Nals/Nalles

Prad/Prato - Nals/Nalles

Afstand               74,0 kilometer
Rijtijd               3:49
Gemiddelde snelheid     19,4 km/u
Maximum snelheid     62,4 km/u
Hoogteverschil          290 meter

Het is weer een actieve camping. Om acht uur stap ik de tent uit en er lopen alweer mensen rond. Zoals gebruikelijk, trekken we eerst onze fietskleding aan en ontbijten voor de tent. Na het inpakritueel, kunnen we weer op weg. De zon doet alweer zijn werk, het is lekker warm. We rijden pal naar het oosten, richting Merano. Het dal ziet groen van de appelgaarden, zover het oog kan reiken. Appels, appels, appels, appels, appels, appels, appels, appels en nog eens appels, appels, appels, appels en appels. Al gauw raken we verzeild op een fietspaadje tussen de appelbomen. We slaan ergens af en het paadje wordt onverhard en steeds smaller. Op een gegeven moment gaan de sproeiers aan en behalve dat we nat worden, rijden we nu ook door de blubber. Dit is niet goed. We keren om en zien dat we de verkeerde afslag hebben genomen. Terug op de route, pakken we al gauw een stukje grote weg op. Het gaat weer flink naar beneden en genietend van het lekkere weer en de snelheid missen we een afslag. Even later rijden we echter alweer tussen de appelgaarden en komen we door het plaatsje Goldrain: vandaar! In het volgende dorp Laatsch willen we Maarten trakteren op ijs vanwege zijn verjaardag. Op de doorgaande weg in het dorpje vinden we een bankje, goed voor de lunch. Op de hoek is een supermarkt te vinden en klikkend met mijn fietsschoenen en gewapend met een portemonnaie loop ik er naartoe. De schuifdeuren gaan echter niet open. Dat is waar ook: in Italië houden ze siësta, daar moeten we de komende twee weken goed rekening mee gaan houden. Ik loop weer terug naar de jongens. `Hé! Fietser!' roept iemand mij toe. Het is onze Nederlandse metgezel die we sinds Galtür niet meer gezien hebben. Hij heeft eergisteren wel in de regen zijn tent opgezet, maar heeft daar ontzettend veel spijt van gehad. We wisselen onze ervaringen uit en dan fietst hij weer door. We snijden onze boterhammetjes en houden lunch in de volle zon: het is echt bloedheet. Na de pauze vervolgen we onze weg met een route langs de Etsch en na wat klein klimwerk hebben we uitzicht over de grote stad Merano. Hier is het even afgelopen met de rust: via een drukke weg dalen we steil af naar beneden. De zestig wordt nog even getipt en het verkeer achterop kan ons niet meer inhalen. Het zal waarschijnlijk één van de laatste afdalingen zijn: we hebben sinds de Reschenpas al veel hoogte verloren. Via een smalle houten brug moet we de Etsch oversteken. Aan het begin staat een smalle fietsluis, waardoor Maarten gedwongen wordt zijn aanhanger los te koppelen. De route loodst ons gelukkig om Merano heen en na een paar kleine klimmetjes en afdalingen met uitzicht over het dal en de groene appelgaarden, komen we in Lana een discounter tegen. Jesper en ik zijn blij dat we even de koelte van de supermarkt kunnen opzoeken. We doen onze avondboodschappen plus een emmertje ijs: dat hadden we Maarten nog beloofd. Op het kleine parkeerplaatsje voor de supermarkt, waar de Duitse toeristen af en aan rijden, maken we het ijs in de zinderende hitte soldaat. Na Lana is het nog een goede tien kilometer naar Nals. Het gaat met vals plat naar beneden, wederom door de gaarden en met een windje in de rug. Licht aanzettend koersen we met variërende snelheid tussen de vijfentwintig en dertig kilometer per uur. Liggend op de triatlonstuurtjes racet het treintje voorwaarts en al gauw bereiken we Nals. We kunnen ons volgens het routeboekje van Hans Reitsma melden bij het Gasthaus langs de weg, waar inderdaad een vriendelijke oudere vrouw ons verwelkomd. Ze wijst ons het trekkersveldje achter het huis. Naast het veldje loopt een klein roestkleurig stroompje en aan de overkant staan wijnranken. Op de achtergrond is het dal met de appelgaarden zichtbaar. De vrouw is bekend met Nederlandse fietsers die naar Florence gaan en weet al dat we morgen de jeugdherberg van Trento zullen aandoen. Jesper en ik lopen terug naar de weg om Maarten en Daan op te halen. Maarten moppert wat: er kwam net een Duitser langs die met zijn dikke auto Maarten en Daan dwong om de fietsen te verplaatsen. Daarbij viel de mountainbike van Maarten om en kwamen de tandwielen van het voorblad in zijn kuit terecht. We hebben de EHBO-spullen gelukkig bij de hand en met wat alcoholdoekjes desinfecteert Maarten, zij het met lichtjes gekerm, zijn kuit. Op het veldje staat ook het Nederlandse stelletje dat we voor de Silvretta al tegenkwamen. Zij gaan morgenvroeg al weg: helemaal naar het Gardameer. De ruimte die er is, gebruiken we om de tenten tegenover elkaar op te zetten. Ook kunnen we twee bankjes kapen die we weer op ons `pleintje' tussen de tenten planten. We eten ons tonnetje rond aan de Franse vleesschotel met - overigens wel wat meeverende -  aardappels en een liter yoghurt.  's Avonds wordt er bij kaarslicht genoten van de nieuw gekochte whisky.