Bourg St Maurice
|
Bourg St Maurice
Afstand: 56 km
Hoogste punt: 2194 m
Laagste punt: 811 m
Hoogtemeters: 1292 m
Klimmen: 21 km
Vlak: 1 km
Dalen: 35 km
In Pre St. Didier stoppen we voor wat inkopen bij de buurtwinkel. In mijn beste slechte Italiaans krijg ik het voor elkaar om bij het gedrongen vrouwtje twee bananen, water en brood te kopen. Ze vindt me maar grappig of misschien wel zielig. Het vrouwtje lacht in elk geval vriendelijk en als we even later buiten onze bidons vullen, loopt ze op ons af en vraagt in het Frans zowaar of we broers zijn. Stom als ik ben zeg ik nee en het vrouwtje loopt terug naar haar dochter die even verderop ons gade slaat. Ben benieuwd wat er was gebeurd als ik ja had gezegd.
De grootste ruk maakt het parcour met de volgende haarspeldbochtenreeks kats tegen een laatste bergwand met naaldbomen op. Tussen de bomen door heb je van tijd tot tijd prachtige uitzichten over het gereden traject, la Thuile diep beneden en heel in de verte het Aostadal. De toeristen, veelal Duitsers en Italianen, moedigen ons aan en voor we het weten, zijn we al bijna bij de top.

Het eerste stuk gaat met ruime bochten geleidelijk naar beneden door de Alpenweiden. Het dal waarin de weg hier loopt, mondt als het ware uit in een groter dal waarin Bourg St. Maurice ligt, en verder naar het zuiden de machtige Iseran. Het geleidelijk afdalen vanaf de kleine Sint Bernard stopt op de rand van de oostelijke wand van dit dal. Met een prachtig uitzicht zien we rechtsonder heel ver beneden de eindbestemming voor vandaag liggen, links komen de machtige bergwanden met diepgroene naaldbossen steeds dichter bij elkaar en kunnen we behalve een kringelende weg omhoog daar tussendoor, ook de eerste contouren van de Iseran zien.
Compleet verslag
Het is vroeg opstaan. het lijkt erop alsof we over het inpakken steeds langer gaan doen. Deels klopt dat ook, puur omdat we `s morgens steeds minder zin en puf hebben om in te pakken. Vanmorgen is het zo omdat we een beetje opzien tegen het klimmen. Wat hebben we onszelf aangedaan? De volgende keer zal ik toch meer voor de hotels gaan kiezen. Van de camping af, dalen we nog een klein stukje naar het laatste dorp voor de `kleine' sint bernard en fietsen zo recht op een stel vierduizenders af. Het blijft een prachtig gezicht. Het is wat bewolkt en daarom is de Mont Blanc zelf niet te zien, de uitlopers zijn echter imposant genoeg. In Pre St. Didier stoppen we voor wat inkopen bij de buurtwinkel. In mijn beste slechte Italiaans krijg ik het voor elkaar om bij het gedrongen vrouwtje twee bananen, water en brood te kopen. Ze vindt me maar grappig of misschien wel zielig. Het vrouwtje lacht in elk geval vriendelijk en als we even later buiten onze bidons vullen, loopt ze op ons af en vraagt in het Frans zowaar of we broers zijn. Stom als ik ben zeg ik nee en het vrouwtje loopt terug naar haar dochter die even verderop ons gade slaat. Ben benieuwd wat er was gebeurd als ik ja had gezegd. Het vrouwtje loopt nog een keer terug om onze lege flessen water aan te nemen, erg aardig. Het dorpje is het laatste wat we zien van het Aostadal. De kleine Sint Bernard begint fel en steil, het dorpje uit gaat het door het bos direct met negen haarspeldbochten omhoog. Zo, de eerste tweehonderd hoogtemeters zijn gemaakt, denk ik maar. De hoge pieken zijn verdwenen achter de bergwanden waartussen de weg hier ligt. Een paar kilometer lang gaat het tussen detwee wanden met wat vals plat omhoog. Hier een daar is het instortings- en lawinegevaar te groot en gaat het door kortere en soms iets langere tunnels: erg lekker verlicht zijn ze niet en de veiligheidshesjes komen goed van pas. Zeker in dit schemergebied tussen Frankrijk en Italie waar autorijden verworden is tot het gaspedaal indrukken en tegelijk roeren met de poking in de hoop dat er beweging plaats vindt. De meeste Italianen zijn fietsfanaten en moedigen ons aan met driftige handgebaren en druk geclaxoneer. Met een wat langer tunnel is daar het einde van het smalle dal en ligt het wintersportplaatsje la Thuile. Het meeste verkeer stop hier en wanneer het dorp onder ons verdwijnt middels een paar haarspeldbochten wordt het wat rustiger. In tegenstelling tot gister, voelen de benen vandaag goed en stiefelen we met een leuk gangetje omhoog terwijl de bergen kalen worden. De grootste ruk maakt het parcour met de volgende haarspeldbochtenreeks kats tegen een laatste bergwand met naaldbomen op. Tussen de bomen door heb je van tijd tot tijd prachtige uitzichten over het gereden traject, la Thuile diep beneden en heel in de verte het Aostadal. De toeristen, veelal Duitsers en Italianen, moedigen ons aan en voor we het weten, zijn we al bijna bij de top. Met de bomen oncer ons belanden we op eeen soort van plateau met wat glooiende heuvels waaromheen de weg cirkelt. De begroeiing betaat enkel uit gras en wat struikjes en na elke slinger omhoog door dit landschap heb je een uitzicht over de col. Het meeste klimwerk is gedaan en het laatste stuk is vlakker. Een straffe koude wind blaastn in ons gezicht en vertelt dat de top vlakbij is. In zou haast zeggen fluitend, maar dat is overdreven, bereiken we de grens en krijgen iets meer vertrouwen in de komende cols. Een behulpzame toerist kiekt een plaatje van de twee gekken bij het bordje. Het souvenirswinkeltje is helemaal volgestouwd met drank en biedt weinig anders. Stickers hebben ze wel en zo draagt mijn fiets even later vol trots de naam `Piccolo San Bernardo'. Terwijl ik nog aan het plakken ben met een stuk chocola achter de kiezen, komt een Italiaan met z'n gezin op ons af. Wellicht heeft hij ons zien fietsen, maar in elk geval is hij dolenthousiast over onze onderneming. totaal niet Italiaans spreekt de man ons in het Engels aan. Z'n vrouw, dochter en zoon volgen met hem met volle aandacht ons verhaal. Af en toe vertaalt de dochter het een en ander ter verduidelijking, maar als de man hoort wat we hebben gedaan en gaan doen in de Alpen maakt hij de beweging met z'n armen alsof hij op z'n knien gaat. `If I could, I wanted to do the same as you', zegt hij, `but...' en slaat met een grote glimlach ter verontschuldiging op z'n buik. Twee grapjes en goede vakantiewensen later zeggen we gedag en trekken de extra kleding aan voor de afdaling. De eigenlijke top en daarmee de zoveelste grensovergang ligt nog iets verder, maar daarna gaat het naar beneden. Vanaf deze kant zwoegen er meer racefietsers en zelfs enkele vakantiefietsers omhoog. Het eerste stuk gaat met ruime bochten geleidelijk naar beneden door de Alpenweiden. Het dal waarin de weg hier loopt, mondt als het ware uit in een groter dal waarin Bourg St. Maurice ligt, en verder naar het zuiden de machtige Iseran. Het geleidelijk afdalen vanaf de kleine Sint Bernard stopt op de rand van de oostelijke wand van dit dal. Met een prachtig uitzicht zien we rechtsonder heel ver beneden de eindbestemming voor vandaag liggen, links komen de machtige bergwanden met diepgroene naaldbossen steeds dichter bij elkaar en kunnen we behalve een kringelende weg omhoog daar tussendoor, ook de eerste contouren van de Iseran ien. Voor ons, of beter gezegd, direct onder ons ligt een schouwspel van haarspeldbochten. We dalen er slechts een paar af om vervolgens een bankje te kapen en te lunchen op achttienhonderd meter met dit prachtige uitzicht. Tijdens het afdalen kan hier ook weinig van genoten worden: de snelheden liggen hoog en het is oppassen geblazen met de scherpe bochten en het drukke verkeer van haastige Fransozen in de afdaling - gas bij geven en flink opschakelen - en kruipende klimmende racefietsers. Snel komt het dal dichterbij en vormt zich boven ons een groene berg doorklieft met een zigzaggende weg. Beneden is het een stuk warmer en we weten niet hoe snel we de beenstukken en windjacks uit moeten krijgen. Bij het eerste het beste kruispunt is een supermarche, goed voor de dagelijkse boodschappen. Tweehonderd meter verderop is de camping. Perfect! Na deze tweede dag klimmen is het vertrouwen in onszelf weer wat herwonnen. Op de camping krijgen we nog een kleine tegenslag: we worden tusen twee caravans op stal geplaatst met uitzicht over de geasfalteerde doortrekplaatsen voor campers en caravans met daarachter het niet al te schone sanitair gebouw. Maar goed, we hebben een prachtige dag gehad. Tegenover ons stationeren zich drie campers. Eruit komen en tiental luidruchtige Duitsers en evenzoveel dure fietsen. Het lijkt erop dat ze op de racefiets de cols beklimmen hier in de buurt, vergezelgd door een bezemwagen en bij aankomst van de luxe kunnen genieten van een bereidde maaltijd en een opgemaakt bed. We dopen het gezelschap gelijk om tot de Watjes. Ik heb zo'n idee dat we ze de komende dagen nog zullen tegenkomen.
|