St. Etienne de Tinee
|
St. Etienne de Tinee
Afstand: 51 km
Hoogste punt: 2802 m
Laagste punt: 1150 m
Hoogtemeters: 1794 m
Klimmen: 23 km
Vlak: 1 km
Dalen: 27 km
De kerkklokken luiden de zondag in. Op het plein aan de andere kant van de straat zijn marktkooplui druk in de weer met kraampjes. Brood, kaas, groente en fruit staan uitgestald. Het ziet er heerlijk uit, beter dan in de supermarkt. Met vers brood en banaantjes stallen we ons ontbijt uit op een bankje voor de kerk. Een kerkganger vraagt of we wel hebben gebeden voor het eten. `Mais oui, naturallement' glimlach ik. De lange houten kraampjes met roodwitte luifels vormen een mooi decor, op de achtergrond bont gekleurde huisjes met roestige golfplaten scheve daken - een storm en het is weg. De dorpelingen lijken zich er niet druk om te maken en sjokken op hun gemak door het dorp, een oudere man draagt zeven stokbroden onder z'n arm mee. Zeker een groot gezin. Met de blauwe lucht boven ons en een warm zonnetje belooft het een hele mooie zondag te worden. Drie flessen water verdwijnen in de bidons. Maarten bindt nog een extra fles achterop de kar. `Plus haute route d'Europe' staat er op een bordje direct aan het begin van deze D2205 naar de Col de la Bonette. Het is nog niet al te laat en zo kunnen we de eerste kilometers in een wat aangenamere temperatuur dan gister rijden. Ook bij deze col liggen er veel hoogtemeters aan het begin van het traject, even buiten Jausiers dienen de eerste haarspeldbochten zich aan. Klik, klik, klik, terug naar de lichtere versnellingen. Een man loopt langs de weg ons tegemoet en als we langs hem rijden draait hij z'n verbaasde hoofd met ons mee. Ik weet niet waar het aan ligt, maar we vliegen vooruit. Zonder te stoppen klimmen we een half uur lang door en jassen er 350 hoogtemeters doorheen, een absoluut record! De eerste cluster van haarspeldbochten ligt achter ons en beneden verkeert het kleine Jausier in vreedzame zondagsrust. Op de weg is het ook rustig, slechts een enkele automobilist jaagt de col over. Logisch, want de eerste stad van betekenis ligt tientallen kilometers verder, aan de Middellandse Zee. Het Parc National du Mercantour is onherbergzaam en verlaten, hier vindt men enkel natuur, dorpen zijn er schaars. En ja, daar beneden stroomt weer een bergriviertje, zoals er miljoenen lijken te zijn in de Alpen. De weg is uitgehouwen in de bergwand en wurmt zich door dit smalle deel van het dal. Ik stop even op een uitsparing van de weg, slechts een laag stenen muurtje scheidt me van de afgrond. Het uitzicht is weer prachtig: een dozijn haarspeldbochten liggen hier dicht op elkaar, het asfalt slingert door het naaldbos en grasweiden omhoog. In de verte is nog een laatste glimp op te vangen van Jausiers. Maarten staat zwijgend naast me, ook hij geniet zichtbaar van de omgeving. Als ik zo achterom kijk en die steile rotswanden zie, met daarachter nog meer bergen, kan ik niet geloven dat ik daar als klein mensje op een fiets met wat tasjes overheen ben gekomen. Nu we steeds minder mensen tegenkomen, lijkt het alsof we doorgedrongen zijn tot een van de verste uithoeken van de wereld; ik voel me machtig en nietig tegelijk. Na de volgende bocht verschijnt het volgende deel van het dal, een lange weg loopt gestaag omhoog, tot boven de boomgrens. Het volgende bordje dat de toeristen eraan herinnert dat dit de hoogste col is van Europa, staat een aantal kilometer verder, iets na restaurant 2000, op - hoe verrassend - 2000 meter hoogte. De helft van de hoogtemeters zitten er alweer op. Na nog twee haarspeldbochten gaat de weg vies steil omhoog en tillen we onszelf naar een maandlandschap van rotsvlakten, summier begroeid met gras, zwerfkeien, puinwaaiers en pieken. Hier en daar zijn recreatievelden aangelegd. Ze worden goed bezocht vandaag, heel wat Fransen hebben er voor een dag hun tentje opgezet. Kinderen spelen en de ouders kletsen wat of lezen een boek. Een groepje is zelfs aan het barbequen, iets wat volgens mij hier verboden is. Langzaam begint het ook kouder te worden. Het lijkt een beetje alsof we in het decor van een science fiction film zijn beland. Een paar slingers, bochten en hele smerige klimmetjes - waarbij we enthousiast aangemoedigd worden door een Nederlands gezin - verder, hebben we wellicht een paar kilometer afgelegd, maar zijn we nauwelijks 500 meter opgeschoten. Je gaat hier alleen maar de hoogte in. Duizend vliegtuigen hebben de lucht verandert in een spinnenweb van witte strepen. De rij ruige pieken aan de horizon met precies daarboven een lint van grijze wolken terwijl het hier strakblauw is, komt op me over alsof we in een scene van Lord of The Rings zijn aangeland en daarachter die onheilspellende keten het land van Mordor moet liggen. Een vuurspuwende vulkaan zou in dit decor niet misstaan. Zo alleen met z'n tweeen in dit landschap, met al die kilometers en bergen achter ons, en nog een paar uitdagingen voor ons, voel ik me welhaast een soort Frodo, op een barre pelgrimstocht langs en over diverse barrieres naar het einddoel, de azurblauwe Middellandse Zee. Kleine groepjes wolken schilderen donkere schaduwvlekken op de groen/grijze bergen. We zijn aangeland op de bergrug en somme bergtoppen in de omgeving liggen zelfs al lager dan wij zijn. De bergrug eindigt in een bergtop, de Cime de la Bonette


(klik op de afbeelding voor een vergroting van deze 360 graden panorama foto genomen vanaf de top van de Cime de la Bonette)
Een lange smalle steile weg op eenzame hoogte loopt ernaartoe. Je kunt hier natuurlijk gewoon de bergrug oversteken en aan de andere kant afdalen. Die idiote Fransen wilden per se de hoogste col van Europa hebben en hebben daarom de weg doorgelegd, om de bergtop heen en aan de andere kant weer terug. Van bovenaf moet het er vreemd uitzien, een bergkam waarover aan beide kanten twee wegen parallel aan elkaar lopen. Het laatste stukje naar 2802 meter gaat over een ongelooflijk steil - ik schat zeker vijftien procent - en smal stukje asfalt. Op het hoogste punt staan enkele tientallen auto's op de weg geparkeerd, zodat je er nauwelijks nog langs kunt. Een grote kei markeert het Franse chauvinisme. Het plakaat verkondigt trots dat Napo himself opdracht heeft gegeven en dit de allerhoogste col is. Een Nederlands stel komt naar ons toe om een praatje te maken en is zo vriendelijk een foto te klikken. Vanaf hier kun je via een smal zandpaadje nog omhoog naar de top van de berg. Maarten blijft liever bij de spullen en zo sjok ik met m'n fototoestel naar boven. Hier en daar moet je echt oppassen niet naar beneden te rollen. Bovenop zijn nog maar een paar toeristen en als ik even wacht, heb ik het rijk voor mij alleen. Hier op 2860 meter heb je een groots panorama uitzicht over de wijde omgeving, je kunt 360 graden rondkijken. Aan de ene kant ligt de weg vanaf Jausier, hier en daar zie je kleine stukjes asfalt. Aan de andere kant kijk ik een diep groen dal in en weer een stukje verder zie ik het dal van de Tinee dat langs de Italiaanse grens naar het zuiden loopt. Met de harde wind erbij ervaar ik me als een ware Alpinist en voel me de koning te rijk. Genietend van al die hoge toppen, sommigen in wolken gehuld, vergeet ik welhaast de bijna. Na een dozijn foto's loop ik maar weer terug naar beneden, ik zag immers dat er nog een hele mooie afdaling wacht met lange rechte stukken. Terug op de weg, trekken we alle spullen aan om af te dalen. Het eerste stuk is erg gevaarlijk en er staan harde rukwinden die me een paar keer bijna van de fiets blazen. Van tijd tot tijd stoppen we even om op adem te komen, a  angezien de wind soms vol in je gezicht blaast. De Cime de la Bonette ligt als een grote reus achter ons, zwaar gehavend door de aangelegde weg. De afdaling leidt ons door een minidorpje van een stuk of tien verlaten en ingestorte huizen, de struiken groeien door de woonkamers heen: geen idee wie hier ooit gewoond heeft. Misschien een familie Goblins. Na een paar zigzagbewegingen over een beige bergflank me rotsen, zijn daar gelukkig de bomen weer. Ook in dit gebied is het erg desolaat en behalve een tweetal verzameling huisjes met gesloten luiken - enkel een cafetje vertoont wat leven - laat de bewoonde wereld zich hier niet zien. Na een paar kilometer zoeven langs de Tinee doen we het dorpje St Etienne de Tinee aan. Na een brug over het riviertje verschijnt de camping, een verzameling kleine grasveldjes met tentjes rond een aangelegd meertje. Met 8 euro 40 voor een nacht is de camping geheel niet duur te noemen. De 1,70 euro voor een blike cola vind ik echter schandalig. Maar ach, we hebben een mooi plaatsje, het sanitair is proper en valkbij ons plekje staan picknicktafels met parasollen, waar we kunnen schuilen voor de zon en eindelijk kunnen lunchen. De rest van de middag zitten we maar een beetje voor ons uit te staren en laten de gedachten afdwalen naar alle plaatsen waar we zijn geweest. Pas later zetten we de tent op, het is nog erg warm. Als na een lekker lange warme douche de zon achter de bergen is verdwenen, waag ik me aan het koken. Vanavond eten we pasta om de verloren koolhydraten aan te vullen. Tijdens het eten komen er twee Franse vrouwtjes van tegen de zestig met volbepakte fietsen aan. Gisteren liepen ze ons op de camping al een paar keer voorbij. een kort vragenrondje leert me dat ze vandaag ook de Col de la Bonette hebben gedaan, ik heb er diep respect voor. Met in het achterhoofd dat we morgen een korte etappe hebben en dit de laatste col boven de 2000 meter as, genieten we een ontspannen avond. we wensen de Nederlandse fietser die laat in de avond alleen aankomt, alvast een goede ries morgen, hij ziet er fanatiek uit. `Zo laat gaan jullie er toch niet uit morgen?' vraagt hij met een verbaasde blik. Ha! Ik vrees dat hij al lang weg ik als ik me morgen nog een keer omdraaie. Nog voor m'n hoofd het lekke luchtbedje raakt, ben ik vertrokken naar andere oorden.
|