Nancy
|
Nancy
Afstand: 104 km
Hoogste punt: 404 m
Laagste punt: 161 m
Hoogtemeters: 960 m
Klimmen: 46 km
Vlak: 7 km
Dalen: 50 km
Ook nu bestaat het landschap nog enkel uit graanvelden en plukjes bos en ik vrees dat dit nog enkele dagen zo zal blijven. De weg gaat licht naar beneden en het asfalt is super, een kleine zeldzaamheid. De wind blaast ons voort en we krijgen het voor elkaar om een langer stuk veertig te koersen. Bij les Etangs - vernoemd naar het franse woord voor de moerasjes en vennen die zijn ontstaan doordat water hier op de leemgrond blijft staan - pakken we een alternatieve route op om zo een omweg en de grote stad Metz te ontwijken.
De wind waait hard en er is lastig tegen in te komen, zelfs bij de afdalingen. Op elke heuvel staan een paar bomen met daartussen een kruis, liefst met een bloederige Jezus eraan vastgenageld. Op een van deze topjes, uitkijkend over de wijde omgeving, lunchen we, waarbij de wind het brood ons bijna uit de handen slaat.
De route wil ons door de stad Nancy leiden, maar daar hebben we niet zoveel zin in. In Champigneulles steken we de Meurthe over en duiken onder de snelweg door, het bos in. Het smalle pad gaat op z'n Engels rechtuit de bult op, nog tot vierhonderd meter hoogte. De route gaat echter mooi langs Nancy door een rustig natuurgebied. Een klein doorsteekje verder komen we bij de camping.
Compleet verslag
Om half zes hoor ik onze buren al rommelen in hun tent. `Gatver', denk ik en draai met nog een keer om. Om half acht staat we maar weer om, Maarten is aardig sloom. Buiten is het droog en de zon doet verwoede pogingen om door de wolken te prikken, maar het blijft koud. De fietsbroek heeft niet echt kunnen drogen en de klamme zeem voelt vies aan. Lekkerrr. De buren zijn al lang weg als wij ons ontbijtje beginnen. Voor het eerst moet er ook een warm kopje thee aan te pas komen, die overigens een bijsmaakje van de pastasaus heeft, omdat Maarten gisteren alleen maar met koud water kon wassen. Stipt half tien is alles ingepakt en kunnen we fietsen. Als eerste moet er direct twee kilometer door het koude vochtige bos geklommen worden, altijd lekker op de koude spieren. Daarna pakken we de D3 op en jangen met een gangetje van rond de dertig (wind in de rug) naar beneden. Toch is het rijden op de grote weg geen pretje en we zijn blij als we de kleinere wegen weer op kunnen. Ook nu bestaat het landschap nog enkel uit graanvelden en plukjes bos en ik vrees dat dit nog enkele dagen zo zal blijven. De weg gaat licht naar beneden en het asfalt is super, een kleine zeldzaamheid. De wind blaast ons voort en we krijgen het voor elkaar om een langer stuk veertig te koersen. Bij les Etangs - vernoemd naar het franse woord voor de moerasjes en vennen die zijn ontstaan doordat water hier op de leemgrond blijft staan - pakken we een alternatieve route op om zo een omweg en de grote stad Metz te ontwijken. Hiermee is de bewoonde wereld gelukkig ook weer bereikt. Mensen vertonen zich op straat en de dorpjes zien er meer levendig en netter uit. De verloren hoogte wordt gecompenseerd door twee felle colletjes welke we verkiezen te rijden boven een stuk van twee kilometer onverhard. Na een afdaling in het bos groet een grote ecomarche in het dorpje Courcelles Chaussy naar langskomende mensen. Tot en met de whisky liggen de producten in de schappen, dus in elk geval genoeg voor wat brood, water, bananen en jam. De Fransen zijn in dit gedeelte van Frankrijk, waar de toeristen zich schaars vertonen, stug en de cassiere gunt me geen blik nog woord waardig ondanks mijn vriendelijk `bonjour'. Ach, misschien heeft ze haar dag niet. Na deze stop gooien we onszelf weer in de graanvelden, die de eenzame fietser kilometers lang voorzien van wijdse blikken over oneindige velden van broodjes en pasta in wording, tot aan de horizon. De wind waait hard en er is lastig tegen in te komen, zelfs bij de afdalingen. Op elke hevuel staan een paar bomen met daartussen een kruis, liefst met een bloederige Jezus eraan vastgenageld. Op een van deze topjes, uitkijkend over de wijde omgeving, lunchen we, waarbij de wind het brood ons bijna uit de handen slaat. De zon heeft moeite door de bewolking te prikken en erg warm is het niet. In een volgende afdaling staat een kudde koeien, ze staren koeiig naar wat voorbij komt en lijken niet te beseffen wat voor gekken er langs fietsen. Of misschien wel en laten ze deze gekleurde zwerverskaravaan in hun waarde. Zo dichter bij Nancy wordt het verkeer drukker en na een scherpe afdaling voor Millery rijden we langs de autoroute du Soleil, welke voor het merendeel gevuld is met atuo's met gele kentekens en verkeerd beladen caravans erachter. De route wil ons door de stad Nancy leiden, maar daar hebben we niet zoveel zin in. In Champigneulles steken we de Meurthe over en duiken onder de snelweg door, het bos in. Het smalle pad gaat op z'n Engels rechtuit de bult op, nog tot vierhonderd meter hoogte. De route gaat echter mooi langs Nancy door een rustig natuurgebied. Een klein doorsteekje verder komen we bij de camping. Het is een trekkerscamping voor mensen op weg naar of terugkomend van hun vakantie in Frankrijk, wat evenveel wil zeggen als dat de camping een grote Nederlandse enclave is. Na de karbonade met haricots verts en aardappeltjes heeft Maarten niet veel puf meer en ik laat hem even achter om nog een avondwandeling te maken. Nancy ligt beneden aan de heuvel en even voorbij de camping kun je prachtig over de stad uitkijken. Ik wordt nog even gestoord door telefoon van het thuisfront, ze hebben het ook erg naar hun zin in Zuid Frankrijk. Zo genietend van dit goede leven loop ik vergenoegd via de receptie terug om nog een fles cola te halen. Deze nuttigen we met een zak chips en daarna is het slusch, morgen zien we weer!
|