|
Één van de vakken die ik nu volg, heet hetzelfde als de studie die ik volg: "Naturbasert reiseliv" oftewel "Natuurtoerisme". Centraal in dit vak staat onder andere het gebruik van Nationale Parken als toeristattractie en welke uitdagingen dit met zich mee kan brengen wat betreft economische ontwikkeling en natuurbescherming en -beheer. Noorwegen heeft veel Nationale Parken, die vanuit zeer concervatieve principes in eerste instantie zijn opgericht om de natuur te beschermen. Veel (commerciële) activiteiten zijn daarom niet toegestaan binnen de grenzen van de parken en dit kan de ontwikkeling van het toerisme in de weg staan. In Zweden heeft men in Fulufjällets Nationalpark een heel ander concept toegepast, waarbij het park ingericht is in verschillende zones waarbinnen diverse activiteiten niet of juist wel zijn toegestaan. Men heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om het bezoekerscentrum binnen de grenzen van het park aan te leggen, duidelijke en brede wandelpaden aan te leggen en informatiebordjes op te hangen. Op deze manier kunnen ook minder ervaren wandelaars van de natuur genieten. Tegelijkertijd wordt de natuur in de andere zones extra streng beheert, zodat zowel natuur als mens in harmonie kan leven. Fulufjället Nationalpark ligt aan de grens met Noorwegen (rechts onder op het kaartje hieronder), op zo'n 5 uur rijden vanaf Ås. We bezochten tevens een bezoekerscentrum en 2 Nationale Parken in Noorwegen (Femundsmarka en Gutulia Nasjonalpark) die deel uit maken van een groter gebied van aaneensluitende Nationale Parken en natuurreservaten aan beide kanten van de grens. Dit gebied heeft men "Grenselandet" genoemd en staat rechtsboven op de kaart hieronder aangegeven. Voor meer info, kun je op de links klikken (zie links op deze pagina).

Hieronder uitvergrotingen van de kaart hierboven.
De blauwe lijn is de route die wij reden tussen Fulufjället (onderaan de kaart) en Grenselandet (extra vergroting rechtsonder)
In Noorwegen vind je weinig bordjes die je vertellen dat je in een Nationaal Park bent. Je moet min of meer op de kaart kijken om uit te vinden waar de parken liggen. Het welkomsbord in Fulufjällets NationalPark geeft je een heel ander welkomsgevoel. Tegelijkertijd zijn de ingrepen in de natuur op een doordachte manier uitgevoerd. De wandelpaden doen natuurlijk aan en het informatiecentrum (rechtsonder) is deel van de omgeving. Je kunt er vanalles lezen, zien en leren over de natuur in het park. Vanuit het gebouw heb je tevens een fantastisch uitzicht.
Na een rondleiding en een film over het park, begonnen we aan een wandeling in het park naar een paar berghutten. De gids vertelde dat veel toeristen denken dat de brede en goed onderhouden paden voor hun zijn aangelegd. Feit is dat de paden zijn aangelegd zodat de natuur bespaard blijft. Zonder paden richten wandelaar veel (erosie)schade aan bij natte omstandigheden.
De herfst is inmiddels gekomen en geeft de natuur prachtige kleuren. Helaas is er dit jaar sprake van een grootschalige roestschimmel-infectie onder berkenbomen in grote dele van Zweden en Noorwegen, waardoor de berken snel en vroegtijdig al hun bladeren hebben verloren. De mooie herfstkleuren die je normaal ziet in dit park ontbraken dit jaar dus, maar gelukkig is zo'n infectie maar 1-jarig. Het pad ging vrij steil omhoog en al gauw hadden we een prachtig uitzicht over het park en de Noorse bergen in de verte.
Bovenop het bergplateau vonden we veel heide en moeras. Op de vegetatie hier te beschermen, waren er op veel plekken planken gelegd. Makkelijk om op te lopen en de natuur wordt niet vernield.
Eenmaal bij de berghutten aangekomen was de temperatuur al aardig gedaald. De gastheer had echter de sauna voor ons opgestookt. Heerlijk om met een goedkoop Zweeds biertje in de sauna te kunnen zitten en naar buiten te springen om in een meertje af te koelen als het te warm wordt! =)
Grootste attractie van het park is de hoogste waterval van Zweden. "Niet zo hoog als die in Noorwegen, maar we zijn er wel trots op" zei onze Zweedse gids. Als "echte Noren" moesten we hier natuurlijk de nodige grappen overmaken. Een 90 meter hoge waterval kon niet zo moeilijk zijn om tegen op te zwemmen? Als we Noorse bergforellen zouden uitzetten zouden ze makkelijk omhoog springen en Lars Monsen (een Noor die bekend is geraakt vanwege zijn vele tochten in de Noorse natuur) had er wel tegenop gepeddeld met zijn kano. "Zelfs onze Nederlander had hier 's winters makkelijk naar boven geschaatst" vond ik wel een leuke toen we werden verteld dat de waterval 's winters wordt gebruikt voor ijsklimmen. Onderweg naar de waterval schoot ik nog een paar plaatjes van de prachtige omgeving.



Wat ik zelf wat minder vond (en met mij een hoop Zweden) is dat men in Zweden 's winters een sneeuwscooter kan gebruiken. In Noorwegen zijn hiervoor zeer strenge regels en is dit niet toegestaan "voor de lol", maar in Zweden bestaat er een groot netwerk van routes. Behalve dat het sneeuwscooterverkeer problemen oplevert voor flora, fauna en toeristen, zijn de permanente "wegwijzers" geen mooi gezicht in het landschap. Ze staan op zeer korte afstand van elkaar, een maf gezicht.
De wandeling ging eerst langs de bovenkant van de waterval en vervolgens naar de onderkant, waar het park een soort van pier heeft aangelegd om de toeristen de mogelijkheid te geven zo dicht mogelijk bij de waterval te komen. En toegegeven: het is een mooie waterval, de Njupeskär.
We wandelden weer terug naar de ingang van het park en reden vervolgens door naar Noorwegen, maar natuurlijk niet zonder eerst nog even te stoppen bij een Zweedse supermarkt om goedkoop nog wat boodschappen en alcohol in te slaan. =) We reden via kleine weggetjes door de bossen naar Elgå, een plaatsje met 50 inwoners aan het één na grootste meer van Noorwegen: Femunden. We bezochten er het informatiecentrum voor Femundsmarka Nasjonalpark, dat is gebouwd in Samische stijl, aangezien er in deze omgeving Samen wonen die nog altijd rendieren hebben.

Helemaal aan de waterkant ligt Bryggeloftet: een hotel met 26 kamers en eigen restaurant dat gerund wordt door een ouder echtpaar. Het uitzicht over het meer was adembenemend en het was erg inspirerend om het verhaal van het echtpaar aan te horen. Het is niet makkelijk om een hotel te runnen "in the middle of nowhere", maar ze hebben 1001 ideeën over hoe ze activiteiten kunnen creeëren en toeristen aantrekken. Ik vond het ontzettend interessant om te horen en heb nieuwe ideeën opgedaan voor wat ik wil doen als ik klaar ben met deze master-studie.



De laatste dag bezochten we Gutulia Nasjonalpark, Noorwegens kleinste Nationale Park. Twee "Rangers" (medewerkers van de "natuurinspectie" en "mountain board") vertelden ons over de natuur en natuurbeheer in dit park, dat zijn beschermde status heeft gekregen vanwege het unieke oerbos in het gebied. Hier vindt je 300 tot 400 oude dennebomen en sparren op een uitzonderlijke hoogte (tot 950 meter). Het bos kan zijn eigen gang gang en dode en omgevallen bomen worden niet verwijderd, waardoor er een uniek landschap is ontstaan. We wandelden langs een meer waar men langs het pad informatiebordjes heeft geplaatst met foto's en informatie over de natuur.
De herfst heeft ook hier al duidelijk zijn intrede gedaan: we struikelden bijna over de vele paddestoelen:
Aan het einde van het meer eindigde het pad bij de "ingang" van het Nationale Park. In het park vind je geen wandelpaden, maar men heeft er een aantal zomerboerderijen opgeknapt waar je kunt zitten en lunchen.
Na de lunch liepen we nog wat verder het bos in om het unieke landschap en een aantal hele oude bomen te bekijken.
Na het bezoek aan Gutulia Nasjonalpark reden we weer terug naar Ås, een busrit van 5 uur. Daarmee was de week afgesloten en maak ik me op voor een nieuwe week met meer colleges en schrijfwerk. Over twee weken ga ik echter weer op excursie met een ander vak, naar Hvaler Nasjonalpark in het uiterste zuidoosten van Noorwegen. Wordt vervolgd dus!
Groetjes uit Ås,
Cees. =)
|