Nog voordat er een meter gefietst is, hebben we er een pittig stukje arbeid opzitten. Behalve het dagelijkse afbreek- en inpakritueel, moeten alle spullen plus de fietsen het kleine rottrappetje weer opgesjord worden, hetgeen niet zonder enige overmatige inspanning lukt. Terug in St. Martin de Vesubie plof ik op een bankje op het dorpsplein onder een paar bomen neer en stal alvast de borden, bestek en beleg uit. Maarten doet inkopen bij de buurtsuper. Op het bankje achter ons zitten een oudere man en vrouw, volgens mij geen echtpaar, te kletsen. Nauwgezet houden ze onze acties in de gaten en het kost me moeite om ongemerkt vanachter een boom een foto van deze kibbelende mensen te maken. Het is een beeld zoals we dat in veel dorpjes tegen zijn gekomen. De sociale controle in de dorpen is groot en behalve de laatste nieuwtjes en roddels die via het dorpsplein verspreid lijken te worden, is het sociaal contact ook een verplicht nummer om ingeburgerd te raken en blijven binnen de gemeenschap. Het zal misschien zelfs als een schande worden gezien als je niet regelmatig even langsloopt om een praatje te maken en naar elkaar te informeren. De heftig opgemaakte statige oudere dames roepen bij mij een gemengd gevoel op van aan de ene kant respect, maar aan de andere kant de slappe lach aangezien het soms wel erg `overdone' is. Bij de gecombineerde boulangerie/patissier gevestigd aan een pittoresk binnenhofje halen we wat extra brood voor onderweg. Na een afdaling door het dorp vervolgen we onze route over de grote doorgaande weg naar Roquebilliere en Belvedere. Ook vandaag beginnen we met een langer stuk afdalen door het dal. Het voelt alsof we de Alpen verraden en eenzaam achterlaten. Toch is het ook hier nog ruig en verheffen zich hoge bergwanden aan weerszijden van de weg. Langzamerhand verlangen Maarten en ik stiekem wel om een glimp op te kunnen vangen van de Middellandse Zee. Het heeft iets magisch, dat na al die honderden kilometers fietsen en tientallen hoge en minder hoge colletjes daar ergens achter die bergruggen een prachtige zee moet liggen. Voordat we daar zullen komen, moeten we nog de Col de Turini over, de laatste zware beklimming. De top ligt op ongeveer 1600 meter. Vanaf de hoofdweg gaat de route al direct met een aantal haarspeldbochten steil omhoog. Bij de afslag stoppen we even, hier houdt het lange afdalen op. In de berm loos ik snel nog wat gewicht en we snaaien een banaantje. Voor ons ligt een imposante hoge rotswand. De eerste kilometers naar het dorp la Bollene-Vesubie zijn uitermate zwaar en ik heb moeite de juiste cadans en ademhaling te vinden. Gelukkig slingeren we dit stuk door het bos, in de volle zon is het niet lang uit te houden. La Bollene-Vesubie is niet erg groot, maar wel gezellig. We doorkruizen een paar kleine straatjes en passeren diverse kleine binnenplaatjes en terrasjes. Het is druk in het dorp en de mensen zitten buiten met een drankje te genieten van het mooie weer. Na het dorp houdt de beschaving direct op. Behalve dat er geen enkel huis meer is te vinden, zie je ook geen enkele mens of auto meer. Grappig om te zien is dat de volgende bergkam waarover de route naar de Col de Turini leidt een pantermotief heeft. De grond is dor en droog en bestaat uit beige rotsen en zand, onderbroken door vlekjes struiken en kleine bomen. Fietsend en zwetend speur ik de hemel af op zoek naar de top. We zien gek genoeg alleen maar steile beboste hellingen, een weg is niet te ontdekken. Na een stukje rechtuit, klautert de weg rap omhoog het bos in en maken we snel heel erg veel hoogtemeters. De haarspeldbochten volgen elkaar snel op en de stukjes weg liggen dicht tegen elkaar aan. Naast ons ligt een diepe afgrond. Het is erg heet en elke bocht stoppen we om water te drinken, een energiereep te snaaien en wat af te koelen. Beneden fietst een groepje racefietsers en drie korte stops later komen ze ons langszij. Het tempo dat zij rijden halen we niet meer, maar dat hoeft ook niet. Deze col is omgekeerd aan de meeste andere cols. Beneden is het dor en droog en bij de

top is het vochtig en dicht begroeid. Na een laatste doorkijk tussen de bomen over de vele haarspeldbochten diep beneden, verdwijnen we definitief in het bos en klimmen het laatste stukje naar de top, het zwaarste gedeelte ligt achter ons. Ook deze top is niet erg spectaculair en een simpele foto van het stalen ros voor het bordje `arrivee' volstaat. We zijn weer een stapje dichterbij de Middellandse Zee en de finish. Jammer genoeg was dit de laatste keer dat we tot boven de duizend meter zijn geklommen. Ik zal het klimwerk missen. Ondanks dat we alle vele cols hebben gehad, waaronder niet de misselijkste, viel de zwaarte me nog mee. Behalve op de grote Sint Bernard ben ik niet tot het gaatje hoeven gaan. Dat zal deels aan ons extreem aantal trainingskilometers liggen, 4000 in een half jaar, maar wellicht ook deels aan het feit dat we van te voren onszelf een schrikbeeld hebben voorgehouden van die ongelooflijk steile en zware Alpen, deels ook waar natuurlijk. De voldoening bovenop de top is er echter niet minder om en ook van de afdaling van deze col geniet ik ontzettend, misschien wel juist omdat het een van de laatste is en omdat de Turini een pittige en mooie klim was. Via haarspeldbochten gebouwd op oude stenen muurtjes dalen we af naar het kleine dorpje Moulinet waar de mensen bezig zijn een grote feesttent op te ruimen. Wat zich daarna voor ons ontvouwt, is ongelooflijk. De Gorges du Piaon zijn op slag mijn absolute favoriet wat betreft natuurschoon. Na een kleine vervallen oude klooster hebben we plots uitzicht op een enorme kloof. Diverse steile berghellingen die met goudachtige groene bebossing zijn bedekt verdwijnen in de diepte, ver beneden slingert een klein watertje. We lijken verzeild in een soort oerlandschap waar een tiental gigantische trollen op hun rug versteend tegen elkaar liggen, hun bolle buiken naar de hemel wijzend. Tussen de plooien door loopt een smal weggetje, hangend aan de afgrond. Het is fantastisch afdalen en na elke bocht hebben we weer een ander panoramisch uitzicht over de groene Gorge. We komen geen sterveling tegen in deze uithoek van Frankrijk. Ik zit dromend op de fiets en vraag Maarten bij elke inham te stoppen om even om me heen te kunnen kijken. Aan het einde van de Gorges ligt het rustieke dorpje Sospel. Al maanden van te voren stond deze naam in ons lijstje, daar zouden we de laatste overnachting voor de finish houden. Het is vreemd om na al die inspanningen dan plots een vaal bordje langs de kant van de weg te zien met die naam erop. Dus toch, we hebben het dus toch gehaald! Het is even zoeken naar de camping. Er blijkt enkel een camping Municipal te zijn, een echte! Via een smal grindpaadje langs het gemeentelijk voetbalveld komen we bij een krakkemikkige grauwe keet waarvan de rolluiken dicht zitten. `Hmmm' Maarten kreunt een zacht, maar niet mis te verstaan

gebrom uit van ongenoegen. We zullen toch niet vandaag al naar Monaco gaan? Een meisje komt naar ons toe. `Do you want some information?' Ze vertelt ons dat zij de beheerder is en dat de receptie om vijf uur open gaat. In de tussentijd kunnen we een plaatsje zoeken en we mogen ons later melden om te betalen. Kijken kan geen kwaad, dus we lopen een rondje over de camping, die niet veel meer voorstelt dan een handvol veldjes bezaaid met stenen en hier en daar een plukje gras. De camping staat al aardig vol, maar in een hoekje vinden we nog een plekje met relatief veel gras. De Nederlandse buren zeggen ons vriendelijk gedag, maar klappen daarna snel hun stoeltjes in en gaan in hun tent zitten. Stinken we zo erg? Eerst maar eens eten, we verrekken weer van de trek. Na het opzetten van de tent, doe ik een inspectieronde over de camping, met name in het sanitairgebouw ben ik erg geinteresseerd. Het valt eigenlijk best wel mee. Meer irritant zijn de groep jongeren van ongeveer 12 tot 14 jaar die ook op de camping verblijven. Tijdens het douchen schoppen ze tegen m'n deur en gooien steentjes en zand over de wandjes. Na een paar uur vervelen in de hitte en het aanhoren van het gekrijs van klierende kleuters en het geschreeuw van kampleiders om daar bovenuit te komen - vind je het gek dat die ouders hun kinderen in de zomer op kamp sturen? - slenter ik naar de receptie. Elf euro voor een nacht, valt me niet eens tegen. `Dit was het dan Maarten. Morgen fietsen we de laatste etappe naar Monaco' We schudden met het hoofd. Het was een hele lange reis en we hebben ongeloof veel en mooie dingen gezien, maar het is ook erg snel gegaan. We hebben slechts twee dagen niet gefietst, dat zal er deels debet aan zijn. Gelukkig hebben we nog een paar dagen om aan de kust tot rust te komen. Aan de andere kant van de Col de Castillon ligt de Middellandse Zee en als je `s avonds heel stil bent kun je het geroezemoes van de grote badplaatsen en het geruis van de zee bijna horen. Boven onze hoofden scheren een paar vallende sterren over.