Apeldoorn - Werlte
Afstand: 168 km
Hoogste punt: 64 meter
Hoogtemeters: 280
|
naar Denemarken
 Wat een dag… In je eentje fietsen is toch anders dan ik had gedacht. Je zou denken dat wanneer je met meer bent, je je aan elkaar kunt optrekken als je er doorheen zit. Vandaag had ik aardig wat dipjes, maar, mede door de adrenaline van een eerste dag op reis, pushte ik mijzelf tot het uiterste.
De nacht is kort, maar gelukkig word ik even voor de wekker van half zeven wakker: ik haat die dingen. De afgelopen weken heb ik alles tot in de laatste details voorbereid - misschien wel te veel, want ik word er zelf gek van - en dus rest mij alleen de fietskleren aan te trekken en de fiets uit de schuur te halen: de fietskar en fietstassen zijn al helemaal ingepakt. Een belachelijke dertig kilo, ik schrok er zelf van, maar op deze reis die qua lengte en (weers) omstandigheden het meest zal afwijken van m'n voorgaande reizen, wil ik geen concessies doen en kies voor meer (maar geen overbodige) luxe. Oom Ruud en vriend Sjoerd Smit rijden mee tot aan Deventer. Zo is het saaie stuk langs Twello en Teuge wat aangenamer. Na de brug over de IJssel schudden we elkaar de hand. Sjoerd zal ik pas weer in Schotland tegenkomen, over een flink aantal weken, wanneer hij ons met de Puch tegemoet rijdt. De kaarsrechte  N344 gaat dwars door de weilanden: het spoor naar Enschede vergezelt me een tijdje. Enige onderbreking van dit weilanden trekken tot aan de horizon vormt een stukje bos en een paar uitlopers (als je dit al mag noemen) van de Holterberg. Met alle baggage kom ik er overigens niet snel tegenop. Vanwege wat wegopbrekingen en moeilijk aangegeven fietsroutes bereik ik de grens, een kleine weg door het bos even ten noorden van Almelo, wat later dan gedacht, maar toch nog voor de middag. En ach, het is toch ook vakantie? Het is heerlijk om in het buitenland te zijn: andere nummerplaten, plaatsnamen, asfalt en omgeving. Het vakantiegevoel heeft me te pakken en met een toeterende aanmoediging van een schone dame achter het stuur, voel ik me helemaal in m'n nopjes. Na een paar klimmetjes (hoger dan 65 meter wordt het niet) vlakt het landschap af en is het ouderwets weilanden trekken. Of eigenlijk: akkers en landbouwpercelen. En zo ineens staat daar een ja-knikker.
Een bordje bij de picknickplaats nabij het plaatsje Alte Picardi (niet meer dan een paar huizen bij een kruizing) vertelt dan hier vroeger wel 500 man werkte om het kostbare goedje omhoog te krijgen. Het spul zal wel bijna op zijn, want het is hier behoorlijk verlaten. Tijdens de lunch staat het kippenvel me op de armen: het regent niet, maar de lucht is grijs en er staat een stevige gure noordwesten wind. Windmolens staan er dan ook genoeg en ze vertellen me dat ik de wind van opzij en iets van voren heb. Ik voel het. Nu er enkel kaarsrechte wegen door dit saaie landschap lopen, zorgen verveling (nu al?), de wind en het aantal kilometers (inmiddels 125) voor een vervelend gevoel in benen en maag. Een muziekje helpt me er een uurtje doorheen en dan is daar Meppen al. De fietspaden liggen op de stoep. Behalve dat de klinkertjes vaak behoorlijk verzakt zijn, is het bij elke zijweg stoepje op, stoepje af. Maar de kar volgt gedwee. De laatste 40 kilometer zijn zwaar: pap in de benen en een naderende hongerklap. Ik stop een paar keer voor vijf minuutjes om even te rusten, wat te drinken en eten en een fotootje te klikken. Ondanks dat Denemarken nog ver weg ligt en het landschap tot die tijd niet prikkelend zal zijn, is het zeker een mentale uitdaging om me er doorheen te slaan: reden waarom ik de camping in Meppen links (of eigenlijk rechts) liet liggen. In Werlte vind ik zowaar een supermarkt - in de minidorpjes onderweg waren vaak enkel een gesloten bakker, slager en drogisterij. De camping is nog maar één kilometer weg: niet duur en hartstikke netjes. Met de babi pangang in de maag kijk ik met een voldaan gevoel terug op een eerste dag. Op naar Denemarken! Ik heb er zin in…

|