Briançon
|
Briançon
Afstand: 72 km
Hoogste punt: 2052 m
Laagste punt: 718 m
Hoogtemeters: 1633 m
Klimmen: 31 km
Vlak: 3 km
Dalen: 38 km
Compleet verslag
Vol goede moed sla ik het tentdoek open. Brrr, het is nog koud. Als even later de eerste zonnestralen vanover de Alp d'Huez het dal invallen, verandert het veldje in het bonte verzameling hevig dampende tenten en auto's. Waterdamp kringelt als rookpluimen van de tenten af en hult het grasveld in een mysterische sluier. Na twee rustdagen is bijna alles een keer uitgepakt geweest en dus duurt het een eeuwigheid voordat alle klerezooi is ingepakt. Het voelt weer lekker om met je pijnlijke achterwerk op het zadel te kunnen zitten, de tas volbeladen. De eerste kilometerskunnen we de benen warmen langs de Romanche. Het traject naar de Col de Lautaret is ons bekend en wetende wat er komen gaat, fietst het minder behaaglijk. Het ergst stuk zit in het begin, waar enkele ingenieurs zich jaren geleden het hoofd hebben gebroken om een belangrijke verbindingsweg door deze Gorges d' Inferet aan te leggen en deze tot boven de kloof te leiden. Tegen de bergwand geplakt gaat het langs de diepe kloof en door een paar tunneltjes. Toch gaat de zeven procent klim ons goed af en voordat we het weten, zitten we boven de duizend meter. We stoppen even op een klein parkeerplaatsje. Een klein paadje loopt van de weg af over de stenen een rotspartij op, waarachter een verschrikkelijke afgrond ligt. Ver beneden kolkt water, rechts ligt het einde van e Gorge, de kloff vernauwt zich daar om op te gaan in het Lac du Chambon. Hoog bovenop de bergwand aan de overkant van de kloof slingert een klein weggetje van gehucht naar gehucht. Het uitzicht vanaf daar moet geweldig zijn, enkel de hoogspanningsmasten - waarvan er een pal naast me staat - ontsiert deze prachtige plek. Met een klein klimmetje bereiken we het stuwmeer, waarlangs de weg wat vlakker loopt en het ontspannen fietsen is met een blauw/groen meer en hoge pieken naast je. Met het meer in de rug gaat het naar La Grave door een aantal kleine, maar vooral smalle en donkere tunneltjes. Ik vraag me af hoe vrachtwagens zich hier door dit uit bakstenen opgetrokken zwarte gat moeten wringen, laat staan passeren. Er is geen verlichting en met de kou en vochtigheid schakel ik een paar versnellingen op om zo snel mogelijk door te kunnen jakkeren. Uit het donker met toegeknepen ogen in het felle licht verschijnen hoog rechts weer de gletsjers. In het wintersportdorp, waar een paar kleine hotels en restaurantjes zijn gevestigd genieten de toeristen zichtbaar van dit vergezicht, men loopt er tenminste ontspannen bij en iedereen heeft een glimlach op z'n gezicht. Met de kleurige bloembakken waarmee de Mairie zijn dorp heeft willen opfleuren, op de voorgrond lijkt het als uit een reisgids gegrepen. Hoger in de bergen liggen nog een paar dorpjes, maar in het dal is er weinig leven. Het laatste doprje onder de top, Villar d'Arena - ik blijf maar denken aan die shoppingmall in Amsterdam die er qua naam op lijkt hoewel qua vertoning totaal anders - stelt niet meer voor dan een paar huisjes rond de kerk en een paar grotere huizen verspreid in de Alpenweiden. er blaast een lekker windje in de rug en met de zon erbij is het goed vertoeven. Ik denk dat dit een van de mooiste plekjes is waar we de afgelopen weken zijn geweest, ik geniet er in elk geval met volle teugen van. Na een paar ruime haarspeldbochten scheidt de Romanche zich van ons. Het stroompje verdwijnt hier achter een paar puinwaaiers in een ander dal, dieper het Parc National Des Erins in, het domein van vele toppen die wellicht minder bekend zijn, maar qua hoogte en schoonheid weinig onderdoen voor het Mont Blanc massief. Het moet er prachtig wandelen zijn in het gebied dat stikt van de refuges. Bij gebrek aan bankjes ploffen we even neer op een stenen muur naast de weg voor de lunch. ver beneden klauteren een stel wandelaars over de rotsen langs de Romanche. Ik zou weleens willen zien wat hier gebeurt als in de lente de sneeuw smelt. De lange tijd die we al van huis zijn, maakt dat alle sleur is vergeten en thuis niet meer lijkt te bestaan. Zo leeg van gedachten kun je helemaal opgaan in het landschap om je heen en hoewel Maarten duidelijk minder last heeft (of uiterlijk lijkt te hebben danwel laat blijken) van deze emotiemomenten, geniet ik volop en lijk met een clownsglimlach en roze bril de wereld in te kijken. Een vrachtwagen volgeladen met boomstammen - hoe is hij in vredesnaam door dat tunneltje gekomen? - komt stapvoets voorbij: de motor maakt een brullend geluid alsof deze elk moment kan ploffen. Erachter trekt een hele stoet van gefrustreerde toeristen en haastige fransozen voorbij. Hopelijk zit die hufter er ook tussen, die ons drie dagen terug hier op de afdaling afsneed en met opgestoken middelvinger, luid claxonerend ons op z'n Frans probeerde te `vertellen' dat wij volgens hem op de rotsige vluchtstrook vol scherpe keien en glasscherven moesten rijden. We kunnen de vrachtwagen nog lang volgen, in de haarspeldbochten lijkt het bijna stil te staan. Pas na geruime tijd verdwijnt het gevaarte, ten teken dat we maar eens verder moeten. De koek is op, letterlijk - moeders heeft ons een hele ontbijtkoek meegegeven die zittend op het muurtje ongemerkt in de zwarte gaten onder onze neuzen is verdwenen. De laatste kilometers gaan weer steiler omhoog. De weg is breed en redelijk druk bereden. Toch is het hier mooi reden. Veel eerder dan van tevoren verwacht, verschijnt de top en de laatste kilomter rijden we zelfs behoorljik door. Links verschijnt de machtige Galibier, vele auto's en campers rijden omhoog en omlaag. Na de foto bij het bordje - het is voor het eerst dat ik niet meer weet hoeveelste top dit was - kunnen we nog eenmaal genieten van de gletsjers achter ons. Op de top van de Lautaret is het nog redelijk druk, een gezellig restaurantje - Napoleon zal er vast geweest zijn - heeft het druk en het terras is gevuld met een mix van zonaanbiddende toeristen, rustende racefietsers en wandelaars. De fiets wordt voorzien van verse stickers en dan kan het met de windjacks aan weer naar beneden. Onder het toeziend oog van le Grand Galibier (3228m) zoeven we naar het uitvouwende dal voor ons. Een striemende wind met venijnige stoten blaast schuin door het dal en weerkaatst tegen de wanden. Na elke bocht krijgt de fiets een ruk en moet het gewicht in de strijd gegooid worden. Een paar scherpe bochten later strekt de weg zich en gaat het gestaag naar beneden over de brede weg. Zoals Vino hier drie weken geleden afdaalde, voor het achtervolgend peloton uit, scheuren wij bijna net zo hard als die angsthaas, maar in ieder geval met meer overgave, naar beneden. In m'n spiegel zie ik Maarten trouw volgen, bijna over het stuur hangend. Het asfalt is goed en verbazend recht, alsof van boven met een kam dit dal getrokken is. Voorover leunend op het triathlonstuur is het genieten geblazen, terwijl de teller constant rond de vijftig blijft. Even is daar een paar kilometer een steiler stuk en accelereert de Sparta Marathon door naar de zeventig. Een angstige Franse automobilist - zeldzaam, maar ze bestaan - blijft hinderlijk voor me rijden. Ik gebruik z'n slipstream om nabij te komen en hem vervolgens in te halen. Zo vol in de wind verlies ik snelheid en iets boven de zeventig blijf ik naast het linker voorportier hangen. De oudere man achter het raampje kijkt glazig naar links en ik glimlach. De weg maakt een lichte knik naar beneden en m'n rijdend vrachtwagentje op twee wielend zoeft soepeltjes de auto voorbij. De kilometers vliegen voorbij en ook is er stevig wat hoogte verloren. Bij Villeneuve begnt de bewoonde wereld, net even buiten het natuurpark. Een grauw benzinestation waar naast een hut de blauwe Gaz-flessen bij tientallen staan opgesteld, dient als pits voor een korte stop. In de volle zon kunnen de windjacks en beenstukken weer uit, snel! Briancon is niet ver meer en in de verte is een vage oranje vlek van dakpannen te zien: de `hoogste stad van Europa' ligt een paar honderd meter lager op een kruispunt van verschillende grote dalen. Bovenop eeen helling waken een aantal oude forten over dit strategisch punt. Via een drukke weg en een laatste steile afdalingen `vallen' we de stad in en direct is het een wirwar vanasfalt en rotondes. Iedereen lijkt op weg naar de hypermarche, wij ook. De koelte binnen is aangenaam, maar daarmee is alles gezegd. het blijft lastig zoeken in deze supermarkten, waar de toiletrollen en zakken chips tot het plafond zijn gestapeld, de afwasmidel naast de pastasauzen ligt en twintig meter schap enkel aan doperwtjes in blik is gewijd. Het kost me weer een half uur zoeken en tien kilometer lopen om wat eten, een toetje en en fles cola bijeen te scharrelen. De camping is niet ver meer en na een kleine zoektocht over een industrieterrein langs het spoor, is daar de camping, het ziet er vandaag netjes en verzorgd uit. Wel is het druk bij de receptie en het kost Maarten een stief kwartiertje om de papperazzen te regelen. Een iets te vriendelijke Fransoos rijdt Maarten in z'n golfkarretje over de camping om een mooi plekje tussen de dennebomen te bemachtigen, gelukkig lekker in de schaduw. Behalve de tent opzetten en wat kleding wassen, doen we weinig. We laten het bord rijst goed smaken en genieten van de verbaasde blikken van het spierwitte Engelse gezin tegenover ons naar onze volle borden. Het wordt hier snel donker `s avonds en het enige lichtpuntje in de bergen is een klein verlicht kerktorentje dat op eenzame hoogte tussen een paar verlaten huisjes staat. Boven ons strekt zich de Melkweeg uit, de hemel is doorzeefd met kleine witte spelden. Met het luchtbedje op de grond en een cola whisky naast me geniet ik van deze prachtige sterrenhemel. Om de paar minuten doorklieft een vallende ster de lucht en vele satellieten doorkruizen de ruimte. Misschien is het de alcohol, maar zo met het hoofd naar boven gericht genietend van ons avontuur, heb ik m'n eerste weemoedige bui. Ik wil niet meer terug naar huis, maar alsmaar door blijven fietsen door dorpjes met onuitspreekbare namen langs pleintjes waar de dorpsoudsten het laatste nieuws bespreken, door dampende naaldbossen, over duizendeneen cols en met enkel de hemel boven me als dak en de zon als reisgenoot. Maarten heeft er minder last van en sjokt alvast naar het toiletgebouw, even later ligt hij al in de slaapzak. `Nog vijf minuutjes,' zeg ik en geniet nog even van de fonkelende sterren en laat m'n gedachten gaan langs alle plekken die we al hebben gezien. Ik ben de luxe ontwend en heb genoeg aan de simpelste dingen. Fietsend leer je jezelf kennen en kun je vanaf een grotere afstand - zowel figuurlijk als letterlijk - je eigen alledaagse sleur relativeren. Het geeft me in ieder geval de mogelijkheid na te denken over wie ik ben, wat ik wil en wat m'n ambities zijn. kijk, nog een vallende ster. Het voelt alsof ik de enige ben op de wereld die het heeft gezien. De whskycola is op, misschien maar goed ook. Met een zucht sta ik op, pak de toilettas en sjok ook maar naar het sanitairgebouwtje - erg netjes trouwens. Het leven is zo slecht nog niet.
|