
Ondanks dat het een rustdag is, staan we op om de gebruikelijke tijd. Het is een heerlijk gevoel om een keertje niet alle spullen in te hoeven pakken. Terwijl Daan zich aankleedt, pak ik de fiets om in het dorp beneden wat boodschapjes voor het ontbijt te doen. Iets na negenen zijn onze overburen ook klaar en kloppen we aan om naar Mülenen te gaan, waar het bergtreintje vertrekt. Behalve dat ze ons graag wegbrengen, vinden ze het ook leuk om mee te gaan naar de top. In hun Volkswagenbus zijn we er zo en Daan en ik zijn erg blij dat we het hele stuk niet hoeven te lopen. Het dorpje Mülenen is erg klein en ligt tegen de Niesen aangeplakt.

Tegen de berg aan, is het dalstation gevestigd. Van daaruit vertrekt elk half uur een wagonnetje naar boven. We lijken de enige toeristen te zijn en kunnen het treintje van tien uur nemen. Bij het zien van het spoor, kunnen we onze ogen niet geloven: het lijkt zich verticaal tegen de bergwand een weg naar boven te banen. In zes kilometer overbrugt het treintje een hoogte van zo'n 1600 meter. De tocht is dan ook spectaculair. In het half uur durende ritje, waarbij het trapvormige treintje steeds steiler gaan rijden, zien we hoe het uitzicht alsmaar mooier en mooier wordt. Het treintje hangt aan een kabel tussen het spoor en gebruikt een ander wagonnetje, dat naar beneden gaat, als contragewicht. Het traject is te lang om in een keer

te overbruggen en halverwege de rit, moeten we op een tussenstationnetje overstappen. Na het laatste stukje, waarbij het lijkt alsof we meer omhoog gaan, dan naar voren, bereiken we de top. Hier boven is het flink fris en trekken we de truien aan. Er hangt nog wel wat bewolking, waardoor het uitzicht wat heiig is. Toch krijgen we schitterend zicht over de Thuner- en Brienzersee, Berner Oberland en de Noord-Zwitserse vlakte. Vele witte bergtoppen sieren de horizon en het staan op deze uitzonderlijke puntige berg, geeft ons het gevoel de wereld vanuit de lucht te kunnen aanschouwen. In het restaurant aldaar krijgen we van Bram en Desiree een drankje aangeboden en we blijven wel een uur kletsen. Ondertussen verdwijnt buiten de dikke bewolking en komen ook de hoogste bergtoppen tevoorschijn. We besluiten buiten nog een stuk te wandelen over de bergkam en te genieten van het uitzicht. De wind is wel erg koud, maar het fascinerende landschap maakt, dat we op de helling in het gras blijven zitten

en ondertussen kijken hoe hanggliders van de berg springen en tot over de Thunersee wegzweven. Tegen enen zoeken we een beschut plekje om met z'n allen een boterhammetje te eten. Kwart over twee nemen we de trein naar beneden. Daar is het ondertussen bloedje heet geworden. Op de camping maken we daarvan gebruik om wat kleren te wassen en de fiets iets schoon te maken. Tegen vijven krijgen we alweer trek en nadat er eerst een soepje is genoten, moet de pasta er al snel aan geloven. Daarna ruimen we wat troep op en pakken we alvast wat spullen in, zodat we morgen vroeg richting Innertkirchen kunnen vertrekken. Een zware bergetappe staat ons immers te wachten!