Florence
|
Florence
Pian del Voglio - Florence
Afstand 47,1 kilometer
Rijtijd 3:01
Gemiddelde snelheid 15,6 km/u
Maximum snelheid 51,8 km/u
Hoogteverschil 480 meter

Om zes uur word ik wakker van getik dat al snel overgaat in het geruis van stortregen. Nee hè.... Het regent al  gauw zo hard dat ik stroompjes water over het pad naar beneden hoor stromen en modder onder de buitentent door tegen mijn tot nu toe vlekkeloos gebleven binnentent zie opspatten. `Gatver', denk ik, `maar ach, we hebben nog twee uur' en draai me nog een keertje om. Om acht uur regent het nog wel, maar het wordt steeds minder. Wat ik niet zo leuk vindt, is dat er water door het grondzeil en door de bodem van de tent is gekomen en mijn luchtbed aan de onderkant helemaal nat is, plus dat er een flink natte plek in mijn slaapzak zit en mijn handschoentjes doorweekt zijn. Ik zei in Bologna toch al dat ik de verkoeling wel lekker vond, maar dat de regen op mocht houden? We verkleden ons alvast en proberen alles zo droog en schoon mogelijk in te pakken. Onze betweterige buurman heeft blijkbaar ook last gehad met water, want wanneer wij op weg gaan, sleept hij allemaal spullen uit de tent. Nadat ik mijn frustraties over de belachelijk hoge prijs duidelijk heb uitgesproken bij de receptie en tot de conclusie ben gekomen dat ik geen korting krijg en campinggasten na mij ook niet te maken zullen krijgen met lagere prijzen, maar dat deze enigszins agressieve uiting jegens het onschuldige meisje achter de toonbank wel opluchtend werkt, rijden we eerst weer terug naar San Piero. De lucht is ondertussen opengetrokken en het is weer droog. Aan het dorpspleintje is een klein winkeltje gevestigd waar we brood en drinken kunnen kopen. Terwijl Maarten, Daan en  Jesper het bankje naast het politiebureau kopen, klik ik nog even naar de groentewinkel aan de overkant om een paar banaantjes te halen. De enige bananen die ik zie, zijn groen, maar aangezien dit het gehele aanbod van het winkeltje betreft, neem ik aan dat dit vast een zeldzame soort is, welke in rijpe vorm, nog steeds groen zijn. Wanneer ik mijn tanden in de banaan zet, kom ik tot de bevinding dat ik er gruwelijk naast zat. Met een grimas kauwen we de droge bananen naar binnen om daarna met sloten water te proberen ons huigje weer van ons verhemelte los te spoelen. We moeten enorm lachen om de 4x4 polizia Fiat Panda die voor het bureau staat geparkeerd, compleet met zwaailicht en ik maak er stiekem een foto van. Na San Piero krijgen we de laatste klim van de vakantie, een vijf kilometer lang stuk met een stijging van vier tot zes procent. Ondanks dat het alweer behoorlijk warm is, stiefelen we redelijk makkelijk omhoog. Zo'n kilometer voor de top heeft Jesper een voorsprong van ongeveer honderd meter op mij. Deze laatste klim wil ik absoluut als eerste bovenkomen en  ik gooi er een verzetje zwaarder tegen aan. Het voelt goed en al gauw heb ik mijn achterstand ingehaald. Op het moment dat ik Jesper inhaal, haakt hij aan en beginnen we allebei wat harder te rijden. Het gaat steeds harder en het wordt een eindsprint, waarbij we met 23 kilometer per uur tegen de klim aansjouwen en naast elkaar rijdend het uiterste vragen van onze getergde en verzuurde benen. Met verkrampte gezichten halen we de top en tot mijn vreugde heb ik een voorsprong van enkele centimeters weten te handhaven. Compleet kapot en hevig hijgend wachten we bijna vijf minuten totdat Maarten en Daan, die zich niets hebben aangetrokken van onze idiote actie, boven zijn en we weer aan de afdaling kunnen beginnen. We zoeven weer lekker door en  krijgen onderweg doorkijkjes over wijngaarden, olijvenvelden en pittoreske dorpjes. In het plaatsje Fiesole kopen we nog wat extra brood in voor de lunch. Iets na het dorpje krijgen we een prachtig uitzicht over de plaats waar we nu al een maand naar toeleven: Florence. Behalve dat het heiige uitzicht over de grote stad met prijkend in het midden de beroemde dom euforische gevoelens doet oplaaien, is het tevens een confrontatie met het onvermijdelijke: het einde van de vakantie. We dalen verder af en al gauw komen we in de drukte van de stad terecht. De route van Reitsma loopt ten einde en bij het stationsplein moeten we het verder uit zien te zoeken. Op ons richtinggevoel slaan we een paar weggetjes in en al gauw komen we in een voetgangerszone terecht. Met de volgepakte fietsen aan de hand proberen we ons een weg te banen door de warme, drukkende mensenmassa en langs alle toeristenkraampjes. We zien  eruit als idioten tussen al deze toeristen in korte broeken en een camera op de buik in het centrum van deze gigantische stad en zo worden we ook aangekeken. We zijn het ondertussen wel gewend. De stelling: hoe drukker de mensenmassa, des te dichter bij de dom, gaat redelijk op en al gauw bereiken we het plein voor de dom. Het is een werkelijk adembenemend, rijkelijk gedecoreerd gebouw en een meer geschikte finish voor onze vakantie hadden we niet kunnen bedenken. Op het plein vinden we enige bewegingsvrijheid om foto's te laten nemen door landgenoten welke in grote aantallen langs lopen. We treffen een bankje en wagen het er zelfs op om de lunch op het drukke plein te genieten. Het kan ons niets schelen wat de mensen van ons denken: wij hebben ons doel behaald!
Op een of andere manier kan ik mij niet voorstellen dat ik werkelijk het hele stuk van Genève naar Florence heb gefietst en onbewust ga ik er vanuit dat ik wel ergens vals gespeeld moet hebben. Ik kan het mij echter niet meer herinneren en dus zal ik het hele pokkeneind wel zelf afgelegd hebben. Hoe het ook zij: we zijn apetrots op onszelf dat we het gehaald hebben. Horden mensen kijken zowel verbaasd als geïntrigeerd naar ons. Jammer genoeg komen ook al snel een aantal bedelende zigeuners op ons af, een nadeel van de Italiaanse grote steden. Na een paar sneetjes voelen we ons genoeg bekeken en ruimen de boel op. De echte sightseeing komt morgen wel, eerst maar eens de camping zien te vinden. We verlaten Florence zoals we erin gekomen zijn en aan de noordelijke kant van het spoor staat de camping reeds aangegeven. Op een gegeven moment splitst de weg zich: links staat een camping aangegeven met een geel bordje, zoals ze daarvoor ook aangegeven stonden; rechtsaf staat echter een bruin bordje met de camping die dichterbij is en die wij moeten hebben. Daar komen we pas later achter. Wij slaan dus linksaf en kunnen in de volle zon weer flink klimmen. Na een paar honderd meter komen we erachter dat we weer op weg zijn naar Fiesole en slaan onszelf voor de kop. Via een zijweg dalen we weer af en komen terug op de splitsing, waarna we de goede weg inslaan en na een paar honderd meter de ingangspoort van de camping vinden. Het doet in eerste instantie wat luguber aan, maar we kunnen vele trekkerstentjes ontdekken. De receptie van de camping zit bij de jeugdherberg in en is gevestigd in een oude villa. Na de discussie over de paspoorten, gelukkig voor de laatste keer, kunnen we voor een redelijke prijs een plaatsje zoeken op het rotsachtige veldje. We mogen zelfs zonder verder bijbetalen onze tent tot morgenmiddag laten staan, zodat niet met alle spullen morgen Florence is hoeven voor de sightseeing. We  zetten de tenten op naast een gekaapte picknicktafel en Maarten en Daan gaan naar de receptie om een plattegrond van de stad te halen en te vragen waar de supermarkt is. Conform de Italiaanse bureaucratie komen ze een half uur later weer terug, maar het is gelukt. Jesper en ik fietsen vervolgens naar de supermarkt, die overigens over het spoor, drie kilometer terug, blijkt te liggen. Het is een enorme supermarkt, welke mij uitnodigt om op de laatste avond dat ik zelf kook, een koningsmaal te bereiden. Zodoende haal ik vier hamburgers, aardappeltjes, sperziebonen voor mijzelf, witlof voor Daan en fruit om ook nog voor ons beiden een witlofsalade te maken, plus natuurlijk de halve liter fruityoghurt de man als toetje. Wanneer we weer terugfietsen, begint het echter te regenen. Daan en Maarten zitten al in de voortent als we weer terug zijn op de camping. Tot mijn grote opluchting houdt het al gauw op met spetteren, zodat het grote schoon snijden en koken kan beginnen. We maken er een uitgebreide maaltijd van die ons erg goed smaakt en tonnetje rond laten we ons eerst even uitbuiken. Voor de verandering was ik eens af, samen met Jesper. We moeten er wel eerst wat voor koken, want er is weer eens alleen koud water. Het is alweer laat geworden en na wat gedronken te hebben en luisterend naar de tip van een Nederlandse buurman de fietsen goed op slot en in de tent te hebben gezet, gaan we weer naar bed voor een laatste nacht in de tent. Naast ons kletsen de wat aangeschoten Franse buren nog even door, maar al gauw is de rust teruggekeerd.
|