|
80 man, 3 etmalen, 2 toiletten... Je kunt je voorstellen dat er zaterdagochtend e.e.a. schoon te maken was. Na een tweede nacht binnen slapen, terwijl buiten de regen de tenten geselde, was ik genoeg uitgerust voor de wandeltocht over de vidda terug naar Lofthus. Zoals altijd ging alles op z'n dooie gemakje en pas laat in de ochtend was de hele friluftslivgroep klaar om te gaan. Terwijl alle andere aan de wandeling terug naar Øvre Eidfjord begonnen, liepen wij met z'n 9-en de andere kant op, verder de vidda op en richting Hårteigen. Het was koud, het waaide, maar belangrijkste van alles was dat het droog was en ik verbaasde mezelf erover hoe makkelijk ik met die zware rugzak vooruit kwam. Na zo'n 5 kilometer zochten we in een oude stenen hut beschutting voor het gure weer en lunchten uitgebreid. Aangezien ik, ondanks de verkoudheid, beter in vorm ben dan vorig jaar en wist wat er ging gebeuren, kon ik veel meer genieten van de prachtige omgeving. Inmiddels is het alweer herfst geworden en de vidda toont zich van haar mooiste kant met tal van kleuren: geel, rood, bruin en goud.

In de verte is Hårteigen al zichtbaar...
Na een stuk door een veen/moeras gebied moesten we een aantal riviertjes/beekjes oversteken. De eerste konden we gelukkig met een bruggetje oversteken en de volgende twee waren doorwaadbaar, maar in de vierde stond het water te hoog. Mij stond nog goed bij hoe verschrikkelijk stekend koud het water vorig jaar was, toen we op precies dezelfde plek op onze blote voeten door het ijzige water moesten banjeren. Ondanks mijn protesten moest ik de strijd helaas opgeven. Iedereen stond al aan de andere kant en nergens een plekje te vinden waar het ondiep genoeg was om met de schoenen door het water te lopen. Au, koud, koud, steek, steek, voel m'n tenen niet meer... Verschrikkelijk koud. Maar goed, met de wollen sokken weer aan werden de voeten gauw warm.

De kilometers vlogen voorbij en voor we het wisten, waren we de twintig alweer gepasseerd. Dat ging snel! Na een laatste steile klim, sloegen we ons kamp op naast een stroomversnelling op zo'n 5 kilometer van Hårteigen. Martin, Håvard en Rune wisten wat brandhout bij elkaar te sprokkelen en zo konden ons rond het kampvuur warmen.
De hele week was het slecht weer geweest, maar op zondagochtend was de lucht plotseling helemaal blauw, precies op de dag dat we de klim naar Hårteigen hadden gepland! Na het ontbijt zocht ik eens een mooi plekje op om naar het toilet te gaan. De meeste zoeken een grote steen uit, maar met dit prachtige weer vond ik het een veel beter idee bovenop een heuvel te gaan zitten met kilometers wijd uitzicht. Fantastisch, daar kan zelfs een porseleinen Sfinx niet tegenop. Mijmerend over het goede leven droom ik wat weg en zie niet dat een wandelaar op deze vroege morgen over het wandelpad recht op me af komt. Hij ziet mij wel, maar daar kom ik pas laat achter.
Na het pakken van de dagrugzakken kwam er helaas een flinke mist opzetten. Tijdens het oversteken van een sneeuwveld leek het daardoor wel hartje winter. Pas 1 kilometer voor Hårteigen trok de mist even snel op als dat hij gekomen was en vielen de monden van de leerlingen open bij het zien van deze zogenaamde 'Koning van de Vidda'
Tijdens de beklimming begon de zon goed te schijnen en was het plotseling even zomer. Het uitzicht was fantastisch en in de verte konden we de Gaustatoppen zien, op zo'n 100 kilometer van Hårteigen. Raar om te beseffen dat ik iets meer dan een maand geleden bovenop die top stond samen met Sindre! Aan de andere kant konden we delen van de Hardangerjøkulen en Folgefonn gletsjers zien en alsof dat nog niet genoeg was, liep er beneden aan de voet van Hårteigen plotseling een kudde wilde rendieren rond, zo'n 150 stuks! Grappige was dat wij 2 jagers op zo'n 200 meter van de rendieren waarnamen en registreerden dat zij de rendieren niet konden zien...
Op weg naar boven...
In de verte zie je Gaustatoppen en op de voorgrond de kudde rendieren op het sneeuwveld, waarvan rechts een uitvergroting...


Na een uur op de top hadden we er genoeg van gekregen en begonnen aan de 2,5 uur durende wandeling terug naar het kamp, waar we de tenten afbraken en alles inpakten om het geheel een paar kilometer te verplaatsen. Precies toen we begonnen aan het opzetten van de tent, begon het te hozen en dat hield niet meer op tot half 6 's nachts. Ik heb dus nauwelijks geslapen, want ik ben allergisch geworden voor dat verschrikkelijke geluid van regendruppels op het tentdoek. Of dat niet genoeg was, hield Lia me ook nog eens wakker. Ze had van tevoren al de plek in het midden geclaimd, omdat die natuurlijk het warmst is, maar alsof dat niet genoeg was, begon ze in haar slaap ook aan m'n haren te plukken en tegen me aan te kruipen. Nou heb ik daar geen principiële bezwaren tegen om het zo te zeggen, maar na uren wakker liggen word je er op een gegeven moment wel erg moe van. Maar 2 uur voordat we op zouden staan, werd het plotseling droog en kon ik toch nog wat slaap vatten. Supermazzel natuurlijk dat we zonder regen verder konden trekken en gedurende de dag werd het steeds mooier weer. Håvard benutte die omstandigheden flink en wilde bij elk meertje z'n hengel uitgooien. De vraag 'Is het goed dat ik hier even ga vissen met Rune en Martin?' eindigde daarmee in een ruim half uur durend visavontuur dat voor de anderen niet zo spannend was. Enige grappige was dat Martin werelds lelijkste forel ving: gigantisch lang, dun en met een oerlelijke grote kop vol met wormen...


Het landschap waar we doorheen liepen was echt super afwisselend. Af en toe moesten we een sneeuwveld oversteken die nog in grote getallen op de vidda aanwezig waren. Daar waar de sneeuw net is gesmolten, bloeien bloemen in alle haast voordat het te laat is. Andere momenten liepen we door groene weiden in een lekker zonnetje zodat het zomer leek, maar vijf minuten later konden we ook zo weer in een bruin/gele heide lopen met een gure wind. Alle jaargetijden waren wel aanwezig...




Na ruim twintig kilometer zonder dat ik daar ook maar iets van in m'n benen voelde, sloegen we het kamp op aan een meertje, waar de muggen ons al gauw vonden. Na de fantastische maaltijd uit een zakje (zo'n teringdure zoutloze instantmaaltijd waar je niet vol van raakt) zochten we wat hout bij elkaar voor een kampvuur. De hemel was compleet helder en zo konden we genieten van een prachtige zonsondergang, waarna 10.000 sterren aan de hemel verschenen. Ik heb nog nooit zo'n heldere hemel gezien, er waren gewoonweg meer witte plekjes dan zwarte en de Melkweg was fantastisch te zien. Aangezien het compleet helder was, legden Martin, Rune, Fredrik, Marius, Håvard en ik onze matjes buiten uit en sliepen in slechts onze slaapzakken. In plaats van schaapjes telden we overvliegende satellieten en vallende sterren en na 14 wensen viel ik in slaap. Midden in de nacht werd ik wakker, prachtig om te zien hoe de sterrenhemel (of eigenlijk wijzelf) gedurende de nacht was gedraaid. Wel was het retekoud en over m'n hele slaapzak lag een laagje rijp. Net toen ik me weer om wilde draaien om verder te slapen, zag ik recht boven me een felle flits. Zo'n heldere vallende ster heb ik nog nooit gezien. Hij was zó helder, dat de omgeving iets oplichtte en er een rookpluim te zien was. Na zo'n 2 seconden was het spectakel over, maar terwijl ik nog helemaal onder de indruk op adem lag te komen, kwam er nog één. Fantastisch! Rond half zes verdwenen de sterren en kon ik genieten een werkelijk fantastische zonsopgang waarbij de hele hemel rood opgloeide. Dít noem ik het échte leven! ;-)


Na het ontbijt van muesli met melkpoeder, dat me nu echt de neus uit komt (ik heb het de afgelopen zomer enkele weken als ontbijt en lunch gegeten) en waarmee ik met de laatste 500 gram die ik m'n strot niet meer doorkreeg, de beek naast het kamp wit wist te kleuren (tot grote verbazing van Håvard die net de afwas wilde doen), pakten we de spullen voor de laatste keer in. Over de tocht van nog eens zo'n 20 kilometer hebben we erg lang gedaan, mede doordat sommige mensen onderweg nog een keer wilden vissen en Lia last had van haar knie, waardoor we het tempo flink omlaag schroefden. Pas na zessen kwamen we weer aan in Lofthus en toen was ik de afdaling vanaf Nosi, die ik nu 3x in zeer korte tijd heb gedaan, wel behoorlijk zat. Het was echter een fantastische tocht en iedereen was laaiend enthousiast en ik denk dat we erg goed bekend met elkaar zijn geraakt. Onderling is er een zeer goede sfeer en er wordt ongelooflijk veel gelachen. Met name de jongens hebben een erg goede humor. Martin loopt altijd te dollen, maar weet samen met Rune ook wanneer ze serieus moeten zijn en anderen die effe een dipje hebben, op te beuren. Fredrik heb ik ondertussen omgedoopt tot moppersmurf. Haha, zodra je hem iets vertelt, kun je er donder op zeggen dat hij zegt dat hij er een hekel aan heeft of het belachelijk vindt. Met name met de muesli had hij moeite, omdat er stukjes fruit in zitten (wat hij niet eet), waarbij zijn superironische en overdreven gezichtsuitdrukkingen tot hilarische lachsalvo's onder de groep leidde.
Ik kan alweer uitkijken naar de volgende tocht!
|