Inverness - Invergarry
Afstand: 68 km
Hoogste punt: 140 meter
Hoogtemeters: 720
|
The Great Glenn & Glencoe - Loch Ness

 Blegh!… Het eerste dat ik zie met m'n duffe kop uit de tent zijn een stelletje overactieve scoutingfiguren die net het laatste ritsje van hun backpackersrugzak dichtdoen. Wat de lol van wandelen is, vraag ik me al af, maar waarom dat achterlijke vroege opstaan toch nodig is, begrijp ik helemaal niet. Na een rustig ontbijt en een poging om, zonder al teveel bacillen op te doen, gebruik te maken van het sanitair, dat compleet ranzig is van die hordes backpackers die het nodig vinden te zwemmen in een wastafel, zodat alles onder zit, rijden we Inverness uit. `Drive left, links fahren!' wordt ons andermaal door een matrixbord langs de weg ingeprent. De doorgaande weg naar Fort William loopt straks langs Loch Ness en is goed geasfalteerd en zonder al teveel klimmetjes. Op deze manier kunnen we lekker doorrijden en zwijgzaam zoeven we voort over het asfalt, starend naar het meer en de bergen in de verte, die in wolken zijn gehuld. De hemel is vol met diverse dreigende luchten. Regenen doet het gelukkig niet, maar er staat wel een forse wind en echt warm is het ook niet. Eén van de eerste parkeerplaatsen langs het meer is aangewezen als viewpoint, en de toeristen staan zich en masse te verdringen bij de waterkant voor een foto van een grijs meer, dat zonder de legende ongetwifeld  door hen voorbij geraced zou zijn op weg naar een interessantere bezienswaardigheid dan dit stuk grijs water van 38 kilometer. Op de fiets passeren we nog 20 parkeerhaventjes waarvan we bij een paar stoppen, maar die door de toeristenbus voorbij gejakkerd wordt, omdat 20 kilometer verder een speciale parkeerhaven is gereserveerd, waar een gearrangeerde doedelzakspeler op commando 20 deuntjes voor hen speelt en maar wat graag met toeristen op de foto wil. Zo kun je ook vakantie vieren en een land bezoeken. Een fijne vakantie zul je wellicht wel kunnen hebben als bustoerist, maar beweer niet dat je een land echt gezien en beleefd hebt. Pas bij thuiskomst zullen velen op een foto details zien die zij bij het nemen van de foto niet zagen. Op de fiets zie je de details wel beter. En ja, ook over de saaie stukjes, waar de weg enkel wat door het bos slingert, doe je op de fiets langer. Een leuk tijdsverdrijf is verkeerregelaar spelen.

 Het is druk op deze bochtige weg en de bescheiden beleefde Schotse automobilist en vrachtwagenchauffeur - uitzonderingen daargelaten - blijft telkens achter ons hangen als vanwege een bocht of heuvel niet te overzien is of inhalen veilig is. In m'n spiegeltje zie ik ze ruim van tevoren aankomen en omdat wij naast de linkerberm rijden en de Britse sturen rechts zitten, zien we vaak eerder of er verkeer van voren aankomt. Wanneer het vrij is, zwaaien we dat ze ons in kunnen halen en wanneer het niet kan, steken we waarschuwend onze armen uit. Het resulteert in tientallen begroetingen en claxon bedankjes. De ruïne van Drumnodrochit is een leuke afwisseling op de verder ietswat eentonige traject langs het kaarsrechte meer. Hoewel er dus veel parkeerhavens langs de weg zijn, bijna elke mile, ontbreken de door ons geliefde picknicktafels. Het grondzeil zit echter ook prima op een stukje gras langs de weg. Gisteren hebben we een potje sandwichspread gekocht en deze hartigheid smaakt heerlijk op brood, daar we enkel nog jam, chocoladepasta (of een surrogaat daarvan) en pindakaas gewend zijn. Met een appel en een banaan erbij zijn we goed bezig. Zittend langs de kant merken we pas hoe fris het eigenlijk is en het duurt niet lang voor de jacks en beenstukken  aangetrokken zijn. Na nog wat kilometers eindigt Loch Ness bij het plaatse Fort Augustus, waar via sluisjes het Caledonian Canal omhoog loopt en Loch Ness met de andere 2 lochs van de Great Glenn verbindt. Veel meer dan deze sluisjes, een paar huisjes en een toeristenkiosk stelt het dorp niet voor. Ik ben blij dat we gisteren nog zoveel extra lunchspullen hebben ingekocht, want het buurtsupertje biedt vrijwel geen keus en is zeer duur. Met Loch Ness achter ons is het nog maar een paar kilometer naar de camping, waarvoor we nog wel een kleine 100 hoogtemeters moeten maken. De aardige eigenaar verwelkomt ons en we mogen zelf een plekje uitzoeken op het kortgemaaide gras op de helling, met een prachtig uitzicht op de bergen in het noorden. De sfeervolle wolken rond de toppen die het plaatje compleet maakten, komen helaas iets te snel nabij. Net nadat de tent staat en we Daan z'n achter- en voorband omgewisseld hebben in verband met slijtage, begint het te druppelen. Ik ontvlucht het getik op het tentdoek en ren naar het sanitairgebouw dat volgens mij vroeger een stal was bij de boerderij waar deze camping bij hoort. Het douchehokje is gemaakt voor lilliputters: je kunt je er nauwelijks in omdraaien, stoot je hoofd aan de stang van zo'n  ranzig douchegordijn - ondingen, ze slaan altijd vies bruin/zwart uit en komen naar je toe zodra de kraan open gaat - en de douchekop komt net boven m'n schouder uit. Ontkleed, haast ik me een hoekig 20 pence muntje in het kastje buiten het douchehokje te gooien om terug naar binnen te vliegen. Het is weer zo'n apart geval waarbij je een ring moet draaien voor de hoeveelheid water en de warmte met regelen met een draaiknopje in die eerste ring. Behalve dat het 2 minuten van de 4,5 die ik heb, duurt voordat het water warm is, draait het warmteknopje met met de hoeveelheidsring, waardoor ik bijna gruwelijk verbrand. Gelukkig is het muntje op en wordt enkel het warme water uitgezet, zodat ik klappertandend van de koude schokgolf met blote billen m'n hokje uit kan springen om m'n tweede muntje in het kastje op de gang te gooien. Maar ach, het zijn juist deze ongemakjes die je doen beseffen wat een luxe thuis biedt en het hoor een beetje bij kamperen en op reis zijn. De opgebakken aardappeltjes, groenteschotel en stuk vis zijn behalve erg gezond, ook heel goed te eten. Schuilend in de tent voor de zwermen midges die buiten loeren - Daan werd tijdens het afwassen opgevreten - en de regen, vergrijpen we ons aan wat pinda's en chips bij de whisky. Met al dat fietsen doen we immers al gezond genoeg, toch?
|