Een felle flits en een flinke donderklap. Zo schrikken we om vier uur in de ochtend wakker. Overal zien we weerlichten en horen we echo's van gerommel. De zeer dreigende lucht dwingt mij m'n bed uit te komen om alle tassen van de fiets af te halen. Net nadat alle spullen veilig zijn gesteld en het grondzeil is gecontroleerd, komt het werkelijke met bakken de hemel uit. Bliksemschichten lichten de hemel op en slaan rondom ons met hevig geweld in. De verdere nacht blijft het hozen en ook als we wakker worden, regent het nog en klinken er nog een paar rommels. De wind blijft draaien en her en der drijven dreigende wolken. We twijfelen of we dit risico moeten en kunnen nemen en wachten af. We zien bij de ingang van de camping een andere toerfietser op zijn volgepakte fiets

stappen. Jesper herkent hem als een Nederlandse fietser die zij meerdere malen zijn tegengekomen in Duitsland. Wanneer we op hem toelopen, fietst hij net weg. Tegen tienen komt er plotseling een blauwe lucht opzetten. We kunnen de tent nog redelijk droog inpakken en tegen elven kunnen we vertrekken. Het is dan al zelfs warm. Met Bludenz achter ons, kiezen we voor het ons rechts liggende dal richting de Silvrettapas. We klimmen licht door het dal via een lange rechte weg door groene weiden. Links en rechts liggen heuvels en bergen bedekt met groene bossen, onderbroken door grasvelden en houten huisjes. Al gauw loopt het tegen de middag en na zo'n 25 kilometer willen we in het dorp Gaschurn inkopen doen. Het dorp is wat klein en het lijkt alsof er niets te vinden valt. De doorgaande weg door het dorp levert niets op,

maar na wat speuren kan Jesper een verscholen Spar ontdekken.We doen er wat boodschapjes en lunchen op een bankje voor de supermarkt, in de felle zon.Op het bankje zit een oude, gerimpelde man met een onverzorgd uiterlijk: wellicht dat hij de `eigenaar' van het bankje is. Hij slaat ons en onze lunch eens gade en bestudeert ons aandachtig. Op een gegeven moment kan hij zijn nieuwsgierigheid niet meer inhouden en begint te brabbelen. Lastige is alleen dat de man geen kunstgebit in heeft en in een onverstaanbaar Oostenrijks dialect brabbelt. Of we uit Engeland komen. `Nein, wir kommen aus Holland.' De man kijkt met een blik van aha, maar volgens mij weet hij niet eens wat Holländer zijn. Hij is even stil, maar begint dan half mongolide te mompelen. `mmwuuh mwah wah doooodiigaabrrl' schreeuwt hij en maakt enthousiast fietsbewegingen met zijn handen. `Ja, we gaan naar de Silvretta', zegt Daan enthousiast en wijst naar het oosten. De man is weer even rustig. Wanneer hij echter naar mijn horloge gaat staren en ernaar wijst,

begin ik het genoeg te vinden. Hij laat zijn `eigen' horloge zien en wijst vervolgens weer naar de mijne. `Je vindt hem wel mooi hè, maar je krijgt hem niet hoor.' We ruimen maar op. De man blijft fietsbewegingen maken en brabbelt door. Gaschurn is gauw achter ons en een paar kilometer verder op ligt Partenen aan de voet van de Silvrettapas. Een tolhuisje markeert het begin van de pas. Als fietsers mogen wij er, terecht, gratis op. Bij het huisje staat een groepje motoren: Duitsers. Ze zien ons naderen, glimlachen en wensen ons veel succes. Wat ze denken, laat zich laden. Al direct begint de pas met een klim van negen tot twaalf procent. In de eerste haarspeldbocht komen we erachter dat deze zijn genummerd met gele getallen op stenen paaltjes in de berm. De haarspeldbochten vliegen ons in het begin om de oren en zeer

frequent moeten we, ook vanwege de warmte, stoppen. De marsjes en bounties die we hebben meegenomen, moeten heel snel worden opgegeten. Godzijdank is het op deze pas niet druk en ook van vervelende motorrijders hebben we geen last. Jesper en Maarten, voor wie het de eerste bergpas is deze tour, knorren gestaag vooruit. Bij de hergroeperingen in de haarspeldbochten genieten we van het uitzicht over het gereden traject achter en onder ons. De weg kringelt en krioelt zich een weg omhoog door het smalle, groene dal. Op 1400 meter hoogte trekt de lucht dicht en wordt het ook iets frisser. Na een klein stukje dertien procent, wordt het iets makkelijker en krijgen we een stukje vlak. Voor ons doemen ruige bergtoppen met sneeuw op: de grens met Zwitserland. Bomen maken plaats voor struiken, mos en stenen. We rijden langs een koel berg(stuw)meertje. Aan de waterkant staan een paar koeien ons sloom na te kijken. Er

komen toch nog een paar haarspeldbochten, maar daarna kunnen we de top al zien. Een kilometer onder de top zien we de man rijden die we vanmorgen om acht uur zagen vertrekken. `Aas', roept Maarten en natuurlijk moeten we hem nog inhalen. Hij heeft een paar honderd meter voorsprong, maar iets voor het bordje van de `Bielerhöhe', zoals de top van de pas eigenlijk heet, achterhalen we hem. De man heeft behoorlijk moeite met de pas gehad en is blij ons te zien. Hij hoorde van Nederlandse automobilisten dat er een vierkoppig Nederlands vlaggencircus naar boven kwam rijden en besefte dat wij dat moesten zijn. We maken een paar foto's en rijden door naar de kiosk op de top. Deze is open tot vijf uur en het is kwart over vijf. Wat nu? Zonder sticker willen en kunnen we niet afdalen! Jesper, Daan en ik gaan daarom brutaal het hotel aan de andere kant van de weg binnen. De man achter de receptie kijkt wat vreemd als hij drie bezwete wielrenners op klikkende schoenen ziet binnenkomen, maar vraagt vriendelijk wat hij voor ons kan

doen. In mijn beste slechte Duits vraag ik naar onze trofeeën. `Pickeln' schijnen die krengen te heten en de man geeft ons er vier gratis. Terug bij Maarten, plakken we ze op onze fiets. Onze Nederlands metgezel staat vreemd te kijken. Maarten doet nooit mee met de stickermanie en dus houd ik er eentje over. `Wilt u nog een sticker?' De man kijkt vreemd op, ziet dan onze volgeplakte fietsen, glimlacht en vol zelfvoldoening plakt hij de Silvrettasticker op zijn hoofdstang. We zeggen elkaar gedag: hij zet de afdaling in, terwijl wij onze regenpakken aantrekken tegen de koude wind die we zullen hebben tijdens het afdalen. De weg naar beneden is minder steil dan verwacht, maar vanwege het ontbreken van haarspeldbochten, kunnen er flinke snelheden bereikt worden. Zoals altijd rijd ik voorop. In mijn spiegel kan ik zien hoe Jesper, Daan en als laatste Maarten volgen. Een stijgende auto seint naar mij. We rijden ruim zestig kilometer per uur en ik kan me voorstellen dat hij dat te hard vindt. Toch houd ik wat in en neem voorzichtig de volgende bocht. Nu begrijp ik waarom de automobilist seinde: op de weg staan zes koeien. Vol in

de remmen komen we vlak voor de beesten tot stilstand. Na een fotootje vervolgen we onze weg. Al gauw zien we de Nederlandse fietser weer rijden. Vol concentratie rijdt hij met een gangetje van veertig naar beneden. Ons treintje van vier racet hem met 65 voorbij. Al snel zijn we in het kleine dorpje Galtür en stoppen bij een klein buurtsupertje. `Stelletje kamikazepiloten' zegt de medefietser glimlachend tegen ons als hij even later het dorpje bereikt. We zijn de laatste klanten bij het buurtsupertje. Het winkeltje gaat om zes uur dicht en wij banjeren iets na zessen gauw nog naar binnen. Met de boodschappen op zak, gaan de deuren dicht en de lichten uit achter ons. Wat een mazzel. Volledig conform de routebeschrijving melden we ons bij Haus Sankt Florian even verderop. Er hangt een papiertje op de deur. We kunnen onze tent opzetten op het veldje achter het huis, de deur is open en in het souterrain is de douche en het toilet te vinden. Onze metgezel is net zijn tentje aan het opzetten op het nogal schuine veldje met picknicktafel. Douche en toilet zijn erg schoon en na het eten maken we er uitgebreid gebruik van. Het is alleen wel erg snel koud en donker buiten. Met een prachtige sterrenhemel boven ons gaan we onze tanden poetsen. De eigenaar is ook thuisgekomen, zodat we het overnachtinggeld kunnen overhandigen.