Het is weer gedaan met de rust: deel twee van de vakantie staat voor de deur. Tegen achten is iedereen weer zo'n beetje wakker. Het inpakken gaat allemaal een beetje chaotisch en het schiet niet echt op. We eten nog één keertje met z'n zessen in de camper en krijgen nog gauw wat boodschapjes voor onderweg mee. Na wat foto's is het moment aangebroken om afscheid te nemen. De vakantie van pap en mam is helaas over en zij gaan weer terug naar Nederland. Voor ons vieren wordt het de eerste gezamenlijke etappe. Nadat iedereen een hand en een knuffel heeft gehad, begeven we ons naar de uitgang van de camping. Het is ineens een heel treintje, zo met vier fietsen en een aanhanger. Pap filmt ons vertrek van de camping en zwaaiend nemen we voor de laatste keer afscheid: vanaf nu zullen we het weer zelf moeten redden. Het is al erg warm. In Triesen stoppen we nog even bij de supermarkt om wat banaantjes en joghurtdrink in te slaan. Vervolgens fietsen we naar de Rheindamme, een dijk langs de gekanaliseerde Rijn, die de grens met Zwitserland markeert. Bij Vaduz wijken we er weer vanaf, om nog even naar het souvenirwinkeltje te rijden. Jesper wil er graag nog een Liechtenstein-shirt kopen en voor Daan hebben we gister nog een Nederland-sticker voor achterop zijn fiets gezien. Maarten en ik wachten op een pleintje voor het winkeltje. Daan is snel

terug en terwijl Jesper binnen nog aan het strubbelen is met z'n pinpas, worden Maarten, Daan en ik plotseling op de foto gezet door een stel Chinezen dat ons wellicht als `idiote plaatselijke bevolking' aanziet. Nadat de ene Chinees op de foto is gezet, gaat de ander ongevraagd naast ons staan om op de foto gezet te worden. Maarten vraagt waar ze vandaan komen. `Shanghai, shanghai,' knikken ze vriendelijk en met een grote glimlach lopen ze verder. We rijden weer terug naar de dijk, over de zogenaamde planetenroute: op het fietspad is op schaal ons zonnestelsel afgebeeld. Snel fietsen we voorbij de zon, Mercurius, Venus en de Aarde. De andere planeten laten steeds langer op zich wachten en pas na vier kilometer hebben we Pluto gehad. We zijn al bijna bij de Oostenrijkse grens. De weg hier lijkt erg veel op de weg naar Vecht: slingerend door een vlak landschap met weilanden. Pas wat verder weg zijn de bergen in het westen (Zwitserland) en het noorden en oosten (Oostenrijk) te zien. De grenspost stelt niet zoveel voor. Twee mannen kijken ons een beetje streng aan en we kunnen door. In Feldkirch is alles al compleet anders. Het is een dorp met typische Oostenrijks/Tirolse houten huisjes. De Ill slingert door het dorpje en de huisjes aan de waterkant hangen aan de kade: ze lijken haast op het water gebouwd. We hebben wat moeite

om de route weer op te pakken, maar al gauw rijden we parallel aan de snelweg richting Bludenz. Bij een bankje naast wat boompjes schuilen we even voor de felle zon en maken van de gelegenheid gebruik om de thee die Jesper in z'n thermosfles heeft meegenomen, op te drinken. Ook hebben we er lekkere warme chocolade bij, om óp te zuigen. We fietsen verder, maar het navigeren gaat niet echt lekker. Hoe het komt, weten we niet, maar we fietsen aan de verkeerde kant van het spoor. Via een brug komen we weer aan de goede kant. Nu zitten we in een woonwijkje, terwijl we langs de rivier de Ill zouden moeten rijden. We draaien een paar

keer en rijden dan maar via een onverhard paadje dwars door een weiland in de richting waar we denken de rivier te vinden. En jawel, daar achter de bomen vinden we het fietspad langs de rivier. Bij kilometer vijftig stoppen we bij een bankje langs het pad om te lunchen: we willen ook niet te vroeg op de camping zijn. Het fietspad langs de rivier leidt ons Bludenz in. Het is geen mooie stad: alles lijkt grauw en grijs en er is veel industrie. We hebben nog geen boodschappen voor de avond in huis en zoeken daarom eerst een supermarkt. Die is gauw gevonden: we fietsen bijna tegen de Aldi aan. Maarten en Daan passen buiten in de hete zon op de fietsen en Jesper en ik gaan naar binnen. In de enorme Aldi doen we de boodschappen voor het eten en slaan we gelijk wat in voor morgen: we zullen niet veel gelegenheden tegenkomen onderweg. Het zoeken van de camping is een klein probleempje.

Maarten schiet een vrouw aan en zij vertelt dat de camping aan de andere kant van de stad moet liggen en niet veel voorstelt. Volgens het routeboekje ligt de camping juist vlakbij, dus negeren we haar advies en rijden verder. De camping blijkt in het dorpje Bürs te liggen, tegen Bludenz aan. Het is niet veel meer dan een veldje naast een boerderij. De camping wordt omringd door hoogspanningsmasten en -kabels en in de verte zijn fabrieksschoorstenen zichtbaar. Wel staat het er vol met Nederlandse caravans. De camping is ook niet erg duur en we besluiten hier maar te overnachten. Voor de `receptie', volgens mij meer een kleine ruimte in wat eens een stal was, staan lange houten tafels opgesteld. Navraag doet ons vermoeden bevestigen: hier wordt vanavond gefeest, veel bier gedronken en waarschijnlijk ook veel gebrald. Een beetje achteraan het veld vinden we een plaatsje in de schaduw. We ploffen neer op het gras en blijven anderhalf uur zitten. Nederlandse buren om ons heen slaan ons gade. Eén man, op zijn accent afgaand waarschijnlijk Amsterdammer, kan zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en wil weten waar we heen gaan. `De Silvretta'
`De Silvretta?!' zegt de man verbaasd. Zonder verder na te denken, trekt hij zijn conclusie, schudt met zijn hoofd en zegt: `Dat haal je nooit. Ik ben daar met de auto geweest. Zó steil.' Met zijn arm geeft hij een stijgingspercentage van bijna 200% aan. We vertellen maar niet wat we allemaal al achter de rug hebben: hij zou ons toch niet geloven. Nee schuddend loopt de man weg. Sommige mensen. Tegen vijf uur zetten we de tenten pas op en aansluitend vertellen onze magen dat het weer tijd wordt om te koken. Vanzelfsprekend eten we weer veel en uitgebreid, zodat het tegen achten loopt voordat we met de vaat klaar zijn en zelf ook weer zijn gedoucht. Ondertussen komt de sfeer op de camping: het feest gaat beginnen en vrolijk worden de eerste schlagers ingezet. Het geheel wordt opgeluisterd door het klagende gekerm van de ezel van de camping. Tot laat in de avond gaat het zingen, dansen en lachen door.