Hè, lekker weer om acht uur ons bed uit. De mensen op het trekkersveldje om ons heen zijn al druk aan het inpakken. We hebben alle tijd en doen het dus lekker rustig aan. Tegen tienen is alles weer opgeruimd en ingepakt en kunnen we gaan. Het is behoorlijk warm. Op ons richtingsgevoel rijden we Chur uit en zoeken we de grote weg naar Liechtenstein. We hebben geen zin om de route volgens het boekje te volgen en nog verschillende steile klimmetjes over onverharde paadjes te fietsen. De grote weg daalt af langs de Rijn, maar het landschap is niet bijster bijzonder. In het eerste dorpje op de weg doen we bij de Coop nog wat boodschapjes. De wind staat ons in de rug en doordat we ook dalen, racen we

lekker door. Al gauw hebben we Landquart achter ons en komen we door Maienfeld. Hier gaan we de bergen nog even in en via de bossen moeten we zo'n tweehonderd meter klimmen naar zevenhonderd meter. O, wat voelen we onze benen. Het gaat absoluut niet snel en met de zon op ons kop, zweten we ons het lazarus. Op de `top' nemen we nog even een banaan en joghurtdrank. Allebei hebben we geen zin om nog alle spullen uit te pakken en uitgebreid te lunchen. Het is net één uur geweest en we willen eigenlijk met z'n allen eten in Triesen. De afdaling naar de grens is niet steil, maar we hebben een straffe wind in de rug. De weg is vrij van scherpe bochten en al gauw voelen we onze fietsen bijna letterlijk vooruit vlíegen. Op het moment dat Daan 65 rijdt, voel ik nog steeds acceleratie en zonder bij te trappen, haal ik hem met ruim 70 in. De teller blijft haken op

de 74. Op dat moment zie ik vier vlaggen langs de kant van de weg staan en ik vermoed dat dit de grens is. In de remmen dus maar. Na een paar fotootjes rijden we verder. Plotseling beseffen we dat we nog maar twee kilometer van de groep verwijderd zijn en via de SMS seinen we pap en mam, Maarten en Jesper in. We rijden weer langs de Rijn en binnen een paar minuten staat daar de camping aangegeven. Ze staan ons al op te wachten en van verre wordt er enthousiast gezwaaid. Het is een hele vreemde gewaarwording. Met een handjeklap en handen schudden worden we binnen gehaald. Jesper en Maarten hebben hun tent bij de camper gezet en Daan en ik voegen daar ons koepeltje bij. We pakken de kaarten erbij en de verhalen komen los over beide routes en al het plezier en bijbehorende rariteiten die onderweg zijn meegemaakt. Jammer genoeg begint het aan het einde van de middag

flink te regenen en zien we hier en daar stroompjes zich vormen. Gelukkig voor ons bouwt Maarten van gruis dat hij van het pad jat vakkundig dijkjes. Tegen etenstijd is het weer droog. Met z'n zessen eten we gezellig onder de luifel van de camper. Het wordt ondertussen zelfs weer helder en als het donker wordt, krijgen we een mooie sterrenhemel. We maken er een gezellige late avond van in de camper, waarbij we Mexicaantje spelen, en chippies eten met cola. We lachen heel wat af en pas nadat de hele camping al in diepe rust is, gaan wij naar bed. Het is een heel kampement, met de camper, Maarten en Jesper met hun gigantische tent en ons koepeltentje.