Utne - Flaktveit (Bergen)
Afstand: 125 km
Hoogste punt: 453 meter
Hoogtemeters: 1670
|
Hardangerfjord
 1028 mbar. Dat zie ik graag. Zoals ik gister al met grote koppen in elke krant zag staan `SOLA BLIR' - `de zon komt' - zal het de komende dagen mooi weer blijven. Met de 30e als datum vandaag heb ik de maand vol gemaakt van 31 tot en met 30 en van die 31 dagen zijn er slechts 5 verregend, was het 21 dagen topweer en warm en 5 dagen bewolkt, maar droog. Totaal geen reden om te klagen en zoals ik tot nu toe met mijn vakanties in Noorwegen heb ervaren, kan het hier fantastisch weer zijn. De eerste kilometers rijden we nog langs de Hardangerfjord, die mij in positieve zin verrast heeft, zo anders dan de Sognfjord qua landschap, flora en fauna en klimaat. We genieten van de grote en kleine baaitjes, terwil we over weg 550 slingeren, een smal weggetje dat de gehuchtjes langs het water met elkaar verbindt en voornamelijk tussen de kersenbomen loopt.
Langzaam neemt het weggetje enige afstand van de fjord en moeten we een landtong afsteken. Middels een paar stevige haarspeldbochten winnen we snel hoogte. Vanaf hier heb je een schitterend uitzicht over de fjord en we hebben er ook nog de mazzel van een strakblauwe lucht bij. Met het zweet op het voorhoofd klimmen we door een stukje dicht naaldbos naar de top van 280 meter. Over de rug van de landtong gaat het direct steil naar beneden. In één van de haarspeldbochten krijgen we een doorkijkje en een prachtig uitzicht over een meerte met daarachter een havendorpje dat iets lager ligt aan de fjord. De laatste dagen en weken wordt ons het ene na het andere landschap voorgeschoteld, met aardige, mooie en fantastische uitzichten en plaatjes. Ik zuig zoveel mogelijk in me op, maar zo langzamerhand is het knap lastig alles te onthouden.Wat een luxe probleem! In het dorpje dat we zagen liggen, Herand, haal ik bij één van de verschrikkelijk dure nærbutikken 2 banaantjes om de magen even koest te houden. De fruitgaarden houden hier op: de route gaat voornamelijk wat op en neer door een haast tropisch naaldbos langs de rotsige kustlijn. Vaker zien we nu ook rotsen die iets van de kustlijn boven het water uitsteken. Het waait hier harder. De lucht en het water ruiken duidelik zouten en we zien ook al zeewier liggen. Het blijft vreemd in een landschap waar de bergen om ons heen nog boven de 1000 meter uitreiken en er nog steeds sneeuw te zien is. Na een tunnel van een paar honderd meter komen we bij de bescheiden kade van Jondal, waar de veerpont vertrekt naar Tørviktbygd, het plaatsje aan de overkant. Een Noor weet me te vertellen dat het nog 3 kwartier duurt voordat de boot komt en dus nuttigen we alvast een lunch op een bankje bij de kade. De zijkanten van de boot zijn helaas te hoog om iets te kunnen zien. Met een kleine 20 minuten staan we op de noordoever. Het is nog geen 1 uur en we hoeven nog maar 18 kilometer, precies op schema dus!
 Na een paar kilometer moeten we echt afscheid nemen van de Hardangerfjord en rijden we Norheimsund in. Daan wil wel buiten wachten in de nu echt snikhete zon en ik loop de supermarket in voor koopjesjacht nummer 31. Voorzien van piepers, zuurkool en gehakt - na alle pasta en rijst hebben we zin in stampot - fietsen we de laatste 6 kilometer naar de camping… die er niet is. Geen bordje, niets, enkel weg 7 die omhoog gaat. Volgens ons campingboekje moet er ruim 10 kilometer verder een camping zin. Helaas ligt die op 460 meter hoogte en we zitten nu op 50. Weg 7 is zo dicht bij Bergen behoorlijk drukker. Daarnaast gaat de weg een kleine 5 kilometer achter elkaar met +/- 8% omhoog, verdeelt over 4 tunnels van bijna 1 kilometer. Met de hesjes en lampjes aan kruipen we langzaam omhoog, terwijl de auto's en bussen van 2 richtingen dichtbij langsrazen in de koude, donkere en water lekkende tunnels. Ik ken leukere weggetjes! Grote sof is het als de `camping' op de top enkel uit een wegrestaurant blijkt te bestaan, met een veldje ernaast waar je misschien je  camper voor een nacht neerzet, maar niet voor je lol gaat kamperen… zucht. De volgende camping van het boekje ligt 20 kilometer verder. Wel zitten we hoog en het meeste is inderdaad afdalen. We zoeven naar beneden door een groen dal, de ene tunnel flitsen we gauw door en de langere kunnen we dit keer goed ontwijken door de oude bergweg te nemen. De laatste tunnel voor de camping is lang en verboden voor fietsers. Onze omweg langs de Samnangerfjord is nog eens 5 kilometer extra. Na 82 kilometer is daar eindelijk de camping. Toch? Er staat wel een motel, maar van een vriendelijk meisje krijg ik te horen dat er niet gekampeerd kan worden. `Hoever is de volgende camping?' vraag ik. '25 minuten rijden', antwoordt ze. Ik wijs naar m'n fietskleding en denk alleen maar: `zie ik eruit alsof ik graag in deze ranzige kleding achter het stuur kruip?' Een snelle berekening later leert dat het nog 35 kilometer naar de camping is. Zucht, zucht… Het is gelukkig nog maar 5 uur. Naast het motel ligt een supermarket. Daan haalt nog een brood extra en aan de picknicktafel op de parkeerplaats eten we voor de derde keer brood. Aangezien we weer aan een fjord zitten, 0 meter dus, moeten we direct weer klimmen. Weg 7 is op dit stuk erg druk en met de stevige klim erbij en benen van lood is dit een mentale opsteker. 50 meter, 100, 150, 200, de weg gaat nog door naar 280 meter hoogte. Alles bij elkaar hebben we al een leuke bergpas gehad. Even na het bordje `Bergen Kommune' stort de weg zich zonder bochten omlaag en tippen we de 70  kilometer per uur. Hier komt weg 7 bij de E16, die wij niet mogen fietsen - uiteraard. We moeten de oude weg ridden die elke plooi van de bergen volgt, grenzend aan weer een nieuw fjord. Gelukkig blijft de weg een beetje op dezelfde hoogte. Al slingerend naderen we Bergen gestaa, onderweg passeren we nog een tiental kleine tunneltjes. De E16 neemt een tunnel van slechts 700 meter, maar die mogen wij niet volgen. Resultaat is dat we om de berg heen moeten fietsen, nog eens 5 kilometer extra. Aan de andere kant van de berg ligt Indre Arna, een grauwe voorplaats van Bergen, met vieze huizen, troep op straat en vervallen fabrieken. Arna ligt aan een inham van een fjord, waar we omheen mogen fietsen. Bergen ligt vervolgens aan de andere kant van een nieuwe berg, waar we - juist - ook omheen moeten fietsen. Na veel geslinger door bossen en langs wat watertjes, is daar, 15 kilometer voor Bergen en 125 kilometer vanaf de camping van vanmorgen, eindelijk een camping! Groot is onze  teleurstelling als blijkt dat deze door ons - inmiddels wel verguisd - boekje aangeprezen camping een grindbak vol campers is. We zullen het ermee moeten doen. Het is inmidels al half 9 geweest als we achteraan de camping op een klein grasveldje onze tent opzetten. Het was weer een etappe om aan de muur te hangen. De zuurkool smaakt er des te lekkerder door en na een lange douche - het kastje is kapot - vallen we rond half 1 als een blok in slaap.

Rustdag
Half 10! Voor het eerst deze vakantie kom ik pas na 8 uur de tent uit. Daan naast me heft zich ook nog een aantal keren omgedraaid. We lagen weer eens schuin en ik denk dat we elk wel 10 keer wakker zin geworden in opgevouwen houding onderin de tent. Wat zal ik vandaag eens doen? NIKS! De bankjes die de Duitsers gisteravond allemaal bezet hadden en niet afstonden, terwijl wij gesloopt aankwamen, zijn nu vrij. Na een uitgebreid ontbijt en wederom een lange douche - het regelkastje is nog steeds kapot - blijven we lekker zitten op het bankje in de zon. Ik gebruik de tijd om het verslag waar ik gisteravond na 12 uur geen zin meer in had bij te werken; Daan stort zich op een paar Sudoku-puzzels. Zonder het vroege opstaan en het inpak/fietsritme vliegen de uurtes voorbij. Er rest nog wel 1 verplichting: boodschappen doen. In de lichtste versnelling rijden we met onze lactaatbenen op z'n elfendertigst naar Flaktveit, een gehucht dat toch nog 6 kilometer van de camping ligt. De rest van de middag rusten we uit in de warmte van de zon. Groot voordeel van een rustdag is dat je niet of minder wordt geplaagd door het continu gezeur van je maag: HONGER. De aardappelschotel eten we daarom voor ons doen laat en ook nog eens een keer zonder schrokken. Ingrid sms't ondertussen dat ze morgen niet thuis is. Dat is jammer, want dan moeten we nog een nacht langer op deze camping staan. Ach, kunnen we morgen in elk geval wel zonder bagage Bergen in, dat is ook wat waard. En we kunnen nog een keertje uitslapen en hoeven wederom niet in te pakken, dat is goed bevallen!
|