Ondanks ons piepkleine plaatsje weggedrukt in een hoekje van de camping, omringd door hoge heggen,

branden we ook deze morgen onze tent weer uit. We hebben het wel een beetje gehad met deze camping - en de beheerders na het incident van gister waarschijnlijk met ons - en pakken zo snel mogelijk in. Na wat kleine boodschapjes bij de super, verdwijnt Torbole achter ons. Aan het begin van de route langs het Gardameer worden we geconfronteerd met een aantal kleine tunnels en lawineschachten. Het is erg druk op de weg en met de vele vrachtwagens die rakelings langs je fietstassen denderen, is het flink oppassen. Al wat je hier op de weg ziet, zijn Duitsers en Nederlanders: ofwel met z'n vieren of meer samengedrukt in een auto waar de bagage tot aan de achterruit is opgestapeld; ofwel in grote touringcarbussen die in de tunnels zogenaamd vriendschappelijk willen toeteren dat ze eraan komen, maar dat op zo'n kleine afstand doen dat door de plotselinge decibellengolf je ten eerste bijna een hartverzakking krijgt om ten tweede bijna als gehakt in de wielkassen van deze rijdende monsters vol ingeblikte toeristen te eindigen. De weg hobbelt hier en daar een heuveltje op en af, maar altijd is het meer goed te zien. Het gebied rond het meer is erg droog en met de brandende zon erbij waan je je, zeker met de tropisch gevormde dennen en coniferen en af en toe palmbomen en andere tropische begroeiing, absoluut niet in Europa. We rijden lekker door en tegen twaalven komen we langs een kade

aan het water. Het is nog geen twintig kilometer meer naar Bardolino en omdat we alle tijd hebben, stoppen we voor een lunch en siësta. Zo vind ik even de tijd om een cd'tje te luisteren en mijn verslag bij te werken. Anderhalf uur staren we zwijgzaam naar het water, alwaar een tweemaster vol vertierende toeristen langzaam voorbij glijdt. Wellicht dat de verveling enigszins toeslaat of dat de warmte ons een beetje murw heeft gemaakt: we wisselen bijna geen woord uit. Na de broodjes en het niksen, vervolgen we onze weg. We stiefelen met rond de 21 á 22 kilometer per uur lekker door en na een aantal kilometer zien we nog drie toerfietsers voor ons rijden. Aas is aas en natuurlijk moeten ze bijgehaald worden. Ook zij hebben er de pas in en tergend langzaam komen ze nabij. Als we naast ze fietsen, wisselen we de universele groet uit van toerfietsers onderweg: oogcontact is vaak genoeg om elkaar te begrijpen. Ze laten het er echter niet bij zitten en sluiten achter Maarten aan. Zo rijden we in een treintje van vijf verder. We komen langs vele kleine grindstrandjes aan

het meer en vaak zien we de badgasten vreemd opkijken wanneer ze in de hitte van dik dertig graden vijf idiote fietsers in vol ornaat en met volgepakte fietsen voorbij zien racen. Bardolino nadert snel en de campingboulevard ligt als een lint langs het water voor ons. Bij een van de eerste campings die we tegenkomen, twee kilometer voor Bardolino, stoppen we al om te kijken of het iets leuks is. Maarten en Daan passen plichtsgetrouw op de inboedel, terwijl Jesper en ik met onze SPD-schoentjes langs alle bierbuikende Nederlanders, vaak gekleed in slechts een zwembroek of slipje, en hun meegesleepte sleurhutten klikken. Het is een relatief grote terrassencamping met alle benodigde faciliteiten. Jesper informeert of we twee nachten kunnen staan en we mogen vervolgens zelf onze plek uitzoeken. We fietsen de camping over en trekken gelijk al de aandacht van onze tijdelijke buurtgenoten. De camping is bijna compleet bezet door Nederlanders: slechts op enkele geïsoleerde plekjes zijn Duitse enclaves waar te nemen. De temperatuur laat het absoluut niet toe om de tent op te zetten, dus puffen we wat uit in de schaduw onder de bomen. Nadat we gedoucht zijn en de tent eindelijk staat, rijden Jesper en ik naar Bardolino om een supermarkt te zoeken. Die blijkt nog drie kilometer van de camping te liggen. In de supermarkt is het net of we in Nederland

zijn, zoveel horen we onze eigen taal om ons heen. Er staan hier en daar zelfs Nederlandse producten in de schappen. Eenmaal terug op de camping, wachten we niet al te lang met het koken van de pasta: we hebben alweer trek. Na de afwas wordt het snel donker - om half tien begint het al te schemeren - en nog eerst genoten te hebben van de werkelijk sprookjesachtige zonsondergang - hier en daar zien we stelletjes romantisch in elkaar armen zitten aan het water - en nog een borrelrondje gaan we maar naar bed. Na alle geleverde prestaties, gecombineerd met de tropische temperaturen, zijn we allemaal duidelijk toe aan een rustdag.