Obereisenbach
|
Obereisenbach
Afstand: 73 km
Hoogste punt: 640 m
Laagste punt: 261 m
Hoogtemeters: 800 m
Klimmen: 27 km
Vlak: 4 km
Dalen: 43 km
In het lieflijke dorpje Bullingen doen we inkopen. In de hoofdstraat van het gehucht zitten de buurtsuper, bakker en slager vlak bij elkaar. Maarten past even op de fietsen. In het kleine buurtsupertje staat een oud klein mannetje achter de balie met een vriendelijk rimpelig gezicht. In m'n beste Duits weet ik wat Konfiture, bananen en chocopasta te krijgen. De man pakt de producten gedwee voor me en nadat hij m'n fietskleding heeft geinspecteerd, loopt hij naar achteren en pakt de krant van gisteren om me het laatste Tournieuws te laten lezen. Honderd meter verderop haal ik nog een paar chocoladebroodjes bij een alleraardigst bakkersmeisje.

Een kilometer of twee moet er met ruim tien procent geklommen worden. De klim is constant en er is totaal geen verkeer. Het is lekker ontspannen klimmen, de handen hangend over het stuur. Ik hoor slechts het hijgen van mezelf en van Maarten een paar meter voor me en staar naar het voorbijglijdend asfalt en m'n op en neer bewegende knieën. Zo midden in het bos is het een prachtig gezicht links van de weg een diepe afgrond te zien die in het donker van de dicht op elkaar groeiende bomen verdwijnt.
Plots verschijnt rechts een prachtig uitzicht over het diepgroene Ourdal waaruit we zijn opgeklommen. De afdaling wordt ingezet en met een flinke vaart verliezen we hoogte en verdwijnen over de rand, totdat na een paar kilometer ruime bochten draaien plots de volgende grensovergang zich meldt: een brug over de Our. Er loopt een grotere weg langs de rivier en al na vier kilometer is daar de camping, compleet Nederlandstalig!
Compleet verslag
Half vier: scheldwoorden vliegen over de camping, gevolgd door het huilen van een kind. Het arme Belgische jongetje van twee tenten verderop heeft in z'n bed geplast. Z'n vader vloekt en tiert het uit en blijft hem maar slaan. M'n hart bonkt in m'n keel en ik moet me inhouden niet met een hamer uit de tent te stappen, nu dat er ook harde stompgeluiden hoorbaar zijn. `Vies, vuil zwijn, da' ge de bent' klinkt het en het jochie krijgt nog een paar kletsen om de oren. Het houdt een kwartier aan, als net op tijd een Duitse buurman uit z'n tent stapt en met een paar ferme woorden de zieke man tot bedaren weet te brengen. Het kost me drie kwartier om weer in slaap te komen. Om half acht gaat de wekker. We zijn wat sloom en doen er dit keer twee uur over om alles in te pakken. Direct van de camping af gaat de weg steil omhoog. Zo met de koude spieren tien procent omhoog voelen we dat we de afgelopen drie dagen een behoorlijke inspanning hebben geleverd. In het lieflijke dorpje Bullingen doen we inkopen. In de hoofdstraat van het gehucht zitten de buurtsuper, bakker en slager vlak bij elkaar. Maarten past even op de fietsen. In het kleine buurtsupertje staat een oud klein mannetje achter de balie met een vriendelijk rimpelig gezicht. In m'n beste Duits weet ik wat Konfiture, bananen en chocopasta te krijgen. De man pakt de producten gedwee voor me en nadat hij m'n fietskleding heeft geinspecteerd, loopt hij naar achteren en pakt de krant van gisteren om me het laatste Tournieuws te laten lezen. Honderd meter verderop haal ik nog een paar chocoladebroodjes bij een alleraardigst bakkersmeisje. Ondanks dit weliswaar grijs en stil maar toch lieflijk gehucht, hebben we het na het incident van vannacht gehad met het Oostkanton, dat weliswaar mooie stukjes glooiend landschap heeft, maar ons voornamelijk chaotisch en rommelig overkomt. Het is een gedeelte van Belgie dat een eigen land op zich is, zonder centrale leiding en op sommige plekken zelfs voorzieningen. De boerderijen die her en daar verspreid liggen, lijken zelfvoorzienend. Het routeboekje doet vermoeden dat we constant zullen afdalen, wat een desillusie. Om de paar honderd meter krijgen we een fel klimmetje waarbij een paar tiental meters wordt gewonnen, om vervolgens deze hoogte direct weer te verliezen aan de volgende afdaling. De wegen zijn verlaten en slechts sporadisch komen we een auto tegen. Links en rechts krijgen we uitzichten over dalen met dichte naaldbossen, afgewisseld met weilanden en grazende koeien. Het geheel wordt ontsierd door een lint van windmolens aan de oosterhorizon: de grens met Duitsland. Na een wat langere afdaling komen we in een dal en pakken hier het riviertje de Our op, welke de grens met Duitsland vormt en even verderop de grens tussen Duitsland en Luxemburg. We krijgen nog twee stukjes onverhard, gelukkig niet al te slecht. Onderweg komen we nog een aantal andere Benjamin fietsers tegen. We hebben met ze te doen. Immers: wij rijden stroomafwaarts richting het mooie groene Luxemburg en zij andersom naar het Oostkanton. Onze rit door Belgie loopt ten einde. We slaan negentig graden af en kunnen gelijk aan de pedalen trekken. Ons zicht wordt ontnomen door een fikse heuvel met dichte naaldbossen. Je raadt het: op de top ligt de grens. Een kilometer of twee moet er met ruim tien procent geklommen worden. De klim is constant en er is totaal geen verkeer. Het is lekker ontspannen klimmen, de handen hangend over het stuur. Ik hoor slechts het hijgen van mezelf en van Maarten een paar meter voor me en staar naar het voorbijglijdend asfalt en m'n op en neer bewegende knien. Zo midden in het bos is het een prachtig gezicht links van de weg een diepe afgrond te zien die in het donker van de dicht op elkaar groeiende bomen verdwijnt. Ken je de weg, dan kun je hier perfect mountainbiken. De top ligt op vijfhonderdveertig meter, even buiten het bos. We rijden nu op een plateau en zien licht glooiende heuvels met een aantal diepe dalen. Ondertussen is het na enen, een schrijnend energietekort dreigt. Gelukkig is een bankje niet ver weg en gebruiken we een uitgebreide lunch van ruim een uur. Daarna klimmen en stijgen we nog een paar keer. het landschap begint voor ons - verwende vakantiefietsers - wat eentonig te worden en de vele kleine hobbeltjes slopen de benen. Het is niet ver meer naar Luxemburg. Plots verschijnt rechts een prachtig uitzicht over het diepgroene Ourdal waaruit we zijn opgeklommen. De afdaling wordt ingezet en met een flinke vaart verliezen we hoogte en verdwijnen over de rand, totdat na een paar kilometer ruime bochten draaien plots de volgende grensovergang zich meldt: een brug over de Our. Er loopt een grotere weg langs de rivier en al na vier kilometer is daar de camping, compleet Nederlandstalig! We zijn er al om kwart voor vier en krijgen een mooi plaatsje aangewezen bij het water. Werkelijk negentig procent van de gasten is nederlander en er heerst een gezellige sfeer. Het sanitair is superschoon en het geheel geeft ons een duizend keer beter gevoel dan we gister op de camping hadden. Nu zitten we aan een ondiep, kristalhelder riviertje met Duitsland aan de overkant midden in de bossen. We gebruiken de middag om te douchen, wat kleding uit te hangen en te eten. Enig minpuntje aan de dag is dat het tegen negenen begint te onweren en te regen, de lucht zit snel potdicht. De weersvoorspelling van de campingbeheerder dat het de komende dagen niet noemenswaardig slecht weer zal worden is de basis voor onze ijdele hoop dat er morgenochtend gefietst kan worden onder een blauwe hemel.
|