Om half negen vind ik het welletjes geweest, de tent wordt me te benauwd, dit was dan de laatste nacht in mijn muffe slaapzak op een halfzacht en veel te smal luchtbedje. We hebben vandaag ruim de tijd en op ons gemakje douchen- we hoeven geen fietskleding meer aan! - en ontbijten we. Na drie dagen van slechter weer, hangt er weer een blauwe hemel boven ons en belooft het een mooie, maar vooral hete dag te worden. Met alleen onze waardevolle spullen bij ons - de rest van de inboedel mag in tent achterblijven - dalen we de weg weer af naar

Florence. De supermarkt voorziet ons van wat appeltjes voor in de stad en met de ons nu bekende route vinden we onze weg terug naar de dom. Het is vandaag zaterdag en het lijkt alsof er een wisseling van toeristen is, want het is aanmerkelijk rustiger - of liever: minder heel erg druk - in de stad. Dit keer lopen we om de hele dom heen. Bij één van de vele toeristenstalletjes aan het domplein, kopen we stickers van Florence, de laatste van de reeks. De verkoper is verbaasd, maar zeer enthousiast als hij ons de stickers op de fiets ziet plakken en wijst mij een mooi leeg plekje op mijn frame aan, zodat `Firenze' voor iedereen goed te zien is. We maken ons rondje om de gigantische dom af, aan e zijkant staat een enorme menigte, voornamelijk Japanners, in de rij om het heilige gebouw van binnen te mogen aanschouwen. Wij

slingeren met de fiets aan de hand door smalle straatjes langs uitpuilende toeristenkraampjes. Daan en Jesper zijn op T-shirtenjacht en na een tiental prijsvergelijkingen hebben ze het kraampje gevonden met de mooiste souvenirs voor de meest gunstige prijzen. De eigenaar van het kraampje ernaast is echter niet zo blij dat er vier fietsen voor zijn koopwaar worden gestald. Op de zo typisch Italiaanse manier van vriendelijk `verzoeken' probeert hij ons middels het houden van een aansteker onder Daan zijn

fietsvlaggetjes, weg te jagen. We laten het sneue figuur voor wat hij is en vervolgen onze weg. Er is ontzettend veel te zien in Florence, maar we hebben er niet de tijd voor om alles te zien. Bovendien zijn we gewend geraakt aan de rust en stilte van de afgelopen maand en het dicht op elkaar door de hete broeierige stad schuifelen, bevalt ons niet erg. Daarnaast moet er nog ingepakt worden voor de terugreis en zijn we al redelijk verzadigd door alle kilometers en mooie dingen die we onderweg gezien hebben. Wel willen we graag de rivier de Arno nog even zien en op goed geluk begeven we ons richting het water, waar we

uitkomen bij de Ponte Vecchio. Het is een smalle brug, vol met kioskjes die aan weerszijden van het weggetje tegen de rand van de brug zijn geklampt: het betreffen de meer exclusieve toeristenwinkels en juweliers. Midden op de brug is ruimte vrij gehouden, zodat over de Arno uitgekeken kan worden. We gebruiken de beperkte ruimte die er op de stoep is om onze fietsen te parkeren en een appeltje te eten. Ook kan ik gelijk mijn laatste

twee kaartjes schrijven. Aan de overkant lopen we naar de volgende brug om de Arno weer over te steken. Hier is goed te zien hoe dicht de winkeltjes van de Ponte Vecchio tegen elkaar aangeplakt zitten en wat een gekrioel van mensen het daar is. Terug op de noordzijde stappen we weer op de fiets en slingeren wederom naar de dom. Via de supermarkt, waar nog wat koud drinken en lekkers wordt ingeslagen, kachelen we weer terug naar de camping. Het is ondertussen al half drie en er moet nog een hoop gebeuren. Langzaam aan schiften we welke spullen de vakantie in Italië mogen voortzetten en wat ingepakt moet worden. Je staat ervan versteld hoeveel troep er blijkbaar onnodig is meegesleurd: de vuilnisbak op het veldje is bijna niet afdoende voor het verwerken van onze afvalhoop. Met pijn in mijn hart demonteer ik mijn triatlonstuur en spiegeltje. De spd-schoenen,

fietskleding en helm kan ook ingepakt worden. Iets voor vijven is ook de tent ingepakt, dankzij het zonnetje helemaal droog, zijn we gedoucht en is alles klaar voor de laatste etappe. Voor de laatste keer dalen we het weggetje af en pakken nemen we de spoorbrug naar het centrum. Omdat we niet meer kunnen koken, stevenen we af op de McDonalds voor een snelle hap. Tussen alle scooters aan de kant van de weg parkeren we de fietsen en op het trottoir nuttigen we de overal ter wereld hetzelfde smakende friet, hamburger en halve liter cola. Wanneer we weer verder hobbelen, breekt prompt Jespers bout van z'n lowrider af. Dat moest nog even in die laatste kilometers gebeuren. Na een heftige scheldwoordenkanonnade en een half dozijn tiewraps later kunnen we weer verder. Voor de allerlaatste keer passeren we de dom en fietsen we de Arno weer over. Even lijkt het erop dat we verdwalen in het labyrint van éénrichtingsweggetjes, maar ook hier overtreden we een fiks aantal verkeersregels om ons doel te bereiken. Na een kleine klim, lijkt het chaotische Florence achter ons te liggen en volgen we de groene bordjes van de

autostrada.Galuzza is niet ver meer en al gauw doemen de tolpoortjes voor ons op. Bij de op- en afrit van de snelweg zouden we volgens de gegevens van de busmaatschappij moeten verzamelen. We zijn óf vroeg, of op de verkeerde plaats, want bij het kleine parkeerhaventje waar we zouden moeten zijn, is nog helemaal niemand. We wachten dan ook nog even met het afhalen van alle fietstassen en het demonteren van de lowriders. Een half uurtje na onze aankomst, komen er echter meer fietsers aan en al gauw is het een drukte van belang. Overal staan fietsen geparkeerd en zijn de mensen bezig met demonteerwerk en het samenbinden van fietstassen. Het gaat nu echt gebeuren: de vakantie zit erop. Met ducktape bind ik mijn tassen aan elkaar. In een los tasje stop ik mijn lowriders en losse boutjes - wat een rotwerk is het om die krengen die ik thuis zo ongelooflijk vast heb gedraaid en een maand lang vast hebben zitten roesten, weer los te krijgen. Ik kijk naar mijn fiets: wat een kaal gezicht is dat, geen tassen, stuurtje,

spiegeltje, low-riders, het stuur een kwartslag gedraaid. Het besef dringt door dat ondanks het triomfale gevoel verkregen door de prestaties die we hebben geleverd en de ongelooflijke afstand en natuurlijke barrières die we hebben overbrugd, de terugreis langer en moeilijker wordt naarmate de afstand en tijd van huis langer is. Het inpakwerk en de aankomende bus voelt alsof we een nederlaag hebben geleden. De grote magneet daar ergens grofweg achttienhonderd kilometer noordelijker trekt ons weer terug naar waar we vandaan komen. De bus stopt netjes bij de inham. Een korte blik in de volle bus en het aantal mensen dat buiten staat te wachten, doet mij enigszins wantrouwen. Hoe gaat dit passen? De organisatie lijkt geen acht te slaan op de wachtende fietsers. Het groepje naast ons mag blijkbaar eerst in de

bus en wanneer na het inpakken van hun bagage de buschauffeur de bagageluiken sluit, besluit ik maar even te vragen wat er aan de hand is. Tot mijn grote opluchting komt er volgens de chauffeur nog een bus aan en even later blijkt dat inderdaad het geval. Ondertussen is gaat het schemeren en wanneer alle fietsen in de aanhanger zijn gehangen - wat een vreselijk gezicht, die fietsen rechtop hangend aan het voorwiel - en iedereen zijn bagage in het ruim heeft gepropt, is het donker. Na een kort koppensnellen, vertrekt de bus. Het is een leuk gezelschap van actieve fietsers en wandelaars en al gauw barsten de vakantieverhalen los. Binnen anderhalf uur zijn we alweer bij Bologna: hier hebben

we verdorie drie dagen over geploeterd! Met ongeloof zie ik de meters voorbij vliegen en met hevige weerlichten op de achtergrond, jakkeren we voort over de Povlakte, ik kan het eigenlijk niet aanzien of zelfs beseffen. Ik pak mijn diskman en zet maar een cd'tje op, mijn gedachten zijn bij de vele dorpjes, plaatsen, weggetjes, bergpassen, rivieren, bossen, meren en andere mooie plekjes waar we zijn geweest en stiekem, heel stiekem, denk ik al aan wat voor ongelooflijke tocht ik de volgende keer wil gaan maken. De bus hobbelt voort en we doezelen in, mijn gedachten dwalen af. De fiets heeft mijn hart gestolen.