
De zomer is vandaag begonnen. Aan Daan z'n loopneus te zien zou je dat niet zeggen. Noch aan de sneeuw op de bergen aan de overkant van het dal. Noch aan de temperatuur. Het is bar 10 graden en aan de potdichte grijze hemel hoef je niet te vragen of het vandaag beter gaat worden. Maar we hoeven maar 40 kilometer. Met alle beenstukken en lange vingers aan stappen we op de fiets. Het gaat geleidelijk naar beneden en met een gangetje rond de 30 zoeven de eerste kilometers er lekker makkelijk doorheen. De wind is echter zeer koud en laaghangende wolken en regensluiers verhinderen het uitzicht. De wereld lijkt enkel te bestaan uit een grijze luchtmassa die langzaam overgaat in grauw groen en blauw van de bossen en watertjes in nevel gehuld. Weg 51 loopt vrij recht en gestaag langs de hellingen naar beneden. We dalen nog even scherp af naar een meertje en dan zitten we alweer op 500 meter hoogte. De weg volgt het water en de afdaling gaat over in vals plat naar beneden. In het dorpje Heggenes is een minibank. Na alle sponsoringen hoef ik pas na weer sinds Ängelholm in Zweden te pinnen. Met een gevulde porte-

monnaie rijden we door en moeten we toch nog - zie je wel? - een tijdje klimmen. Echt veel omhoog gaat het niet, maar dalen is het zeker niet. Een witte waas komt vanuit het dal opzetten in onze richting. We stoppen de stoet om de regenkleding aan te trekken. Niets te vroeg, want een paar tellen later giet het met bakken uit de hemel. De omgeving gaat volledig aan ons voorbij. Het enige waar ik me mee bezig houd is de grootste waterstromen op het asfalt ontwijken en naar de kilometerteller turen. Nog 12, 11, 10 kilometer. Het dealt weer wat meer en vrij snel, maar behoorlijk nat arriveren we in Fagernes. Het houdt op met druppelen. Terwijl Daan uitlekt op een bankje, drentel ik op m'n fietsschoenen en met een mandje de supermarkt binnen. We beginnen al aardige pro's te worden en weten onderhand precies welk brood het goedkoopst is en wat de kopjes zijn. Als je een beetje oplet en wat minder verse groente durft te eten voor een tijdje kun je prima boodschappen doen. Overdadige luxe en veel lekkers te snacken past alleen niet binnen een kleiner budget. De camping is nog maar een paar honderd meter rijden. Een aardig blond meisje bij de

receptie checkt ons in. De tent staat net op een mooi plekje aan het water als de luiken weer opengaan. Het blijft de middag regenen, maar we vermaken ons prima in de tent met een kaartje leggen, wat Bert Visscher sketches ophalen en gewoon lekker uitrusten. Na 2 slopende dagen bevalt het goed om de benen en lichamen wat rust te geven. De weergoden zijn ons tegen de avond even gunstig gezind, zodat we in een waterig zonnetje een zeer goed smakende Mexicaanse rijstschotel met flattbrød kunnen verorberen, alvorens het grijze zonnescherm weer uitgaat. Blauwe en grijze luchten wisselen elkaar af en dat is in ieder geval al beter dan gister. In het houten muziekkapelletje dat voor onze tent staat, staren Daan en ik zwijgend over het water, beiden met de oordopjes in. Ik heb de top 2000 van 2002 op, die ik de vorige keer in Noorwegen ook mee had. Mijmerend over de Trollstigen, Geiranger, Flåm en al die mooie plaatsen waar we toen zijn geweest, glijden de uren voorbij.