The Pennines


Een kudde lammetjes verspert het smalle boeren weggetje naar Hexham. De boer drijft ze met een moderne squad voor zich uit, precies in onze richting. De beestjes zijn er paniekerig en als ze dan ook nog eens 2 vreemde vogels op een fiets zien, springen ze haast over elkaar. We helpen de boer de kudde langs ons heen te werken zodat we af kunnen dalen naar Hexham. In de afdaling glipt m'n voorwiel weg over fijn zand. De fiets maakt een scherpe slinger naar rechts. M'n voeten klikken bliksemsnel uit de pedalen en ik geef een ferme ruk aan het stuur, waardoor de fiets wonderbaarlijk nog net overeind blijft. De kar maakt zware zijslag door deze manoevre en kantelt bijna, maar het gaat allemaal net goed. Eindelijk een dorp dat iets weg heeft van de bewoonde wereld. En we vinden er een Tesco Extra! De beste supermarkt die ik ooit heb gezien. Groot, met brede gangpaden, overal bordjes waar alles ligt, vriendelijk personeel, ruime keuze, goedkoop en van bijna elk productsoort een eigen merk, 15 bemande kassa's en 24 uur per dag open. The Pennines zullen weinig inkoopmogelijkheden bieden en dus loop ik met de winkelwagen alle gangpaden af voor wat extra voorraad. Hoe we het voor elkaar krijgen weet ik niet, maar een half uur later hebben we 2 broden, pindakaas, jam, chocopasta, 2 pakjes ham, leverworst, muesli, melkpoeder, chocoladepoeder, aardappels, sla, komkommer, 2 tomaten, 2 toetjes, pasta, pastasaus, blikje maïs, blikje wortels, rijst, rijstsaus,
4 kant-en-klare maaltijden, 800 gram gehakt, 2 karbonades, kruiden, winegums, 2 rollen koekjes, 2 zakken chips met elk 10 zakjes, 2 zakjes pinda's, 1 liter limonade, 2 bananen en alles wat ik nu vergeet in onze reeds volle tassen en kar gepropt. Lood- en loodzwaar klimmen we Hexham uit en rijden westwaarts over de A69 die we in plaats van de kleinere B6318 hebben gekozen. Hierdoor missen we helaas wel de Hadrian Wall, maar we snijden een stuk af en ontwijken wat klimwerk. Met alle extra bagage en een klim naar 600 meter in het vooruitzicht en de warmte is dat geen gekke beslissing. Het is wel wat druk op de weg. Daan kan mooi op het smalle strookje asfalt naast de linkerlijn rijden, maar met m'n kar is het lastig om de blokjes die om de 10 meter op de lijn zijn geplakt te ontwijken. Na 10 minuten slingeren over de kantlijn, kunnen we een B-weg nemen om 10 kilometer extra af te snijden. Dat betekent dus wel klimmen. `Fietsen is niet leuk, fietsen is wel leuk, fietsen is niet leuk' spookt het door m'n hoofd terwijl ik zwetend in de bakkende zon met 6 kilometer per uur tegen de retesteile helling aan klauter. Ook Daan lijkt er op dit moment weinig zin in te hebben. Gelukkig kunnen we een stukje door het bos rijden; minder steil wordt het er niet van, maar in de schaduw is het een stuk minder onaangenaam. Volgens goed Brits gebruik donderen we na het hoogste punt de
heuvel af naar een riviertje, om aan de andere kant vrolijk aan de volgende klim te beginnen. Gauw houdt het bos op en rijden we over de flank van een heuvel in de volle zon: de lucht trilt en stijgt op boven het lange lint van asfalt - hier en daar smeltend - die tot aan de horizon omhoog lijkt te lopen. Voor ons doemen de Penninen op, bergen rond de 500, 600, 700 meter, voornamelijk verkavelde graasweiden en hooilanden. De weg maakt een bocht om de berg heen en stijgt vervolgens gestaag verder. De weg is tot zo'n 5 kilometer vooruit te zien en kruipend met een gangetje van 10 kilometer per uur is het mentaal even moeilijk om stevig door te blijven trappen. Bij elke pedaalslag lijkt de top verder weg te liggen en sltechts heel langzaam gaan de meters voorbij. De benen zitten al behoorlijk vol melkzuur en het zweet gutst me van het voorhoofd en armen af. Op 430 meter ligt de top, waarna de weg zich weer naar beneden stort naar een dorpje… Tegen m'n verwachtingen in hebben we rond 1 uur al 40 kilometer gefietst. De temperatuur loopt nog steeds op en op een picknickplaats onder de bomen naast het hoogste smalspoorstation van Engeland (mocht dat je interesseren) blijven we een uur in de schaduw zitten voor een uitgebreide lunch met muesli, brood met sandwichspread - die we ook vanmorgen hebben gekocht - en ander lekkers. De bergpas die we nog overmoeten ligt op zo'n 600 meter en is nog 14 kilometer rijden, gemiddeld 3%. De weg het dorp uit neemt alvast een flinke voorschot op de
hoogtemeters: met 20% stuiteren we over de kasseien, de mensen staren ons na en schudden hun hoofd. Het landschap blijft hetzelfde: veel kale bergen waar enkel gras groeit en schapen grazen. Doordat de landschappelijke afleiding ontbreekt, ben ik vooral bezig met water slurpen - god, wat heb ik een dorst - en staren naar de weg die langzaam onder mij doorglijdt. Daarbi passeren we behalve een aangereden, platgereden of soms uiteengescheurde konijnen - sinds Aberdeen al tientallen - ook steeds meer aangereden fazantachtige vogels. Boven het hoofd is het uitzicht beter: nog steeds een strakblauwe lucht. Een zwerm vogels doorklieft de hemel. Eén vogel demarreert uit het peloton en sprint vooruit, snel gevolgd door een groepe achtervolgens en het peloton dat laag over de bergflanken scheurt. Hoe zou het nu met de Tourrijders zin die net als wij een zware dag hebben? De Izoard, Lautaret en Alp d'Huez achter elkaar. Zou Boogerd nog een keertje kunnen stralen? Eerst maar eens zijn dat wij de top halen. In de verte is de weg te zien: een lint dat ongestoord rechtdoor omhoog gaat en over de heuvelrug verdwijnt. Met een gemiddelde van net geen 16 kilometer per uur kunnen we niet tippen aan de
Raborenners, maar met een totaalgewicht van 130 kilo, inclusief 65 kilo lichaam, doe ik het absoluut niet slecht. De afdaling is niet spectaculair: net zoals de klim ongeveer 3%. Relaxed pedalerend leggen we de laatste 20 kilometer naar Middleton-in-Teesdale af. De camping is totaal verlaten en ook bij de receptie is geen leven. We ploffen neer op een stukje gras tussen de stacaravans en wisselen, behalve wat gezucht van `tering, dat was zwaar' net zoals bij het fietsen geen woord. Na een half uurtje komt Sjoerd min of meer fris en fruitig aangeknord: hij heeft onderweg nog 1,5 uur in een meertje liggen poedelen. Tsja… Met nog wat drinken en koekjes komt de energie langzaam terug om de tent op te zetten, te koken en de rest van het inmiddels routineprogramma af te draaien. Met een hot chocolat (tering, het is dik over de dertig graden geweest vandaag) en een dozijn grappen en ouwehoeren is de zware dag gauw vergeten. De zon verdwijnt achter de horizon en laat ons achter in het donker op de verlaten camping… Wil ik al weten wat zij ons morgen brengen zal?
