Het is de hele nacht warm en klef op de kamer. De deuren die open staan, laten wel wat verkoelende lucht binnen, maar daarmee ook al het drukke verkeerslawaai. Om zes uur staat onze lapzwans al op en half zeven is hij vertrokken. Opgeruimd staat netjes. Wij gaan er iets voor achten uit, om in de kantine ons ontbijtje, twee karige witte broodjes met jam, te verorberen. Rond half tien is onze kamer leeggehaald en na drie keer met de lift op en neer zitten alle tassen weer op de fiets. Voordat we Trento uitfietsen, gaan we eerst nog langs de Neptunusfontein, slechts twee straten van de jeugdherberg, om deze nog op de gevoelige plaat vast te leggen. Vervolgens slingeren we Trento uit en na een brug over het spoor, kunnen we de route langs de Adige weer oppakken. Het is erg warm, maar er staat gelukkig wel een verkoelende wind. Jammer is alleen dat we hem tegen hebben. Stel je een rivier voor, bijna net zo recht als

een kanaal. Denk daar een dijk langs, met een fietspad erop en een blauwe lucht erboven, met een zon die de lucht boven het pad, dat doorloopt tot aan de horizon, doet trillen. Bij Mattarello steken we de rivier over en rijden aan op de kerktoren. Zoals afgesproken, zitten Maarten's ouders en broer daar, op hun terugweg van Florence naar Apeldoorn. Ze lijken verheugd en opgelucht hem en ons na bijna drie weken, in goede conditie te zien. Aan het pleintje waar ook de kerk gevestigd is, zit een terrasje, waar Maarten's ouders ons op cola en gebakjes trakteren en we even te tijd hebben om bij te kletsen. Op het pleintje staan ook nog een paar kraampjes, wat de aanleiding geeft voor nog een traktatie op pizzabroodjes en twee kilo druiven. Ons buikje rond, nemen we weer afscheid en rijden het rustige dorpje uit om de route weer op te pakken. We toeren nog even door langs de Adige en tegen half een vinden we een schaduwplekje onder een paar bomen met een bankje: tijd voor

siësta. Dit biedt behalve tijd voor de lunch ook gelegenheid om de reisverslagen weer bij te werken. Tegen tweeën brandt de zon nog heftig op het asfalt, maar we hebben te weinig geduld om nog langer te wachten. Bij Rovereto verlaten we het fietspad langs de rivier, en daarmee de route van Hans Reitsma, om een extra lus via het Gardameer te fietsen: in Bardolino zullen we de route weer oppakken. Aanvankelijk rijden we verkeerd, maar na een aantal manouvers zitten we op de weg naar Mori. Deze weg is echter wat druk, dus het is voorzichtig aan achter elkaar blijven rijden. Bij een van de vele kleine afdalingen tussen de nog veelrijkere kleine klimmetjes voelt Maarten iets van een vibratie of trilling in zijn achterwiel. In een klein zijhammetje vinden we de ruimte om naast de drukke weg te stoppen, waar Maarten zijn kar eraf haalt en zijn achterwiel van zijn fiets demonteert. Helaas kan de oorzaak niet worden gevonden en rijden we verder. De route van Mori naar het Gardameer gaat zoals gezegd over een hele drukke weg en onderweg

moet er ook geklommen worden. Na een paar kilometer verdwijnen de wijnranken en maken plaats voor een sinister moerasachtig landschap begroeid met mos, struiken en kleine bomen, vanzelfsprekend ontsiert door de linten elektriciteitsmasten die in Italië dwangmatig door elk ongerept stukje natuur zijn gestampt. Onderweg stoppen we bij een kleine groentewinkel waar buiten vele manden vol vers fruit staan uitgestald en kopen er wat verfrissend drinken. Het is niet ver meer naar Torbole en na nog een aantal kilometers krijgen we een prachtig uitzicht over het Gardameer voorgeschoteld. Het vanwege stormachtige weer zo beruchte meer maakt met haar spiegelgladde water een heel andere indruk op ons. Na een flink scherpe afdaling scheuren we het door toeristen overspoelde Torbole binnen. Het

stikt hier werkelijk van de - veelal Duitse - toeristen en bijbehorende winkels vol ansichtkaarten, zwemspullen, vlaggetjes en plastic troep. Het enige voordeel van het dorp is dat de Coop om de hoek ligt, hoewel de supermarkt zelf ook volgepropt is met toeristen die uit een karig assortiment belachelijk dure boodschappen mogen kiezen om vervolgens drie kwartier in de rij te staan voor een chagrijnig Italiaanse caissière - en geef haar eens ongelijk. Maar goed, we hebben onze maaltijd weer bij elkaar en nadat alle tassen zijn volgepropt, is ons volgende doel om in dit bloedhete kippenhok een slaapplaats voor de nacht te vinden. We vinden in Torbole twee campings, strak tegen elkaar aan gebouwd, vanzelfsprekend aan het water gelegen en met het `mooiste' uitzicht over het meer. De eerste camping is overbevolkt en als we bij de tweede komen, blijkt ook deze hutje mutje vol te zitten: de haringen zijn als het ware in het tentdoek van de buurman geslagen. We vragen toch maar of ze nog een plaatsje hebben voor een stel trekkers, het is maar voor 1 nacht. Ergens in een hoekje van de parkeerplaats vol met stenen is nog een plekje en na wat afdingen kunnen we daar voor een `schamele' dertig euro staan. Jesper loopt met het mannetje naar

de receptie om het geheel administratief te beklinken, maar komt al gauw scheldend weer naar buiten. We moeten vertrekken, omdat Jesper - terecht - weigert z'n paspoort af te geven en ook nog onbeleefd zou zijn geweest. Een paar seconden heerst het gevoel van paniek: waar moeten we nu heen? Erg veel trek om in de zinderende hitte de door autogassen omhulde `scenic route' langs het Gardaanse campingparadijs vol feestvierend bierbuikend Duitsland en Nederland af te fietsen heb ik niet en ik waag nog maar eens een gokje. De man is om onduidelijke redenen gepiekerd over Jesper's voorkomen, maar wanneer ik hem aanbied om vooruit te betalen en kopieën van onze paspoorten te laten maken, lijkt de verhitting gesust. We staan dus niet op een al te beste plaats - zeg maar ronduit beroerd - maar ach, het is maar voor 1 nacht! (waar heb ik dit eerder gehoord?) Toch zijn we door dit alles, plus de warmte en het vele fietsen van de afgelopen tijd wat moe en geprikkeld en tijdens het opzetten van de tent, vallen er wat woorden tussen Maarten en Jesper. Onder het eten zijn we dan ook wat stil: het zijn de momenten die onvermijdelijk zijn als je zo lang weg bent van huis en tegelijkertijd elke dag fysiek inspannend bezig bent, maar je gedachten uit doen laten gaan naar het comfort en gemak van thuis. Na de afwas en het gebruikelijke doucherondje valt Maarten, met zijn kleren nog aan, in slaap in de tent. Jesper, Daan en ik nemen nog maar een whisky cola en gaan tegen half twaalf naar bed: morgen gauw maar weer verder. Summum van dit alles wordt bereikt wanneer we midden in de nacht hardhandig worden gewekt door een stel lamlendige jongeren - dat zich al zuipend waarschijnlijk al twee weken kapot verveelt - wanneer zij luid brallend eerst langs onze tenten lopen, om vervolgens naast onze tenten stil te gaan staan en proberen om zonder mobiele telefoon hun ouders in Nederland of Duitsland of Engeland op de hoogte te stellen van hun nachtelijke activiteiten. Met de volumeknop op standje opstijgende Boeing 747 knalt Jesper er een `SHUT UP!' tegenaan, waarna de rust terugkeert.