Alp d'Huez
|
Alp d'Huez
Afstand: 26 km
Hoogste punt: 1788 m
Laagste punt: 722 m
Hoogtemeters: 1070 m
Klimmen: 13 km
Vlak: 0 km
Dalen: 13 km
Zonder bagage gaat het een stuk sneller, maar toch valt het eerst stuk tegen, de klim gaat hier vies snel omhoog en na de eerste bochten is de camping al ver onder ons. In m'n nek hijgt een oudere man op een racefiets, maar ik weiger hem mij op dit stukje voorbij te laten gaan. Maarten tuft ondertussen ver vooruit, hij heeft z'n drangen niet meer helemaal onder controle.
Na een lang recht stuk verschijnt rechtsboven, half in de mist, het dorp Alp d'Huez, reden om toch nog iets harder te fietsen. We racen door de alpenweiden en pakken nog een paar racefietsers die met hun tanden op de onderlip het zuur in de benen weg proberen te bijten. (...) Daar is de laatste bocht en een laatst recht stukje omhoog, nog even extra steil, naar het dorp. Met het vuur in de benen zetten we aan: uit het zadel en schreeuwend van de pijn.
Het is moeilijk te beschrijven hoe mooi het is om heerlijk hard zo'n beroemde berg af te dalen. Het bochtig werk vereist goed stuurwerk en met alle klimmende fietsers waan je je een echte Tourrenner. Het laatste rechte stuk naar beneden jaagt de wind in de rug en schieten we door naar achtenzeventig kilometer per uur.
Compleet verslag
In de nacht tikt de regen zachtjes, soms wat harder door op het tentdoek. In het ochtendgloren dringen nog maar weinig zonnestralen door tot het dal en is het koud en grijs. Motregen dwarrelt naar beneden en het gras is sompig en nat. Na negenen knapt het wat op en krijgt de wind vat op de wolken. Tien voor tien krijgt ik een telefoontje van pa, ze zijn nog maar drie kilometer van de camping. Ik fiets ze een stukje tegemoet en al snel zie ik de felblauw gekleurde Opel de hoek omrijden, met drie vrolijke gezichten - pa, ma en Daan - en een natte neus tegen het raam gedrukt. Ik fiets voor ze uit over de camping naar het achterliggende trekkersveldje. Ondertussen is het droog geworden! Het is erg vreemd om elkaar hier te ontmoeten, maar na ruim twee weken met z'n tweetjes, is het ontzettend leuk eens met meer mensen te zijn. Zo asociaal als ze zijn, tovert pa drie tuinstoelen uit de dakkoffer en binnen een paar minuten is ons hoekje getransformeerd in een gezellig kamp. De stemming zit er goed in en onder het genot van een kop warme chocolademelk - is het nog steeds fris - en een koekje vliegen de vakantie- en sterke fietsverhalen over en weer. Maarten heeft lopend groots inkopen gedaan en we kunnen de gasten verwennen met drinken, lekkers en een (voor onze gegrippen) uitgebreide lunch. Zo brengen we de ochtend en begin van de middag door met keuvelen, ouwehoeren en nietsdoen. Na een mislukte verregende rustdag van gisteren is dit voor ons het echte rusten. Na de lunch beginnen de benen echter te kriebelen: het is veel te lang geleden dat er gefietst is. Het zonnetje laat zich steeds vaker zien en de opblinkende rotsen lonken naar ons. Een paar minuten later zijn we omgekleed en fietsen voor de cameraploeg uit. Vol adrenaline scheuren we op de eerste helling af. Zonder bagage gaat het een stuk sneller, maar toch valt het eerst stuk tegen, de klim gaat hier vies snel omhoog en na de eerste bochten is de camping al ver onder ons. In m'n nek hijgt een oudere man op een racefiets, maar ik weiger hem mij op dit stukje voorbij te laten gaan. Maarten tuft ondertussen ver vooruit, hij heeft z'n drangen niet meer helemaal onder controle. Na een paar honderd meter passeert ons voor de eerste keer de volgwagen. Pa, ma en Daan moedigen ons luid schreeuwend aan, terwijl de camera deze legendarische beelden - dat moeten het tenminste worden als ik het over vijftig jaar terug zie - vastlegt. Na een felle start, verdwijnt het dal bij het binnenrijden van La Garde en na het kleine kerkhofje hier - hoeveel verongelukte wielrenners zullen hier liggen? - is er even ruimte om op adem te komen. Ik had het drukker verwacht, hoewel het voornamelijk Nederlandse toeristen zijn die naar boven gaan. Na het dorp dienen zich twee reeksen van haarspeldbochten aan, gekerfd in de groene bergwanden met op de keerpunten een mooi vergezicht over de omgeving. Van tijd tot tijd kunnen we lekker in het wiel blijven hangen van wielrenners en we houden het tempo er goed in. Telkens wanneer ik weer een zondagsracefietser inhaal die met een Hollands verzet z'n knieen aan het verknallen is, ga ik iets harder rijden. het steeds fanatieker wordende geschreeuw van de aanwezige familie stuwt ons naar hogere sferen. Boven ons komen de wolken nabij, erg mooi weer is het nog steeds niet. Het is doorbijten, want de weg gaat soms met smerige stukjes omhoog en de spieren laten fijntjes weten dat er al aardig wat kilometers achter ons liggen. Na een lang recht stuk verschijnt rechtsboven, half in de mist, het dorp Alp d'Huez, reden om toch nog iets harder te fietsen. We racen door de alpenweiden en pakken nog een paar racefietsers die met hun tanden op de onderlip het zuur in de benen weg proberen te bijten. In de een na laatste bocht staat zowaar een professionele fotograaf die van elke fietser een echte actiefoto maakt. Maarten en ik rangen naast elkaar en gaan steeds harder fietsen. Daar is de laatste bocht en een laatst recht stukje omhoog, nog even extra steil, naar het dorp. Met het vuur in de benen zetten we aan: uit het zadel en schreeuwend van de pijn jakkeren Maarten en ik naar de getrokken finishlijn: hij blijft me jammer genoeg net voor. Het is koud in het dorp en na een fotootje en een sticker wil ik gauw naar beneden. In overleg met pa dalen wij eerder af, zodat moeders en onze snelheid en het feit dat ik m'n helm vergeten ben niet zien. Het gaat erg hard naar beneden en in de bochten zit het soms tegen het slippen aan: een racefietser die ons in de bocht wil inhalen, gaat bijna onderuit. Op de mooie stukjes stop ik even om wat plaatjes te schieten: omhoog had ik er te weinig ook voor. Het is moeilijk te beschrijven hoe mooi het is om heerlijk hard zo'n beroemde berg af te dalen. Het bochtig werk vereist goed stuurwerk en met alle klimmende fietsers waan je je een echte Tourrenner. Het laatste rechte stuk naar beneden jaagt de wind in de rug en schieten we door naar achtenzeventig kilometer per uur. Slechts een krappe tien minuten krijgen we op de camping om de adrenaline weg te laten stromen, dan zijn de `achtervolgers' er al. Ook zij hebben zichtbaar genoten van deze klassieker en vervuld van euforie babbelen we er nog wat over na. De magen beginnen te knorren en met pa en Daan doe ik even boodschappen in de van rondlopende kankerende Nederlanders uit elkaar knallende overvolle supermarkt. Koken met een klein pannensetje voor vijf mensen is wat lastig en het wordt daarom een kant en klare aardappelschotel die ons met wat sla erbij erg goed smaakt. Eigenlijk is zo'n dag veel te kort en na de afwas en nog een rondje drinken hebben we helemaal geen zin afscheid te nemen. Een flink aantal goede reiswensen en bedankjes later zitten we dan toch weer met z'n tweetjes op onze plastic zakken voor de tent terwijl achter ons de pieken oranje oplichten in het afnemend daglicht. Het was een prachtige dag. Toch zijn we blij dat we morgen weer verder kunnen rijden. Drie nachten op een camping strookt niet helemaal met onze reislust. Eerst maar eens zien dat we de Lautaret weer opkomen!
|