Goed, nog geen 48 uur nadat ik vanuit Alta naar Lofthus was gereisd, zat ik weer in een bus, om voor een groot deel (5 uur) dezelfde weg weer in omgekeerde volgorde af te kachelen. Nou ja, dit keer was ik niet alleen, maar samen met alle anderen van friluftsliv. Nou ja, degenen die niet geblesseerd waren dan. De enige volledige dag die ik op school had, heb ik me opgesloten in m'n kamer om even bij te tanken en te proberen al het eten en overige noodzakelijke bagage in m'n backpack te proppen.

18,5 kg schoon aan de haak, waarvan volgens mij wel 5 kg eten was. Net zoals 2 weken geleden toen ik in Oslo moest zien te komen om het vliegtuig te halen, was er ook nu slecht weer voorspeld. Over de Haukeli bergpas moest de bus dan ook achter een sneeuwschuiver rijden, terwijl een striemende wind de sneeuw over de weg heen joeg en het zicht niet veel meer was dan 20 meter. Hmm, we waren een beetje skeptisch. Na goed 5 uur reizen waren we in Rjukan, waar het gelukkig niet zo hard waaide. Vanuit de kloof waarin het dorp ligt, namen we een kabelbaan omhoog, die ons tot 880 meter hoogte bracht.
Waar het beneden nog rustig weer leek, blaaste het bovenop als de nete en sneeuwde het flink. Ja, hmm, ok. Muts op, handschoenen aan, ski's onder, en au, och jeetje, wat zwaar, die rugzak om en gaan met die banaan. Het eerste stuk ging het door het bos retesteil omhoog, dus we hadden in elk geval een warming up.. haha.
Ons startpunt. Het laatste teken van beschaving voor de komende week.
Waar zijn we eigenlijk geweest? Doel was de Hardangervidda te doorkruizen van Rjukan tot Lofthus. Vanwege omstandigheden (wordt later wel duidelijk) belandden we uiteindelijk in Ustaoset in de buurt van Geilo. Zo zag het traject eruit:
klik op de kaart voor een een uitvergroting....
gestoken om de route naar de toeristenhut te markeren.
Linksboven het zicht vooruit...
Langzaam sjokten we achter elkaar aan en net voor het donker bereikten we 'Helberghytte'
In de hut zaten al 4 mensen en ik hoorde aan hun Engels dat het Nederlanders waren die, zo bleek later, al 5 dagen vast in deze hut zaten vanwege de slechte weersomstandigheden. Ik had geen zin om gelijk kenbaar te maken dat ik ook Nederlander was en heb het eerste kwartier kunnen genieten van het geroddel dat onze klas naar goed Nederlands gebruik over zich heen kreeg. Na de spaghetti met tomatensaus en gehakt gingen we rond half 9 al naar bed. Het was een lange dag en het beloofde nog een lange week te worden... Hopen op goed weer!
En zo zag de zonsopgang de volgende morgen om 7 uur eruit. Tegen alle verwachtingen in was de hemel bijna blauw en was het vrijwel windstil. Hoera!
Zo snel als mogelijk pakten we in om er zoveel mogelijk van te kunnen genieten. Met een felle zon aan de hemel en de beroemde Gaustatop in de verte zoefde het skitreintje over een bevroren meer de bergen tegemoet. 'Zonder extra dikke wollen ondergoed overleef je de Noorse winter niet hoor' zei van de herfst een Nederlandse verkoopster in Bergen eens tegen mij. Vandaag had ik genoeg aan een enkel T-shirt. Ik moest m'n jas open gooien, de mouwen opstropen en muts en handschoenen van me afgooien (nou ja, in m'n tas stoppen) om m'n warmte kwijt te kunnen. Wat een prachtige dag!




Achter ons werd de Gaustaberg kleiner en kleiner terwijl we ons verder op de vidda waagden. Met GPS, kaart en kompas zoefde ik voor de klas uit om te navigeren, wat nog best lastig als als alles bedekt is onder een dikke laag met sneeuw. Na wat op- en neerwerk begon het gebruikelijke Noorse geklaag 'ik ben moe, ik heb het warm, ik heb trek' dus werd er een plek gezocht om te lunchen. Aan de rand van een bevroren meertje zetten we ons neer op het dak van een schuurtje (zoveel sneeuw lag er!) voor een korte snack pauze.
Rechtsboven zie je nog net het puntje van het schuurtje boven de sneeuw uitsteken waarop we zitten...
Håvard hakte een gat in het ijs om wat water te tappen en zo waren we weer voorzien om over het meer te glijden. Over een bevroren meer langlaufen is ontzettend makkelijk en gaat snel, maar het is ook wat eentonig omdat je enkel rechtuit gaat en je blind staart op de ski's van je voortganger, terwijl het einde van het meer nooit dichterbij lijkt te komen. Maar de witte bergtoppen rondom die afsteken tegen de blauwe lucht gaven een fantastische afleiding.

Voordeel van dat ik vooraan ging (samen met Kirsti natuurlijk, die gaat altijd vooraan) was dat ik door wat voor de groep uit te skiën, kon voorkomen dat er om de 5 minuten werd gestopt. Vandaag zouden we namelijk zo'n 20 kilometer moeten afleggen, plus dat we in een sneeuwhol zouden slapen. En sneeuwholen groeien niet vanzelf in de sneeuw, die moet je graven! Dus heel veel tijd om te treuzelen hadden we niet. Tegen half 2 konden Kirsti en ik de groep niet langer in bedwang houden. 'Ok dan, daar bij die hut zullen we lunchen' Een goddelijk uur zaten we in de warme zon en aten knekkebrød met brunost en jam.
Na de lunchpauze ging het verschrikkelijk op en neer en hoeveel dat super afwisselend is en het ene na het andere prachtige uitzicht zich voor je ontvouwt, is het vooral ook slopend!

Na 18,5 km en bijna 5 uur (zonder pauze) op de latten begon het langzaam donker te worden. De meeste van ons (waaronder ik) hadden nog nooit zo ver op één dag geskiëd en waren aardig gesloopt. Desondanks moesten de scheppen ter hande worden genomen. We groeven ons in 3 groepjes recht naar beneden tot onze hoofden niet meer boven de sneeuw uitstaken.Toen groeven we zijwaarts om een soort van bolvormig hol te maken in de sneeuw. Håvard groef een gang onder de sneeuw die de 3 ruimtes met elkaar verbond. Als laatste moesten de gaten vanwaar we begonnen waren om naar beneden te graven, afgedekt worden met sneeuwblokken, die in de sneeuw uitgezaagd moesten worden. Die dingen waren loodzwaar en moesten een stuk omhoog worden gesjouwd. Ik kreeg het voor elkaar om 5 blokken te breken. Echt fijn als je helemaal kapot bent, koud en nat. Maar goed, toen alles klaar was en de tassen door de smalle gang (claustrofobie is niet aan te bevelen) naar binnen waren gepropt en Stine, Anne en ik ons hadden opgevouwd in ons eigen hol (die toch iets te klein bleek), de kaarsen waren aangestoken en de primus brandde (voorbranden is belangrijk, anders krijg je een gigantische steekvlam, zo beleefden wij) en water voor de kant-en-klare maaltijden (geïmporteerd uit Nederland) bijna kookte, hadden we het koselig (knus)!




's Nachts werd het nog knusser, want ons hol bleek veel te klein, waardoor we eigenlijk alleen maar op ons zij konden liggen. Hahaha, ik geloof niet dat we ooit zo'n slechte nacht hebben gehad. Meerdere keren werd ik wakker, omdat ik bovenop Stine lag (of andersom), m'n slaapzak tegen de sneeuwwand lag, druppels van het dak m'n slaapzak doorweekten en 1x omdat mijn drinkkop te dicht bij de kaars stond en vlam begon te vatten.
's Morgens werden we wakker met pijn in onze ruggen en schouders en kramp in onze benen omdat we ze niet hadden kunnen strekken. Nou ja, een ervaring rijker zullen we maar zeggen. Het was in elk geval wéér mooi weer en dus gauw de ski's onder en verder!
Het was alleen niet zo windstil als de dag daarvoor en een frisse bries blies in onze gezichten. Maar met de zon die we hadden, was dat wel lekker, want dan wordt je niet zo warm. We gleden eenvoudig door een dal en al snel kwamen we bij een langgerekt meer van enkele kilometers. Dit keer was het zeker niet saai, want helemaal aan de andere kant van het meer stond een grote groep wilde rendieren. De wind stond goed, zodat ze ons niet konden ruiken.
Heel in de verte kun je op bovenstaande foto de groep rendieren zien op het meer. Ondanks dat de wind goed stond, hadden ze ons vrij snel in de gaten. Ze zijn behoorlijk schuw en na wat heen en weer gedribbel, zette de hele groep het op een sprinten en verdwenen achter een heuvel. Ze gingen zo snel dat ik er geen foto van kon maken. We maakten een gat in het ijs om wat water te tappen voor een korte pauze.
Mathea die op wat opmerkelijke wijze water drinkt uit het meer... :-D
Na het meer moesten we een paar heuvels over en daarna kwam misschien wel het zwaarste stuk van de hele oversteek. Na een pijnlijke nacht en 15 kilometers waren we allemaal flink moe. Groot was de vreugde dat we plotseling in de verte de hut al konden zien. Met nadruk op in de verte. Het was 'maar' 2,5 kilometer, maar het ging alleen maar rechtuit en die verschrikkelijke hut kwam nóóít dichterbij! Het laatste stuk ging het ook nog even flink omhoog en het voelde net zoals het laatste stuk van de Elfstedentocht van Parrega naar Bolsward, wanneer de benen verzuurd zijn en de kilometers voorbij lijken te krúípen. Maar aan alles komt een eind en zo ook aan dit stuk en het was een genot om weer in een hut (Stordalsbu) te kunnen slapen. Een gezellige kleine hut met 2 slaapkamers, keuken, zithoek, kachel en genoeg brandhout.
Linksboven het laatste stuk naar de hut (vanaf de hut gezien), terwijl de laatste stakkers met slee hun weg omhoog klauteren.
Na de macaroni met bacon kon ik het niet langer houden. Ik viel om van de slaap, vermoeidheid en spierpijn en toen ik om acht uur (!!) in m'n slaapzak kroop, was ik meteen vertrokken.
Na 11 heerlijke uurtjes in een goed bed ging de wekker om 7 uur af. Na een bordje muesli (de rugzak weer wat lichter!) met veel suiker, poedermelk en jam en het gebruikelijke inpakritueel, stonden we om half 9 al op de ski's. Het mooie weer was helaas vertrokken naar het zuiden (volgens de berichten moet het heerlijk lenteweer zijn geweest in Nederland) en de hemel zat potdicht. Het begin was vrij pittig: het waaide flink, het zicht nam af en we moesten een heuvelrug oversteken en een dal doorglijden dat omhoog liep. In een treintje sjokten we zwijgzaam achter elkaar aan. Na 3 dagen op de laten te hebben gestaan, is het op een gegeven moment moeilijk om iets te vinden om aan te denken en op een gegeven moment schudde ik mezelf wakker dat ik continu zat te denken aan dat ik maar niets kon bedenken om aan te denken... Totdat je denkt dat je misschien kunt gaan tellen. Maar je beseft dat als je dat eenmaal hebt gedacht, je gek begint te worden, omdat niemand wil tellen. Maar als je eenmaal hebt gedacht dat je kan tellen, moet je tellen, net zoals je niet niet aan een roze olifant kan denken als iemand roze olifant zegt. Het aantal stappen, stenen die uit de sneeuw steken, ademhalingen in een minuut, of misschien de sneeuwvlokken die op je neus landen? Jaja, omringd door enkel sneeuw ga je soms rare dingen denken. Het meer dat zich na een fiks klimmetje aandiende, bracht nu niet bepaald veel nieuwe stof tot denken met zich mee. Op een gegeven moment hadden we 5 kwartier aan een gesloten enkel rechtuit gegleden over het meer, met het hoofd naar beneden omdat het waaide en enkel de voortglijdende ski's van je voorganger om naar te staren. Genoeg! Pauze! Midden op het meer bouwden we een windscherm zodat we in de beschutting even konden lunchen en op krachten komen.

Na de pauze besloot ik maar om een stukje een pulk te trekken, voor wat afwisseling. En zo kon ik mooi de rugzak op de pulk dumpen en de schouders ontlasten. En langzaam werd het wat beter weer. De wind nam af en de zon probeerde voorzichtig door het wolkendek te prikken, hetgeen prachtige uitzichten oplevert.
En zo zoefde het treintje voort in een zwijgzaam en constant tempo. Saai misschien? Weet ik niet. Zo midden in de natuur, omgeven door niets dan sneeuw en stilte, zonder beschaving, mensen of mobiele dekking is het soms heerlijk om even van de beschaving losgekoppeld te zijn, teruggeworpen op jezelf en enkel met jezelf. Eenvoud kan zo bevredigend zijn...
De laatste 3 kilometer brak de zon goed door en de hut van Lågaros leek ons toe te lachen, badend in de zon. Het was ook een beetje een gemeen glimlachje, want met elke meter die we dichterbij kwamen, verplaatste de hut zich ongezien een half metertje naar de horizon...
Al om vijf uur waren we bij de hut, een mooie grote met 3 kachels, hoop bedden, ruime keuken en grote zithoek. Ondanks dat Stine en ik behoorlijk skeptisch waren, smaakte de Bergense vissoep met stukjes zalm en rijst goed (vond ik tenminste, Stine vond het niet te eten). De spierpijn in schouders, armen, schenen, benen en voeten zeurden, maar gaven tegelijkertijd een voldaan gevoel. We zijn met iets groots bezig! Om half 9 kon ik m'n ogen niet langer open houden en met een kaars in de hand vond ik m'n weg naar m'n bedje, terwijl buiten de wind om de hut huilde en de kachel enge schaduwen wierp op de muren en de vele handschoenen en mutsen die aan de waslijntjes hingen te drogen...
(klik voor het tweede deel van het verslag op 'Verder')
|