Øyer - Skåbu
Afstand: 95 km
Hoogste punt: 910 meter
Hoogtemeters: 1440
|
Oppland - Peer Gyntvegen?

 Zachtjes tikt de regen op het zolderraam. Nou, over hard slaande regen op het tentdoek zou je ook een liedje kunnen schrijven: iedereen herkent direct het geluid en het `fijne' gevoel dat erbij hoort. Om half 7 regent het nog steeds, het heeft de hele nacht gezeken. Het toiletgebouw ligt gek genoeg aan de andere kant van het spoor - op een camping! - en ik heb er het regenpak voor nodig. Daan ligt nog lekker te ronken of doet erg z'n best de regen te negeren. De supermarkt in Øyer gaat om 7 uur open en het leek me handig alvast wat boodschappen te doen terwijl Daan zijn spullen inpakt. Slagregen overvalt me op weg naar de supermarkt en de schoonmaakster die net aan het dweilen is, kikt me allerminst vriendelijk aan als ik als een druipend monster kom binnenwaggelen. Op de terugweg gaat de regen nog een standje harder. Met soppende schoenen en sokken arriver ik bij de tent. Fijn. En de dag moet nog beginnen. In goed overleg besluiten we de onverharde Peer Gyntvegen te schrappen. We weten niet wat de conditie van de weg is en of het weer wel zal verbeteren. Ik betreur het wel, deze route zou één van de hoogtepunten worden. Het houdt gelukkig op met regenen en we pakken snel de spullen in: het dal is gevuld met witte, grijze en zwarte wolkensluiers. De oude Noor die ons gisteren al verwelkomde, stapt op ons af en grinnikt als hij Daan ziet in z'n regenkleding. Hij geeft ons gelijk dat we de Peer Gyntvegen niet doen. Van zijn Noorse routealternatieven kan ik echter maar weinig verstaan. Na een `ha det bra' en een ferme handdruk vervolgen we onze weg. Het schrappen van deze route houdt me kilometers tegen, ik blijf het jammer vinden. Zwijgzaam rijden we onze kilometers over weg 255 door het dal dat in de zon schitterende plaatjes moet opleveren, maar door de  wolken en mist nu een troosteloze aanblik heeft. Daan heeft vandaag duidelijk blubberbenen en met het vals plat omhoog gaat het allemaal niet erg snel. Op fietsvakantie zijn er ook momenten waarop de omgeving je niet interesseert, dat alles pijn lijkt te doen en dat het enige waar je je mee bezig houdt, is: hoever nog? Zo is het vandaag en we fietsen met gebogen hoofden, gefixeerd op de fietstellers die de kilometers één voor één langzaam wegtikken. Na 30 kilometer lunchen we langs de kant van de weg in een akker terwijl regendruppels op ons neerdalen. We proberen elkaar wat op te peppen met cynische grapjes. We kunnen zelfs weer een glimlach op ons gezicht toveren als na de lunch blijkt dat om de bocht na 200 meter enkele picknicktafels staan. We volgen een stroompje dat stroomopwaarts steeds smaller wordt. Het dal is hier verlaten en slechts hier en daar staan een paar huisjes, verkeer is er nauwelijks. Langzaam lopen de hoogtemeters op, we moeten vandaag naar +/- 900 meter. Op zo'n 500 meter is er nauwelijks wat van de beek over en slingert de weg plots steil tegen een bergwand op. Tegen de 10% moeten we in korte tijd ruim 150 hoogtemeters maken. Daan heeft het er moeilijk mee en met verbeten gezicht kruipt hij omhoog.
 Na een blik over het dal beneden, rijden we verder. De weg volgt de Espedalsvatnet, een langgerekt meer. In de verte verrijzen bergtoppen met vlekjes sneeuw. De bebouwing houdt hier op, een enkel vakantiehuisje en gesloten hotel daargelaten, en hoewel we hier in midden Noorwegen zitten, liken we met al die bergen en enkel bossen aan het einde van de wereld te fietsen, hetgeen geaccentueerd wordt door de vele grijze sluiers die overdrijven. Ze lijken ons te waarschuwen: ga niet verder, het houdt hier op. Met een koude wind en regendruppels in het gezicht ploegen we voort. Stukje omhoog, stukje omlaag, stukje omhoog, stukje omlaag. Het sloopt de getergde benen. Misschien was het `uitje' naar Lillehammer gister niet zo'n goed idée. 700 meter, 800 meter hoogte. Via een steile klim kruipen we boven het meer uit tot 900 meter. `Das mooi', denk ik, `de hoogte  hebben we alvast, nu enkel nog 10 kilometer naar de camping tokkelen'. Een bordje boort deze ijdele hoop de grond in: `7% 0-3 kilometer'. OMLAAG. Drie minuten lang jagen we door het bos omlaag tot een magere 640 hoogte. Daarna lijkt de weg rechtop weer naar boven te gaan. In de allerlichtste versnelling slepen we onszelf met 3 kilometer per uur naar boven, terwijl het weer harder begint te regenen. 650, 700, 750, 800, 850 meter. Dan staan we op een verlaten kruizing in Skåbu. Als ik achterom kijk, zie ik een bordje: `10% 0-2,5 kilometer'. Het begint nu echt hard te regenen en we trekken onze regenjacks aan terwijl we afvragen hoe we een camping gaan vinden in dit dorp dat compleet verlaten lijkt. Een klein bordje met `hytter' stuurt ons een nog kleiner  zijweggetje in dat - natuurlijk - steil omhoog loopt. Toevalligerwis wordt deze minicamping door Nederlanders gerund. De eigenaar in kwestie kijkt enkel wat vreemd naar onze fietsen en onszelf - half verregend, hij lijkt ons eerder stom/dom te vinden dan dat hij positief verbaasd is. Als hij echter mij een huisje laat zien - `misschien willen jullie in dit weer niet kamperen' - compleet met douche, keuken, zithoek en slaapkamer, ben ik ondanks de forse aanslag op ons budget - 400 kroon, +/- 50 euro - overstag. Als ik onder een heerlijk warme douche sta die zonder `polleter' werkt en hoor dat Daan een grote pan macaroni in ontvangst neemt, besef ik dat we het goed hebben. Met een bakje koffie in de handen, WK op televisie en een prachtig uitzicht vanuit het raam over de bergen, vind ik dat we een heerlijk einde hebben gebracht aan een enerverende dag. Eentje voor in de sloop top 10.

|