Goed, dit gaat een heel lang verhaal worden. Zondag 16 maart ging de wekker om half 8. Ik was stijf in m'n armen, bovenbenen en kuiten, schouders, nek, billen, kortom: overal! 54 kilometer langlaufen, dat nooit meer! Ook Ole Kristian had het er lastig mee om op te staan. De huurauto die Sindre, Ellen Marie en Borghild de vorige dag hadden geregeld was een stuk kleiner dan de auto van Sindre waarmee we aanvankelijk zouden gaan. Na een hoop geprop wisten we echter toch alle koffers, rugtassen, zakken, computers en tasjes in de auto te krijgen. Met bagage tot aan de achterruit en het dak, tussen de benen en op schoot, plus 2 paar ski's op het dak en 5 volwassen mensen vertrokken we even voor half tien aan de bijna 1500 kilometer lange reis van Lillehammer naar Apeldoorn:



In Hamar stopten we om extra lucht in de banden te pompen en te tanken. Vervolgens richten we onze pijlen op Oslo. Voordeel van het hele langlaufevenement was dat we nu onze reis in Lillehammer startten en zodoende niet eerst vanover de bergen vanuit Lofthus moeste rijden. Borghild reed ons richting de Zweedse grens. Vervelende van de ski's op het dak was we dankzij de magneetdakdragers die hiervoor op het dak geklikt waren, niet harder dan 110 mochten rijden. Met Duitsland in het vooruitzicht zochten we naar een uitweg om onderweg de ski's ergens te kunnen dumpen. Wellicht verstoppen in het bos bij een parkeerplaats en ophalen op de terugweg? Na 2 jaar op de Hardanger Folkehøgskule kennen we inmiddels zo'n 150 mensen rondom in Noorwegen en in het plaatsje Ås tussen Oslo en de Zweedse grens woonde een meisje van de paardenklas van vorig jaar waar we gedurende komende week onze ski's konden stallen. We gebruikten de stop om naar het toilet te gaan en van chauffeur te wisselen en zo scheurde ik de auto over de Zweedse grens. Een hoop wegwerkzaamheden leverde wat vertraging op waardoor ik probeerde zolang mogelijk door te rijden en alle 'ik heb honger, ik heb kramp in m'n benen, ik moet plassen'-opmerkingen zoveel mogelijk te negeren. Toen het water Ellen Marie tot aan de ogen was gestegen en het gerommel van de magen van Ole en Sindre oorverdovend werd, stopten we in het kleine plaatsje Ljungskile, even ten zuiden van Uddevalla (tussen Oslo en Gøteborg) om te tanken en in een supergezellig restaurantje een bord patat met een flinke hamburger met een halve liter frisdrank achter kiezen te werken, voor slechts 65 zweedse kronen (zo'n 6 euro). Tijd om van chauffeur te wisselen. Ole Kristian kroop achter het stuur zodat ik weer wat kon slapen. De snelweg naar Malmø was breed en rustig, zodat er flink doorgegast kon worden...



Inmiddels begon het donker te worden. In Malmø stopten we bij de McDonalds om een lange pauze te houden en wat te eten. De laatste boot vanaf Rødby in Denemarken naar Puttgarden in Duitsland zou kwart voor 12 's avonds zijn, maar we waren al om half 7 in Malmø, op 2 uurtjes vanaf Rødby. We hadden dus alle tijd van de wereld, want het zou dom zijn om midden in de nacht in Apeldoorn aan te komen. Ellen Marie reed ons door mistig Denemarken naar Rødby, waar we om kwart over 10 de boot op reden en Ole en Sindre direct in de taxfree winkel verdwenen om drank te kopen. Ole had enorme last van een houten kont en kocht daarom 1 of ander maf roze kussentje waarmee hij en Sindre op het autodek aan het overgooien raakte.. Je moet wat doen om wakker te blijven.


Om elf uur stonden we in Duitsland. Het is maar 5 uur rijden naar Apeldoorn vanaf daar, terwijl we eigenlijk niet voor 7 uur 's morgens wilden aankomen. Dus besloten we maar om veel te stoppen, pauzes te houden om genoeg te rusten en te eten. Eigenlijk zeer verantwoord, maar de hele rit werd er wel een heeeeel stuk langer door. Sindre reed totaan Bremen en vanaf Bremen nam ik het over om naar Nederland te rijden. Na meerdere pauzes van een half uur werd ik het in Hengelo zat om stil te staan en belde ik naar huis dat we eraan kwamen. In de drukke ochtendspits reden we richting Apeldoorn, waar we tegen half zeven de Maria Stuartstraat binnen kwamen rijden. Eindelijk!!!