Om half acht gaat de wekker. Het is pas voor de vierde keer deze vakantie dat Daan en ik er voor acht uur uit gaan, maar o, wat heb ik er een hekel aan. Voordeel is dat het nog redelijk koel is, zodat de tent zonder al te veel te zweten in te pakken is. We ontbijten en proberen daarna zo snel mogelijk alle spullen in te pakken. We hebben het wel gehad met deze ranzige camping, met onze maffe Belgische buren die met hun caravan hier al weken schijnen te staan - gekken, met onze idiote Franse en Duitse buren die hier gaan staan, terwijl ze met de auto zijn. Voordat we de tent hebben afgebroken, wil ik afgerekend hebben en loop naar het kot van Franco, een houten geval vol met rotzooi en afgetrapte oude meubels. `Franco, hey Franky' roep ik, maar hij blijkt niet thuis.

Als hij weg blijft, rijden we weg zonder betalen, denk ik nog bij mezelf. Even later komt het gedrocht aangeslenterd. Jesper en ik proberen hem duidelijk te maken dat 36 euro totaal niet in verhouding staat. Franco blijft echter nee schudden en doorbrabbelen in het Italiaans. We lullen nu net zo hard Nederlands tegen hem, maar krijgen door dat het allemaal geen zin heeft. Jesper loopt weer terug naar de spullen om de laatste dingen in te pakken. Uiteindelijk ben ik het zat en flikker het geld op z'n tafel. `Stik er maar in eikel, le toilette et le douche Grrlllggggggbblegghh' schreeuw ik, een roggelend geluid makend met mijn vinger in mijn keel. Dat lucht op. Buiten registreert Maarten dat iedereen op het veldje met lachende gezichten het geschreeuw vanuit het kot heeft waargenomen. We pakken gauw de laatste spullen in en vertrekken: het wordt nog een lange dag. De route leidt ons door de grotere stad Mantova, maar veel meer

dan industrie en verlaten, vervallen huizen krijgen we niet te zien. Het is nu echt superheet en langzaam aan trappen we weer langs omgeploegde graanakkers en vervallen, instortende verlaten huizen en dorpjes. Het lijkt af en toe of de inwoners in de haast zijn vertrokken voor een naderend onheil, zo uitgestorven komen sommige dorpjes over. Het duurt niet lang voordat we de Po oversteken: een brede, kronkelende, ondiepe, traag stromende stinkende rivier. Midden op de brug over de rivier stop ik om gauw er een foto van te schieten, maar met het wegvallen van de rijwind is het net of je je in een heteluchtoven bevindt. Het stilstaande water doet ons verklaren waar al die muggen toch vandaan komen. Langzaam gaat de temperatuur richting, en bij stilstaan, over de veertig graden. Na een ruime 35 kilometer komen we iets voorbij het plaatsje Pegognaga bij

een hengelmeertje, met grasvelden ernaast. De vele bomen geven er voldoende schaduw en bovendien staan er picknicktafels, perfect dus voor een siësta. Van half een tot half drie nemen we de tijd om wat uit te puffen, uitgebreid te lunchen en te niksen. Een tafel verder zien we de Bertolli-familie tevens aan de picknick. Pater familias wordt omringd door zijn familie: vrouw, beide dochters en aanhang. De vrouwen hebben zich uitgesloofd om de familie te voorzien van een compleet verzorgde maaltijd vol met allerlei lekkers, het is een mooi schouwspel. Wanneer we weer verder rijden, is het nog steeds vreselijk heet en we zweten ons te pletter. Meer dan ooit heb ik nu muziek nodig om deze barrière te overwinnen. Plat zover het oog reikt, de lucht is heiig door het opwaaiende stof in de droogte. Zonder irrigatie zou dit gebied absoluut een woestijn zijn. Wie weet komt het ooit zover, want de dorpjes met namen als Moglia, Concordia, San

Giovanni en Pioppa vertonen weinig teken van leven en vele huizen lijken verlaten. Wie wil hier wonen? Maar nog sterker: wie wil bijna tweeduizend kilometer afleggen om door dit gebied te kunnen fietsen? Vanaf Moglia volgen we zo'n beetje de rivier de Secchia. Een paar keer steken we het modderige stroompje over, dat hier en daar zelfs droog ligt. We worden nog getrakteerd op een aantal flink lange rechte wegen, maar na het dorpje Secchia moeten we de route af om bij de enige camping in de omgeving van Modena te komen. Sinds kilometer zeventig, waar we nog even gestopt zijn om water bij te vullen en in de schaduw even af te koelen, voelen de benen steeds zwaarder en de laatste twaalf kilometer naar de camping vallen dan ook erg zwaar. Wanneer we op het punt komen waar het boekje de camping beschrijft, slaat de schrik ons nog even om hart als we voor een grote zandvlakte en bouwput staan. Gelukkig blijkt de camping nog iets verder te zijn, direct naast een knooppunt van verscheidene snelwegen en

bijbehorende op- en afritten. Het is duidelijk een trekkerscamping voor mensen met auto (en caravan) op weg naar of komend van hun vakantiebestemming in Bologna, Florence of andere delen van Italië. De prijs is met 35 euro nog redelijk hoog, maar er is een bar met drinken en er zijn douches en toiletten, hoewel het wel weer die verschrikkelijke barbaarse hurkuitvoeringen zijn. We mogen onze tent op een groot veld opzetten. Ondertussen is het al zeven uur geweest en we besluiten eerst te koken, waarbij Jesper het gaspitje plus pan met risotto weet om te flikkeren, wat resulteert in een stevig potje gefoeter en getier, vliegende pollepels en borden en gegrinnik van onze Duitse buurman die het schouwspel met groot genoegen in zich opneemt. We moeten de tenten in het donker opzetten, hoewel het licht van lantarenpalen langs de snelwegen voor een vaag geel licht zorgt, en na de douches trekken we direct onze pyjama's aan, om niet geheel opgevreten te worden door de muggen.