bergpassen bedwongen. We hebben alle tijd om de bagage die we in de camper hadden gedumpt, weer opnieuw in te pakken. 's Avonds nemen we nog een cola whisky en borrelen we gezellig nog wat na. Ons besluit om maar in de camper te slapen, is een wijze, want als we naar bed gaan, begint het weer te hozen.