Nadat ik al een aantal keren wakker ben geweest, schrik ik om zeven uur toch nog van de wekker. O ja, we moeten weer fietsen. Dat vinden we leuk! Ja, dat vinden we leuk. Vooruit dan maar. Inpakken vinden we minder leuk, maar de routine begint er al aardig in te komen en nog voor half negen is alles weer op de fiets gehesen. Onze buren, de familie Hengeveld, komen ons nog een goede reis wensen. Wij gaan richting de bergpassen, zij gaan over een aantal dagen naar Zuid-Frankrijk. Van Bram krijgen we zelfs nog een GSM-nummer, in het geval dat er - als we nog in de buurt zijn - nog iets mocht gebeuren. Vriendelijk uitgezwaaid en met een strakblauwe lucht en een temperatuur die ons zelfs nog iets te hoog is, vertrekken we en dalen direct af naar het meer. Tot aan Interlaken blijft achter ons de hoge Niesen zichtbaar. We rijden aan het water over een parallelweg langs de grote weg naar de stad. Een paar kilometer voor Interlaken, worden we op een fietspad op de drukke weg geleid en iets voor Interlaken verandert deze weg in een snelweg. Met gele fietsen, gespoten op de vluchtstrook, wordt duidelijk gemaakt dat fietsers hier echt mogen fietsen. Wel worden we, na een paar honderd meter op de snelweg te hebben gereden, er bij de eerste afslag afgebonjourd. Het is afgelopen met het afdalen en licht

stijgend, rijden we via een nieuw dal richting Grindelwald. Als snel doemt voor ons de Jungfrau op, met ruim 4000 meter de hoogste berg in de omgeving; we zijn blij dat we deze berg niet hoeven trotseren. In Wilderswil, het eerste dorp in het dal dat ik mij nog van acht jaar geleden kan herinneren, haalt Daan de middagboodschapjes. We rijden vervolgens over de drukke weg naar Lauter-brunnen en Grindelwald en slingeren langzaam klimmend door het bos. Het is hier verboden om in te halen en we stoppen af en toe om vrachtwagens en toeristen de gelegenheid te geven ons in te halen. Nadat de weg zich heeft gesplitst in de weg naar Grindelwald en de weg naar Lauterbrunnen, wordt het voor ons iets rustiger.

De weg wordt ook gelijk steiler. Zowel links als rechts liggen enorme rotswanden die hoe verder we fietsen, steeds dichterbij komen. Op zo'n vijf kilometer afstand van Grindelwald krijgen we nog een aantal haarspeldbochten. We trotseren deze en krijgen zicht op de machtige Eiger. Aan de voet ligt het dorp Grindelwald: giga-toeristisch en voor meer dan de helft Japans. Aan de doorgaande weg, tegenover een supermarkt, staan een paar bankjes, goed voor een middaglunch in de bloedhete zon. In welke mate het massatoerisme hier heeft huisgehouden, ervaar ik, wanneer ik de supermarkt bezoek voor wat extra drinken en fruit: de producten staan hier in het Japans aangegeven. Daan bezoekt nog gauw het hotel nabij voor een sanitaire stop en dan pakken we in: hier moeten we weg. Tegen kwart voor twaalf beginnen we aan de klim naar Grosse Scheidegg. Eenmaal het dorp achter ons, is het een stuk rustiger op de weg. Het is behoorlijk heet en al gauw breekt het zweet ons aan alle kanten uit. De eerste gedeelte van de klim, waar de auto's nog mogen rijden, gaat het geleidelijk omhoog. Na een paar kilometer is er een parkeerplaats, waarna de weg halveert en slechts toegankelijk is voor fietsers en (toeristen)bussen. De totale klim vanaf Grindelwald op 1000 meter naar Grosse Scheidegg op 1900 meter, is tien kilometer lang en slopend.

We moeten onderweg vaak stoppen om onszelf af te laten koelen en veel water te drinken. Gelukkig is de pas dus afgesloten voor verkeer, maar we moeten lijden onder de grote toeristenbussen die met luid getoeter aan komen rijden en niet bepaald voor je opzij gaan. Stel je voor dat je met 10% aan het klimmen bent met je bakkes in de volle zon. Je hijgt, zwoegt, slingert en ploetert met een magere vijf kilometer per uur naar boven. Er komt een bus aan vanaf boven, die de inham 25 meter voor je negeert en zonder vaart te minderen op je af komt zeilen. Op het randje van het asfalt fietsend houd je je hart vast wat de buschauffeur doet en op het moment dat je registreert dat dit niet gaat passen en je ternauwernood het gras in duikt om de bus te ontwijken, zie je nog net die hufter van een chauffeur naar je gebaren dat je meer ruimte had moeten maken. Op zulke momenten overweeg je serieus je spd-schoentjes voor hele andere doeleinden te gebruiken. We krijgen wel

prachtige uitzichten over het dal en de Eiger, Mönch en Jungfrau. Tussendoor rijden we weer door weilanden met veel koeien en oude vervallen schuurtjes. Daan klimt vandaag sneller dan ik, maar op een gegeven moment blijft hij staan. Twee poortjes, die nog het meeste weg hebben van een stel skistokken, versperren de weg. Aan de kant van de weg staat een grote accu en we horen geknetter en getik. Ik ga die stokken niet vrijwillig aanraken. Hoe komen we hierlangs? Ik ga links van mijn fiets staan. Met mijn fiets probeer ik zo rechts mogelijk het linker poortje te raken en zo open te draaien. Het poortje draait naar buiten en er is genoeg ruimte zodat Daan het geheel kan passeren. Ik stap over mijn stang en rechts van mijn fiets loop ik door, zodat het poort langs de linkerkant van mijn fiets weer dichtslaat. Maffe dingen. We zwoegen weer door. Menig wandelaar kijkt ons vreemd aan als wij hijgend en zwetend voorbij komen. Na twee uur en een kwartier bereiken we de top. We zitten er redelijk doorheen en zijn letterlijk twee zoutzakken. Daan haalt wat

water om onze bidons bij te vullen. Ik kan mijn statief hier mooi gebruiken om een foto van ons op de top te maken. Het is tenslotte weer een prestatie! Nog een keer kijken we achterom, naar het prachtige uitzicht en zetten de afdaling in. Het is een hobbelige, steile afdaling met veel plotselinge bochten en poortjes met accu's ernaast! Met veertig km/u en opgetrokken benen sla ik de stokken opzij, het is een wonder dat ze nog terugklappen. De linke afdaling bezorgt ons kramp in de handen; wanneer je de remmen loslaat, staat de teller binnen drie seconden op de veertig en dat gaat nog even zo door. Na een half uurtje afdalen passeren we een snelstromend bergriviertje waarin ik mijn oververhitte voeten kan afkoelen. Wat is dat water verrekte koud. Achter ons zijn de witte bergtoppen alweer ver weg. De verdere afdaling is het asfalt wat beter en de weg breder. We krijgen nog een paar

haarspeldbochten, maar dan - alsof uit de hemel gevallen - een lang overzichtelijk recht stuk weg langs de bergwand naar beneden. De remmen kunnen even afkoelen, maar wanneer de teller 70 aanwijst, knijp ik wijselijk de remmen maar weer in. De afdaling eindigt bij de weg van Meiringen naar Innertkirchen. Hier krijgen we nog een paar haarspeldbochten en nog net op tijd zie ik de camping aan de linkerkant van de weg. Het is geen superluxe camping, maar wel goedkoop en dat is belangrijk in deze dagen van budgettekorten. Vriendelijk worden we verwezen naar een grasveldje, waar we in een plotselinge

zinderende hitte binnen vijf minuten compleet geterroriseerd worden door smerige steekvliegen. Onze Nederlandse buurvrouw en haar twee dochters zien lachend toe hoe wij, driftig om ons heen maaiend, de tent opzetten. Met douchen zijn we allebei snel klaar. Ik loop het douchehokje binnen, kijk boven mij en zie een grote zwerm horzels of wespen of wat het ook voor beesten zijn tegen het dakraam vliegen. Lekker. Aan onze Nederlandse buren vraag ik waar de dichtstbijzijnde supermarkt is.
`In Meiringen' Grumpf… Er schijnt in Innertkirchen ook een klein winkeltje te zijn en een uurtje later zijn we een wandeling naar het vervallen en verlaten dorpje rijker, plus een pasta bolognese. Op onze weg terug langs een riviertje voelen we hoe een naderende onweersbui verkoelende lucht toe blaast. Gelukkig blijft het bij weerlichten en wat gedonder: we houden het droog en kunnen gewoon buiten eten. Morgen wacht ons de Grimselpas en we voelen dat deze onze benen, die al redelijk zwaar beginnen te voelen, niet veel goeds zal doen.