Wat een mazzel, wederom een prachtige dag met blauwe hemel en zon. En dat terwijl dat helemaal niet gewoon is in Finnmark.
Zonsopgang in Olderfjord...
Woensdag was de enige dag waarop we niets gepland hadden. Laila had al gesuggereerd dat het wellicht verstandig was om een dagje uit te rusten, maar nee, zei Marte, ik weet wat anders. We besloten om de latten onder te binden en de honden mee te nemen. Tia en Mari heetten ze, haha, en ze waren super enthousiast dat ze mee mochten.
Ze kregen een tuigje om dat via een touw aan een riem rond ons middel was bevestigd. Zo konden de honden rennen wat ze wilden en ging het langlaufen een stuk makkelijker voor ons. We hebben een heel stuk gelanglaufd door de bossen over een sneeuwscooterspoor. Ik had Mari en zij is al een stuk ouder en ervarener, zodat ik weinig hoefde te corrigeren. Tia is echter pas 3 en dit was de eerste keer dat ze zoiets deed, dus Marte moest continu stoppen en corrigeren en de het touw uit de knoop halen...
Tijdens de afdalingen was het wat lastiger. Dan moesten we de honden losknopen en het touw inkorten. Maar het ging hartstikke goed en Mari rende als een gek met me mee terwijl we tussen de bomen doorflitsten. We waren alleen vergeten om eten mee te nemen, dus na 1,5 uur waren we redelijk moe. In plaats van een rondje, zijn we toen maar omgekeerd om dezelfde weg terug af te leggen.




Terug in Olderfjord was het huis leeg maar stond er plots een grote pan Lapskaus op het fornuis, waaraan we ons flink tegoed hebben gedaan. Wat betreft eten, begrijp ik het hier nog steeds niet. Soms eten ze 2 á 3 keer op een dag, soms wel 6 keer en altijd op andere tijden lijkt het wel. En toen Jan en Grete-Liv terug waren van werk, kwam Grete-Liv enigszins geheimzinnig naar me toe: 'Heb je zin om iets echt barbaars te proberen?' zei ze met een glimlach.. (ik had gezegd dat ik altijd in ben om iets vreemds te proberen). In de keuken stond Jan met net zo'n smerige glimlach op me te wachten. Nou, kom maar op. Er ging een deksel van een pan en, o mijn God, daar in lagen 2 helften van wat eens één gezamenlijk schapenschedel was geweest. hahaha. Een delicatesse in Noorwegen. Ik met met grote mond. Zat ik daar aan tafel met een halve schedel op m'n bord van een schaap dat vanuit z'n dood mij met een grijzende glimlach toe leek te fluisteren: 'veel succes, hehehe'. Nou goed, gewoon proberen. Jan vertelde hoe ik het vlees van z'n kaken moest schrapen. 'Maar niet het tandvlees, das niet lekker. En kijk uit aan de zijkanten, het oor smaakt ook niet zo' Geweldig! Moet zeggen dat het er ontzettend griezelig uit zag, maar dat het vlees (voor zover dat eraan zat) redelijk smaakte. Fantastisch om met je vork het vlees uit die holtes te porren. Het lekkerste moest tot het laatst bewaard worden: het oog... Met een klein rilletje pulkte ik met m'n vork het oog uit de oogkas. Jan wees me de achterkant van het oog aan: 'daar zit de oogspier, dat is lekker vlees' De iris hoefde ik niet te eten. Met een griezeling stak ik het oog in m'n mond en tot m'n verrassing was het helemaal niet zo vies. Beetje glibberig, maar 't smaakte een beetje naar kip. Jan keek me aan met een grote glimlach, terwijl Grete-Liv trots foto's van het geheel maakte en Marte vol concentratie bezig was met haar eigen schapenschedel.



Na het schapenhoofd kreeg ik nog rendierenbloedworst, dat met een beetje suiker redelijk smaakte. Na deze delicatessenronde, gingen Marte en ik naar buiten om in de sneeuw een plaats te graven waar we konden zitten en een kampvuur stoken. De hemel was superhelder en we kregen een prachtig Noorderlicht voorgeschoteld.
Toen we eenmaal het kampvuur aanhadden, was het bewolkt. Maar dat maakte niets uit. Met worstjes op de gril en warme limonade en rendierhuiden om op te zetten, hadden we het gezellig. Na een kwartier sloeg de deur van het huis open. 'Pannenkoeken!' schreeuwde Jan. En zo verorberden we onze zoveelste maaltijd van deze dag rond een lekker warm knisperend vuur... Wat een dag...
|