Burtoncourt
|
Burtoncourt
Afstand: 55 km
Hoogste punt: 350 m
Laagste punt: 142 m
Hoogtemeters: 500 m
Klimmen: 27 km
Vlak: 6 km
Dalen: 22 km
De fietsen zijn een stuk zwaarder en de afdaling van gisteren het dorp in valt nu zwaar om te klimmen. Bovenaan rijden we nog even op de drukke weg om er daarna snel vanaf te gaan. We rijden door een landschap van graanakkers en bossen, afgewisseld door kleine boeren gehuchten. Een enkele boer is met z'n trekker bezig het land om te ploegen waar het graan gedorst is. De schuren in het land staan er vervallen bij, landbouwwerktuigen roesten er werkeloos weg.
In Aboncourt begint het te druppelen en voor het eerst deze vakantie zijn de regenpakken nodig. We moeten nog twee kilometer onverhard, over een smal slingerend paadje van losse brokken restasfalt. Dit rijdt echt klote, zeker met een klam regenpak aan, modderplassen op het pad en met zuigende stukjes vals plat. De fietsbanden zakken weg in de modder en laten diepe sporen achter. Het is een waar niemandsland in dit stukje verlaten Frankrijk, midden in de graanvelden.
De rest van de dag regent het en blijven we lekker in onze tent liggen. Een paar uur na ons arriveert het Nederlands stel met de haren plat op het hoofd geplakt van de regen. Ze zetten naast ons hun tentje op.
`Vies weer hè?'
`Ach', antwoordt de vrouw nuchter, `we zijn niet van suiker.'
Dat zijn de echte. Toch vind ik het buiten veel te koud met de striemende regen en snijdende wind. Ik krijg het voor elkaar vanuit de binnentent de pasta met saus te bereiden en we proberen het zonder al teveel morsen op onze slaapmatjes op te eten.
Compleet verslag
De etappe van gisteren heeft onze benen toch geen goed gedaan en in combinatie met twee biertjes lukt het niet om voor half negen uit de tent te komen. Het is droog, maar zeer zeker niet warm. De buurtjes zijn een stuk sneller klaar en zeggen vriendelijk gedag als ze op de fiets stappen. We komen ze misschien nog tegen aangezien ze gisteravond nog om raad vroegen over de campings. Het stel heeft net zoals wij weinig zin om vandaag veel te rijden en de enige camping die in aanmerking komt ligt in Burtoncourt, zo'n goede vijftig kilometer rijden. Pas om half elf zijn we klaar en kunnen we op pad: de extra kilometers van gisteren vormen nu het begin van de etappe. In plaats van de oversteek bij Schengen, blijven we nu op de oostoever, zodat we de supermarkt die gisteren zo gemeen lonkte, kunnen aandoen. Er wordt groots ingeslagen en met een halve winkelwagen kom ik weer naar buiten. Drinken, water, bananen, snickers, chocola, brood, past en rijs met sauzen en groenten: het verdwijnt allemaal in de fietstassen. Behalve de yoghurt, die lepelen we snel naar binnen. Een paar samenscholende Franse dames die de laatste roddels van het dorp uitwisselen, slaan het tafereel met argusogen gade. De fietsen zijn een stuk zwaarder en de afdaling van gisteren het dorp in valt nu zwaar om te klimmen. Bovenaan rijden we nog even op de drukke weg om er daarna snel vanaf te gaan. We rijden door een landschap van graanakkers en bossen, afgewisseld door kleine boeren gehuchten. Een enkele boer is met z'n trekker bezig het land om te ploegen waar het graan gedorst is. De schuren in het land staan er vervallen bij, landbouwwerktuigen roesten er werkeloos weg. De dorpjes zijn klein en uitgestorven en het is duidelijk dat de leegloop hard doorzet. De eens zo bloeiende kool en staalindustrie is ingestort en jongeren vinden hun heil in de steden of andere gebieden. In sommige dorpjes verkeren zelfs de kerkjes in vervallen staat, een schande. Het ruikt hier ook vreemd, smerig haast. De geur komt van een smeulende boerderij honderd meter in het veld. Vieze rookpluimpjes dwarrelen op en hullen de weg in een grauw askleurige wolk. Het bouwwerk staat er troosteloos bij met tussen het verschroeide hooi een uitgebrande auto en trekker. De route gaat aardig op en neer en het is een prikkelende aanslag op de ietswat zure benen. Het Nederlands stel had een aardig stukje voorsprong, maar hier in de heuveltjes zien we ze al snel in de verte verschijnen. Een paar keer verdwijnen ze nog in de kleine afdalinkjes tussen de graanvelden maar binnen korte tijd halen we ze in. Beide zijn diep verzonken in hun gedachten en de man schrikt hevig als ik plots naast hem fiets en groet. Ze hebben de supermarkt niet gevonden en hebben haast geen eten bij zich. We kunnen hen gerust stellen met het feit dat we de tassen vol met brood en eten hebben en dat ze als ze ook naar Burtoncourt gaan, eten van ons kunnen krijgen. De vrouw is zichtbaar opgelucht.
De weg volgt een beetje de rivier de Canner, maar het heeft meer weg van een stinkende sloot. Desalniettemin steken we het een paar keer over. In Aboncourt begint het te druppelen en voor het eerst deze vakantie zijn de regenpakken nodig. We moeten nog twee kilometer onverhard, over een smal slingerend paadje van losse brokken restasfalt. Dit rijdt echt klote, zeker met een klam regenpak aan, modderplassen op het pad en met zuigende stukjes vals plat. De fietsbanden zakken weg in de modder en laten diepe sporen achter. Het is een waar niemandsland in dit stukje verlaten Frankrijk, midden in de graanvelden. Na het pad kunnen de regenpakken uit. Nog steeds is het niet warm. De laatste paar kilometer moeten we klimmen door het bos en ook nog een paar honderd meter over een semisnelweg waar de tientonners je met ruim honderd langs komen zeilen. Na een ferme afdaling is daar dan de camping: we rijden er haast aan voorbij. Het is een kleine camping waar enkel een paar Fransen staan. Tot m'n grote schrik zijn er hurktoiletten! Gatver. Nog voordat ik m'n rondje over de camping voltooid heb en we de kans hebben gekregen de tent op te zitten, begint het te regenen en haasten we ons om de tent overeind te krijgen en de spullen droog op te bergen. Net op tijd, het begint flink te hozen. In m'n zwembroek waag ik de gok en ren over de camping naar het sanitairblok om uit nood gebruik te maken van het hurktoilet. Ik voel me tot op dierlijk niveau geminacht als ik geheel naakt op m'n hurken zak. Ik doe m'n best om het spijsverteringskanaal tot aan de maag leeg te krijgen, om zo tot aan Zwitserland geen gebruik meer te hoeven maken van dit Frans stukje primitieve onkunde. Eenmaal klaar sta ik op m'n tenen in het uiterste hoekje en druk met uitgestrekte arm en vinger op de spoelknop. Een mini hartaanval van de chrik van het donderd geweld en een kleine overstroming a la Bert Visscher (het komt als een vloedgolf over je heen) later waag ik mij met gebogen hoofd weer naar buiten. De rest van de dag regent het en blijven we lekker in onze tent liggen. Een paar uur na ons arriveert het Nederlands stel met de haren plat op het hoofd geplakt van de regen. Ze zetten naast ons hun tentje op. `Vies weer he?' `Ach', antwoordt de vrouw nuchter, `we zijn niet van suiker.' Dat zijn de echte. Tocht vindt ik het buiten veel te koud met de striemende regen en snijdende wind. Ik krijg het voor elkaar vanuit de binnentent de pasta met saus te bereiden en we proberen het zonder al teveel morsen op onze slaapmatjes op te eten. Maarten heeft pech, het is zijn afwasbeurt vandaag. Al vroeg gaan we naar bed, terwijl de regendruppels nog vrolijk naar beneden vallen.
|