Martigny
Afstand: 93 km
Hoogste punt: 480 m
Laagste punt: 360 m
Hoogtemeters: 477 m
Klimmen: 39 km
Vlak: 18 km
Dalen: 36 km
Over de grote weg fietsen we door het protsige Montreux. Het gebied heeft een micro tropisch klimaat waardoor er tropische planten en (palm)bomen groeien. Montreux heeft dit ook en in combinatie met een paar casino's, hele chique vijf sterren hotels en een nog duurdere
winkelboulevard is het het Las Vegas van Zwitserland. Cabrio's met mooie blondines zijn hier niet zeldzaam en het is een leuk plaatsje om doorheen te rijden. (...) Hier is het nog koel door het windje dat van het water komt en onder een boom genieten we een klein uurtje van het uitzicht over het meer, onder het genot van de lunch en een krantje.

Af en toe overkomt me een vlaag van misselijkheid van al die opdoemende bergtoppen links en rechts. Velen zijn al zo hoog dat er geen bomen op de toppen groeien en zo steil dat een enkele beek over de rand als een waterval naar beneden klettert. Verder in het dal komen de imposante bergwanden dichter bij elkaar. Ik begin me af te vragen waar ik aan begonnen ben en hoe we in vredesnaam al die cols van boven de tweeduizend meter moeten gaan beklimmen.
Compleet verslag
Gelukkig is de pijn bij het ochtendgloren bijna weg. Het oog is nog wel geirriteerd en rood, maar het gaat. Voor de zekerheid doe ik alleen de rechterlens in: wat rust zal goed zijn. Thuis dachten we dat we een heel strak schema hadden opgezet, maar met ons gejakker van de laatste dagen lijken we hier lak aan te hebben. De beklimmingen in de Alpen zullen zwaar zijn en daarom willen we nu nog wat extra ruimte creeeren. Langs het meer gaat de route veel over wat drukkere wegen en het eerste stukje terug naar Lausanne is met tankstations, kantoorpanden en andere grauwe gebouwen niet erg interessant. Lausanne zelf is wel leuk om even doorheen te komen. De weg loopt strak langs het water, zodat je niet dwars door de stad hoef. Vorig jaar moest ik met Daan hier boodschappen doen, hetgeen resulteerde in een klim van twaalf en een half procent het centrum in. Rechts vind je af en toe een inhammetje waar dan tal van zacht wiegende zeilbootjes liggen. Op het meer zelf vaart vandaag niet veel: er staat haast geen wind. Over mooie promenades met veel bomen en bankjes gaat het langs het I.O.C. en vele andere, veel te dure maar zeer mooie congrespanden, villa's en hotels. Het is warm en de lucht is strakblauw, waardoor we het hele meer overzien. Het lijkt erop dat het hier een tijd niet heeft geregend, de grond is gortdroog en de lucht is heiig. Na nog een stukje grote weg, duiken we de wijgaarden in. Op de gehele noordoost-oever van het meer van Geneve zijn op de zuidhellingen grootschalig wijnvelden aangelegd. Ze worden onderbroken door de aanwezigheid van grote landhuizen met allen chateaux in hun naam, het bewijs dat de wijnhuizen hier goed boeren. Het betekent wel dat we een paar felle klimmetjes krijgen waarvoor we in ruil fraaie uitzichten over het meer krijgen met de Franse Alpenwanden aan de overkant. In het dorpje Vevey stoppen we even voor een korte snackpauze. In een straatkioskje kopen we gelijk wat ansichtkaarten en gelukkig: er is eens een Nederlandse krant te koop. Over de grote weg fietsen we door het protsige Montreux. Het gebied heeft een micro tropisch klimaat waardoor er tropische planten en (palm)bomen groeien. montreux heeft dit ook en in combinatie met een paar casino's, hele chique vijf sterren hotels en een nog duurdere winkelboulevard is het het Las Vegas van Zwitserland. Cabrio's met mooie blondines zijn hier niet zeldzaam en het is een leuk plaatsje om doorheen te rijden. Hiermee zijn we tevens al bijna aan het einde van het meer. De Franse en Zwitserse oeverwanden komen steeds dichter bij elkaar totdat ze aan de mond van het meer het Rhonedal vormen, een redelijk brede vlakte met aan beide kanten steile bergwanden. In Villeneuve stoppen we voor de lunch. Hier is het nog koel door het windje dat van het water komt en onder een boom genieten we een klein uurtje van het uitzicht over het meer, onder het genot van de lunch en een krantje. Vanaf het meer komt een raderboot aangeraced, met achterop wapperend een typerende Zwitserse vlag van minstens vijf bij vijf meter. Alsof het niets is, scheurt de boot met flink opspattend water als een gek op de kade af om vervolgens met akelige precisie aan te meren. De pagagiers lopen aan boord en nog geen twee tellen later scheurt het gevaarte weer verder. Zwitserse stiptheid. Via wat kleine paadjes door het bos komen we op het fietspad langs de Rhone, die hier flink hard stroomt zo te zien en vele gevaarlijke stromingen heeft. Wanneer het windje niet via de rivier in onze gezichten blaast, is het zeer heet. Het licht stijgende fietspad zorgt er weer voor dat het tempo opgeschroefd wordt en Martigny komt rap nabij. Af en toe overkomt me een vlaag van misselijkheid van al die opdoemende bergtoppen links en rechts. Velen zijn al zo hoog dat er geen bomen op de toppen groeien en zo steil dat een enekel beek over de rand als een waterval naar beneden klettert. Verder in het dal komen de imposante bergwanden dichter bij elkaar. Ik begin me af te vragen waar ik aan begonnen ben en hoe we in vredesnaam al die cols van boven de tweeduizend meter moeten gaan beklimmen. Tot vlak voor Martigny houden we de cremekleurige hevig stromende Rhone gezelschap. De rivier maakt vlak voor de plaats een haakse bocht en wij schieten door naar het centrum. Martigny staat bekend als een stad, maar is meer een groot gezellig dorp, met vele terrasjes en restaurantjes. Aan de hoofdweg ligt de supermarkt en ook de camping blijkt vlakbij te zijn. Wederom is het een Nederlandse enclave. Nog voordat de tent goed en wel staat, staan er twee Nederlanders `op de stoep'. Na een gezellig babbeltje - het blijft leuk te vertellen aar je vandaan komt en waar je naartoe gaat - zijn we al uitgenodigd om een bordje macaroni mee te eten. Dat slaan we natuurlijk niet af! Een straatje verderop staan twee gezinnen waarbij we aan kunnen schuiven. Ze hebben werkelijk waar voor een weeshuis gekookt en pas na drie keer opscheppen is alles op. Het klikt en we babbelen nog het een en ander na over fietsen, de omgeving en andere zaken. Een andere buurman schuift ook nog even aan om te kijken welke `zielenpoten' onze gastheren vandaag weer hebben uitgenodigd. Blijkbaar zijn er vaker mee-eters. Niet veel later staat het bier en de whisky op tafel en met wat knabbels erbij borrelen we tot ver in de avond gezellig na. hiermee verdringen we een klein beetje de zenuwen die we hebben voor de col van morgen, gelijk een van de allerzwaarsten. Gert Jan, een van de gastheren, is enthousiast van onze verhalen en biedt aan morgen mee te fietsen op zijn meegenomen racefiets. We liggen er, ondanks dat we er om zeven uur uit `moeten', laat in, maar slapen dankzij de alcohol zeer goed.