Dankzij het mooie weer was de weg over de vidda sneeuwvrij. De twee tot vier meter sneeuw die op de vidda ligt, smelt echter niet zo snel en daardoor snijdt de weg zich als een tunnel door de sneeuw, waarbij de sneeuwmuren af en toe tot boven de minibus uitreikten en je dus helemaal niets kon zien aan weerszijden...
Na een kwartiertje rijden 'dumpten' we de minibus in een inham en bonden de ski's onder. Inmiddels was het al wat later op de dag en gelukkig hoefden we maar zo'n 5 kilometer te glijden naar een klein bevroren bergmeertje waar we ons kamp zouden opslaan. Geen iglo of sneeuwhol dit keer, maar een tent. 'Dat hebben jullie nog niet geprobeerd, dus dat moeten jullie proberen', aldus Håvard. Moet zeggen dat de meesten, waaronder ik aardig skeptisch waren. Maar toegegeven: zo'n tent staat in een kwartiertje, terwijl het bouwen van een sneeuwonderkomen al gauw enkele uren in beslag neemt.

Na het bouwen van een windscherm voor de tent en het uitdiepen van de ruimte in de voortent zodat we staande binnen konden koken (probeer dat 's zomers maar eens!), konden we ons settelen. Hoewel ik het aanlokkelijk vond klinken om met 4 meiden in de 5 manstent te liggen, kreeg ik bij het zien van deze '5'-manstent toch enige claustrofobie en kruip daarom maar in de 3 manstent met Lisa en Anne, die voor mij een uitstekende macaronimaaltijd met bacon maakten..
Terwijl de avondlucht langzaam paars kleurden, stookten we de primus nog wat verder op om de tent te verwarmen. Bij het kaarslicht kletsten we nog wat na over de afgelopen dagen onder het genot van een warme chocolademelk..
De volgende morgen brandde de zon ons al vroeg de tent uit. De dagen lengen snel hier en het is hier alweer langer licht dan in Nederland. Maar eerlijk: de tent uitbrandden, daar was nog geen sprake van bij -10. Toch moet ik zeggen dat het in de tent een stuk behaaglijker slapen was dan in een sneeuwhol of iglo, waar, hoe romantisch ook, alles op een gegeven moment onder de sneeuw zit en nat wordt.

IJverige Håvard had voor ons al tig gaten geboord in het ijs, zodat we enkel een vishengel hoeften te pakken en een gat uitzoeken. Na het bouwen van een windscherm en een comfortabele ligstoel van sneeuw was het slechts een kwestie van de worm aan de haak pulleken, hengel uitgooien (of eigenlijk, het haakje in het water naar beneden laten zakken) en wachten. En wachten, en wachten, en wachten, en wachten, en nog eens wachten. Het eerste kwartier sabbelden 3 vissen aan m'n haakje, zonder dat ik beet had. Dat was rond 10 uur. Daarna was het stil tot 3 uur, waarna 1 vis plagend met z'n pink tegen m'n haakje tikte en vervolgens was het weer stil tot 5 uur. Toen was ik het zat m'n wak keer op keer voor noppes open te hakken en gaf ik de strijd op. Maar al deze 7 uren hebben we prinsheerlijk in een warme lentezon kunnen baden. Uren lang hebben we enkel geslapen en liggen zonnen... De sneeuwvlakte lijkt net één groot hagelwit strand zoals je zelfs op het meest tropische eiland niet zult vinden. Al deze sneeuw weerkaatst zóveel licht dat de zon voelbaar in je gezicht brandt en je waant je dan ook eerder in een woestijn met witte duinen dan op een bergplateau in Noorwegen.

Alle (niet geblesseerde) friluftslivdeelnemers aan deze tocht:
Lisa en Anne
Kine en Mats
Mathea en Kirsti
Mari en Johannes...
Na 7 uur vissen met 9 personen (incl. Håvard) was de schamele vangst maar liefst 2 vissen. Enkel Kirste en Håvard wisten een vis aan de haak te slaan.
Mathea en ik waren de enige die al die tijd niet van hun plaats waren gekomen, dus vonden we het tijd om aan het eind van de middag een kleine skitocht te maken naar een bergtopje in de omgeving, vanwaar je een mooi uitzicht had over het witte landschap en de Hardangerjøkulen.
's Avonds was het mijn beurt om te koken: aardappelpuree met hamburgertjes en een plakje gesmolten kaas. Helemaal niet slecht hoor!
Wat ik tot nu toe had weten te vermijden is om naar het toilet te gaan in een winters landschap voor iets meer dan alleen een plasje. Maar met een ondergaande zon als uitzicht en een grote steen om 1 bil op te laten rusten, viel het me nog best mee. Het is natuurlijk anders dan een sfinx, maar een stuk idylischer. Betoverd door de omgeving merkte ik niet zoveel van de kou en moest ik oppassen dat ik niet met 1 bil vastvroor aan zwerfkei. Ook dit soort ervaringen horen erbij en maken het friluftsliv-leven (beetje dubbelop) compleet!
|