
Lactaat! Niets zo heerlijk als een stevige warming-up: direct van de camping af 15% omhoog. Aan de benen is goed te voelen dat de kilometers, maar met name de hoogtemeters aan beginnen te tikken. Vandaag is gelukkig de laatste etappe met noemenswaardig hoogteverschil. Voordeel is zeker dat we vroeg zijn opgestaan en in de koelte van de ochten wat kilometers kunnen wegtrapen. De enige mensen die we zien zijn een paar boeren die met de trekker de gdroogde hoogbalen binnen halen. “SLOW” gaat het zeker. Na die paar dagen in Groot-Brittannië heb ik al wel geleerd dat je nooit moet denken er al te zijn. Na elke bocht kan er een nieuw klimmetjes - nou ja, -
tje: het is vaak 10, 15 of 20% - liggen of zoals nu: een felle afdaling met 2 linker bochten en 10 knipgaten naar een beekje de je klimwerk van de laatste 10 minuten teniet doet, met vervolgens een volgende felle klim. “SLOW”, ja langzamer kan ik echt niet. Achter de klim liggen trapsgewijs nog een aantal stukjes klimwerk. Telkens lijkt het alsof we de top van dit kale berglandschap hebben bereikt, met enkel door de zon gebruinde grasvelden, maar iedere keer blijkt de volgende heuvel nét iets hoger te liggen. Dat er 200 meter naast ons een watertje geleidelijk omhoog loopt - ideaal om een weg langs te leggen - hebben de Engels, overigens overal in Groot-Brittannië, over het hoofd gezien. Net zoals ze er evenmin bij stil hebben gestaan bruggen en haarspeldbochten te gebruiken.

De top ligt op net geen 500 meter. Enkel een paar `lambs' zien ons hevig zwetend boven komen. Ze blaten net zoals in die tekenfilm van Lambert, maar hoezeer ik ook nedenk, ik weet mijn god niet meer hoe dat verhaal ging. Iets met een wolf. Ho, opletten geblazen: de weg valt met zeker 10% tussen de stenen muurtjes omlaag. Bij 65 kilometer per uur haal ik Daan in. Wat een knake asfalt! Over bruine stukjes. Wat even, dat is geen asfalt, bedenk ik me nog net voordat 1 milliseconde later een spletsend geluid klinkt en de verse koeienvlaai compleet uiteen spat op m'n spatborden, schoenen, benen, de gehel voor- en onderkant van de kar en over Daan, die gelukkig voor hem net ver genoeg van me afrijdt om niet helemaal onder de derrie te zitten. Voor ons jaagt een groepje mensen een kudde koeien over de weg. De beesten poepen onophoudelijk en de weg is bezaaid met riekende vlaaien. Lachend maken we zoveel mogelijk schoon met wat zakdoekjes en water. Iets langzamer dalen we af naar het dal. Héhé, even niet op en neer. Helaas kunnen we niet lang de grotere A685 volgen en voor we het weten zwoegen we, inmiddels met een hele zon brandend op onze blonde lokken, weer tussen de stenen muurtjes door, heuvel op, heuvel af, terwijl iets beneden en naast ons kalm en rustig een klein beekje zich geleidelijk door het graslandschap baant. Het landschap lijkt zoveel op elkaar en is, ook vanwege onze geringe snelheid, zo weinig afwisseld - of zag ik daar plots een groepje distels in het gras? - dat elke bocht, elke heuvel op elkaar lijkt. Het dal versmalt zich en in de verte zie ik de weg vrolijk over de laatste bobbels hoppen om daarna

op de top van de berg over de rand te verdwijnen. 360 meter, cd nummer 2. M'n voorhoofd is 1 zoutkorst en de 1,5 liter water is vrijwel op. Langs de weg staat een eenzame `Inn' waar een nog eenzamere barman, gedekt door wel 40 soorten whisky's met alle genoegen onze bidons wil vullen. Ondanks de hoge moeilijkheidsgraad, hebben we rond enen al bijna 60 kilometer afgelegd en in de schaduw op het gras tegenover de basisschool van Hawes ploffen we neer voor de lunch en een siësta om de hoogste temperaturen van de dag - met 32 graden zéér on-Engels - te ontwijken. De school is nog open en het is grappig te zien dat alle kinderen uniformen dragen, elke klas een andere kleur. De weg zuidwaarts volgt een stroompje zowaar dat aan de andere kant van de heuvel ligt. Er kan makkelijk een weg om de heuvel gelegd worden, maar nee, het gaat er steil overheen. We herhalen het patroon van klimmen, stukje dalen, nog steiler klimmen, klein stukje dalen, wéér klimmen, routinematig en tot in den treure en proberen niet teveel te mopperen als na de bocht wéér zo'n kreng ligt. We zijn wel helemaal gaar als we op top nummer 3, 400 zoveel meter staan. Hoewel er in de afdaling nog wat klimmetjes zitten, probeeer ik wat meer van deze aparte desolate omgeving te genieten. Slechts

twee rotsige bergtoppen prijken als oude wijzen boven de omgeving uit, dat voor de rest gecultiveerd is en in de loop der eeuwen door de mens ontdaan van bos, verkaveld met duizenden kilometers stenen muurtjes en voorzien van honderden schapen. Het laatste stuk kunnen we ons ontworstelen van de Penninen. Enkel een laatste 14% klim zit ons nog even dwars voor de camping. Nat van het zweet ploffen we neer in het gras en staren wat voor ons uit. Na 20 minuten komt Soren aangeknord, hoogst verbaasd dat wij er al om 4 uur zijn, met 90 kilometer in de benen. De rest van de middag luieren we in de warme zon. Zodra hij onder is, koelt het rap af en met de stevige wind erbij, is het nog best fris. Ik vind het best lekker en zo kan de riekende fietskleding ook even luchten. Morgen nog een paar laatste tuiptrekkingen van de Penninen en dan zitten we in York. Met als beloning een rustdag!