Geilo - Flåm
Afstand: 88 km
Hoogste punt: 1230 meter
Hoogtemeters: 940
|
Fjellen en Fjorden - Rallarvegen
 Tik tik tik.. 2 uur. Wat slaap ik slecht vannacht. Het ene uur regent het harder, het andere zachter. Van mij mag het wel eens een keer gaan ophouden met regenen. 4 uur regent het nog, 5 en 6 uur ook. 7 uur gaat de wekker. Droog! Hopen dat het zo blijft. Het afscheid nemen valt me zwaar en ook pa en ma en Willemien en Jaap hebben het er moeilijk mee. We hebben gezamenlijk een paar hele gezellige rustdagen gehad en Daan en ik mogen ze heel dankbaar zijn voor alle steun die ze hebben geboden. Terwijl we na 10 knuffels en 3 filmscènes Geilo uitklimmen, besef ik dat de bananen en appels nog in de camper liggen. Ze rijden ons echter nog achterop en na 7 kilometer kunnen we elkaar nog een keer gedag zeggen. Met een ijzige wind rijden we over weg 7 wat op en neer rond de 1000 meter langs een meer. Tijdens de kleine afdalingen tintelen de vingers van de kou. Het is zondag en zonder vrachtverkeer is het lekker rustig op deze toch belangrijke weg.
 We volgen hem maar een stukje, tot Haugastøl, een plaatsje dat niet meer voorstelt dan de kruizing tussen weg 7 en de Oslo-Bergen spoorlijn, een hotel en wat losse vakantiehuisjes. Zoekende waar de onverharde Rallarvegen moet worden opgepakt - de oude spoorarbeidersweg die eind 19e eeuw werd gebruikt voor de aanvoer van goederen en materiaal voor de aanleg van de Bergensbana - missen we dat pak verdekt in de berm met filmcamera staat opgesteld. Het viertal heeft ons een half uur opgewacht om ons een kopje thee aan te bieden en een laatste keer gedag te kunnen zeggen. Minutenlang zwaaien we nog, maar dan zijn Daan en ik toch echt alleen. Met recht, want via een steenslag weggetje slingeren we door een bosje, om even later de boomgrens achter ons te laten en in een landschap van rotsen, sneeuw en beekjes parallel te rijden aan het spoor: dan weer ver, dan dichtbij. Ongemerkt klimmen we vrij vlot naar 1100 en 1200 meter. Nu hebben we natuurlijk wel een voorsprong doordat we in Geilo al op 750 meter hoogte begonnen. Het wordt duidelijk kouder: niet alleen zijn er nog grote sneeuwvelden op de toppen en iets van de weg af te vinden; als we het spoor via een viaductje kruizen, ligt er plots een berg sneeuw op de weg en moeten we onze fietsen er met moeite doorheen duwen.

 Slechts een enkele hut staat er in het landschap. Verder is het enkel rots, steen en water dat het beeld bepaalt. Twee heuvelruggetjes verder wordt de Rallarvegen smaller en wat slechter. Elke keer als het spoor een tunnel doorgaat, moeten wij slingerend en klimmend om c.q. over de rotsen heen. Ook de verharding laat wat te wensen over: minder steenslag en meer grote keien. Vier eenzame fietsers en een paar groepjes schapen later, doemt het dorpje Finse op, op 1222 meter. Een spookdorp. Het hotel en het station zijn gesloten, de skilift staat er werkloos bij, de enkele huisjes die er staan zijn verlaten en her en der slingert wat troep. Hoe anders was het in januari, toen ik hier  met oma was: 3 meter sneeuw, een vol hotel en overal skiënde en lolmakende mensen. Toen was het -20 graden Celsius, maar nu is het met 8 graden ook niet warm. De laatste die is gevlucht toen de sneeuw smolt, is vergeten de verwarming van de wachtkamer bij het stationsgebouw uit te zetten en zo lunchen we in een heerlijk warme kamer. Een eenzame bioloog en zijn assistant die in de bergen monsters hebben genomen vergezellen ons even later en we maken een koetjes-en-kalfjes-gesprekje over het weer en klimaat hier. Aangezien we zo vroeg in Noorwegen zijn (de zomer duurt hier van begin/midden juli tot midden augustus) is het hoogste gedeelte van de Rallarvegen, dat tot boven de 1300 meter komt, nog niet vrij van sneeuw.


 Precies op tijd arriveert de intercity uit Oslo, waarmee we aan de andere kan van de bergketen willen komen. De trein stopt op het teken van ons zwaaien. `Mogen we mee?' vraag ik de conducteur als hij op het perron stapt. `Nee', zegt hij, `deze trein neemt geen fietsen mee'. Met dat hij dat zegt, ziet hi onze fietsen en bepakking en fronsend beseft hij dat hij dit niet kan maken. Na overleg met de machinist mogen we toch mee en worden de fietsen in de achterste wagon geladen. Het eerste station waar we eruit kunnen is Hallingskeid, een tochtje van nog geen kwartier. Het kost ons een schrikbarende 400 kroon (+/- 50 euro). Na 13 minuten stopt de intercity in een sneeuwschacht. Hier is het blijkbaar en ja hoor, naast het spoor ligt in het halfdonker een houten perron. Als de intercity na een door ons veroorzaakte vertraging van 5 minuten doorrijdt, lopen we de  schacht uit en schrikken ons een hoedje. We staan op een steile berghelling midden tussen ruige witte bergtoppen, gehuld in mist. Het enige dat Hallingskeid voor lijkt te stellen is een karrenspoor zigzaggend tegen de berg op naar dit `station' en welgeteld 3 verlaten houten huisjes. Brrr, het is ijzig koud in deze omgeving van enkel rots en sneeuw en we trekken de regenpakken erbij aan. Hobbelend en klotsend rammelen we over het karrenspoor met grote keien naar beneden. De smeltende sneeuw zorgt voor grote en kleine stroompjes die op sommige plekken, al dan niet in de vorm van watervallen, hele stukken van de `weg' hebben weggeslagen, zodat we moeten afstappen om over de resterende grote keien te klauteren. Dit herhaalt zich meerdere keren, waarbij ik op een gegeven moment eerst mijn fiets over glibberige bergen leisteen moet duwen om daarna terug te lopen om de 35 kilo wegende kar erover te tillen.

 De tijd tikt weg en we komen geen sterveling tegen. Het meertje waarlangs het spoor loopt versmalt en verandert in een snelstromende rivier die in een kloof verdwijnt. En ons weggetje verdwijnt mee. Een bordje waarschuwt nog wel dat een railing ontbreekt, maar voor de rest moet je je maar zien te redden op het pad dat enkel nog uit grote stenen en rotsen bestaat en akelig steil langs de afgronden van de kloof loopt, waardoor het water zich bulderend en hevig schuimend in een woeste waterval naar beneden  stort. Waar zijn nu de gelukkige gezinnetjes op stadsfietsen die ik op de website van de Rallarvegen over weliswaar onverharde, maar verder keurige fietspaden vrolijk zag trappen? Hele stukken lopen we - fietsen is er niet meer bij - glibberend en glijdend over het natte pad, met de remmen ingeknepen. Via oude gammele houten bruggetjes steken we een paar keer de waterstroom over om aan de andere kant tegen de rotsen geklampt verder te klauteren. Na enkele kilometers gelopen te hebben, is er enige hoogte verloren en heeft de rivier zich weer getransformeerd tot een meertje. De kwaliteit van de weg blijft slecht en het is continu op- en afstappen, trekken en sjorren, remmen en duwen, glijden en schuren.

 Vlakbij Myrdal klimt het pad en nu moet ik zelfs de fiets op de rug nemen en 2 keer heen en weer lopen om de kar en losse tassen naar boven te hijsen. We komen net onder Myrdal uit, op zo'n 850 meter. Flåm ligt beneden in het dal, op +/- 0 meter aan de fjord. Naast een prachtige waterval die zich hier met meerdere stromen en sluiers van de bergwand afstort door het bos naar beneden, slingert een uit enkel rotsblokken bestaand paadje zich met 10 á 15% en vele haarspeldbocht door het bos naar beneden. Continu lijken de fietsen ons te ontglippen, de handen verkrampen van het remmen. De  omgeving is echt prachtig. Door het vele water is het bos prachtig groen en overall groeit rijkelijk mos. Het smeltwater uit de bergen heeft een heldere blauw/groene kleur en is ongelooflijk helder. Toch ben ik blij als het meeste daalwerk gedaan is en we eindelijk weer verhard kunnen rijden langs de rivier. Overal lijken watervallen zich naar beneden te sorten van de bergwanden die honderden meters boven dit smalle dal uittoornen. Watersluiers waaien door het dal en geven het geheel een sprookjesachtige sfeer. Pas om kwart voor negen zin we op de camping. In een recordtempo van een goed kwartier staat de tent en heb ik een maaltijd bereid. Na een snelle douche lopen we Flåm in, naar een bar waar we nog even de 2e helft van Portugal-Nederland kunnen zien. Helaas verliezen we, maar na deze mega enerverende dag zien we elkaar slechts als winnaars!


|