Zaterdagochtend 17 mei, de nationale feestdag in Noorwegen, stonden Borghild en ik om iets voor zes uur op. Haar moeder reed ons in alle vroegte naar het vliegveld van Stavanger, Sola, een autoritje van drie kwartier. Het is ongelooflijk, maar elke zaterdag vliegen er een volle Boeing 737 toestel van vier verschillende Noorse vluchthavens (Stavanger, Bergen, Trondheim en Oslo) rechtstreeks naar het kleine eiland Santorini in de Egeïsche Zee. Enkel zontoeristen. De vlucht duurde in totaal vier uur, maar het weer in Europa was redelijk, zodat we onderweg veel konden zien.
De zuidkust van Noorwegen...
De Noorse, Deense en Duitse kust, vervolgens Tsjechië, Oostenrijk met Wenen, de Donau, voormalig Joegoslavië en uiteindelijk Griekenland. Nadat we Athena voorbij hadden zien glijden, ver beneden ons, was het nog maar een klein uurtje vliegen. Eiland na eiland van de Cycladenarchipel gleed onder ons door, tot we uiteindelijk de halve maan van Santorini konden zien liggen. Prachtig!
Santorini. Duidelijk is de zien hoe het eiland ooit 1 grote vulkaan is geweest. De krater ontplofte en liep onder met water, nu een caldera omkringt door resten van het eiland, met steile kliffen aan de binnenkant en lavastranden aan de buitenkant.
Een deken van warmte viel op ons terwijl we het vliegtuig uitliepen. Naast het vliegtuig stond een pendelbus klaar, die ons naar het vliegveld bracht. De bagage kwam er snel en voor we het wisten stonden we we alweer buiten.
Welkom in Santorini...
Voor de uitgang stonden een aantal vriendelijke Zweedse dames van de Apollo reisorganisatie klaar om ons op te vangen. Meneer Apon en mevrouw Njærheim Barstad werden vriendelijk verzocht om in te stappen in bus 4. Samen met een Zweedse gids en een hoop Noorse, Deense en Zweedse passagier werd iedereen naar zijn/haar hotel gereden. Een perfecte service. Wij hadden een kamer gereserveerd voor een week in hotel Zephyros, in Kamari, een paar kilometer van het vliegveld. Tijd voor een kaart wellicht:
Na een klein halfuurtje rijden door het droge landschap en diverse stops, waren Borghild en ik de enige die uitstapten bij hotel Zephyros...
Het was er erg stil en rustig en door alle planten en bomen voor het hotel, lag het gebouw een beetje verscholen en was het was donker binnen.
Dit was mijn eerste zonvakantie, dus alle spookverhalen van verschrikkelijke hotels had ik in m'n achterhoofd, terwijl door een donker gangetje een trappetje af liepen naar kamer 16, compleet in het donker gehuld. Ga nooit teveel op je eerste indruk af, want met de lampen aan, konden we zien dat de houten deuren voor de ramen dicht zaten en toen die eenmaal open waren, konden we onze mooie kamer en schitterend balkon met uitzicht op de binnenplaats en het zwembad met bar zien...
Rond het balkon groeiden tal van bloemen. Van buitenaf zag het er bijna sprookjesachtig uit...
Wij hadden de kamer rechtsboven...
De kamer was voorzien van 3 bedden, koelkast, vriezertje, tv, airconditionering en badkamer met toilet en douche. Alles wat je nodig hebt dus. Voor het hotel had je een terras waar je elke ochtend kon ontbijten (een buffet van half 8 tot 10 uur 's ochtends was inbegrepen) onder de schaduw van de vele planten en bomen...
Daarnaast had je dus het zwembad, met een bar ernaast die tot 8 uur 's avonds was geopend en waar je wat eenvoudige gerechten als pizza, sandwiches en patat kon bestellen. Rond het zwembad stonden palmbomen en zonnestoelen, waar je heerlijk een dag kon luieren als je nergens anders zin in had...