Bad Bramstedt - Maribo (DK)
Afstand: 165 km
Hoogste punt: 60 meter
Hoogtemeters: 640
|
naar Denemarken
 
 Het regent. Niet hard, maar toch. Juist die zachtjes miezerende buien kunnen vervelend lang aanhouden. Het is geen prettig geluid van een tent. Misschien werkt het slaapverwekkend, want dit is mijn eerste goede nacht slap. Half zeven schrik ik wakker van de wekker. Koud! Met hangen en wurgen lukt het me precies om 8 uur alles ingepakt te hebben. Pa zei gisteravond aan de telefoon dat mocht ik Puttgarden halen, ik misschien ook gelijk de boot kan pakken. Het idée blijft door m'n hoofd spoken: ik wil vanavond in Denemarken slapen! Een scheut pijn door m'n knie maakt me wakker. De zwelling is nog niet gezakt en alleen buigen doet al pijn. Ik trap volledig met m'n linkerbeen, maar dat is ook niet ideaal. We zien wel hoever we komen. Zoals oma gisteren voorspelde via de telefoon, verandert het landschap snel. Nog steeds veel hooilanden, maar nu ook meer velden vol gele bloemetjes en meer bos. Het hele platte is er ook af en het landschap begint behoorlijk te glooien. De wegen zijn hier beter en verkeer schaars en zoevend over het gladde wegdek scheur ik voort door de velden. M'n knie vergeet ik even en ik waan me niet in Duitsland. Ik voel me telkens schuldig als ik van tijd tot tijd constateer dat ik niet weet hoe de laatste 1, 2 of 5 kilometer eruit zagen. Ik zet het maar van me af, ik kan immers geen 4000 kilometer gaan onthouden. Jammer alleen dat het zonnetje niet schijnt. De lucht zit potdicht en behalve tegen de paar spetters heb ik m'n jack ook nodig tegen de kou: warmer dan 12 graden  zal het niet zijn. Puttgarden kan me niet snel genoeg dichterbij komen. In de omgeving van het dorp Plön liggen een aantal meertjes. Waar water is, zijn Duitse toeristen. Zelfs - of misschien júíst wel - in eigen land. Het wordt drukker op de weg. In dit drukkere gebied is het eenvoudig een supermarkt te vinden langs de weg. Met Pinksteren voor de deur heb ik die zeker nodig. Dus koppel ik de kar los, maak hem met m'n slot vast aan de fiets, stop de voortassen en stuurtas in een winkelwagentje en loop de Aldi binnen. Alsof ik in de Aldi aan de Koninginnelaan ben: hoe homogeen kan een supermarktformule zijn! Ik heb nog een zak vol kant en klare rijstgerechten in de kar liggen en dus snaai ik voor 3 dagen kip mee, plus een blikje bonen, drinken en wat lekkers. Het dorp Plön ligt midden tussen 3 meertjes en om er de weg te vinden met de fiets is niet makkelijk. Na 3 keer verkeerd rijden (fietsers mogen hier blijkbaar alleen op de stoep), vind ik de grote weg naar Puttgarden. Gassen! Het is een mooie brede en vlakke weg door de bossen en ik zet er de sokken in. Vlak voor de brug naar het eiland Fehmarn moet ik eraf en draai nog wat tussen de landerijen door. De brug is eigenlijk een semisnelweg en op een vluchtstrookje van twee meter mogen er ook fietsers rijden. Of ze zijn vergeten er een verbodsbord neer te zetten. Ik ben blij dat ik aan de overkant deze racebaan kan verlaten.
Inmiddels begint het weer te druppelen en gaat de koude westenwind nog een standje hoger. Het is nog maar een paar kilometer naar de terminal en als ik mij meld bij de slagbomen, mag ik vooraan aansluiten (of voorkruipen) bij rij 1 en nog geen kwartier later  mag ik als eerste het lege ruim infietsen. Prachtig om als nietige fietser voor al die rijen wachtende auto's zo'n schip op te rijden. Het is al 5 uur en met 140 kilometer in de benen begint m'n maag te knorren. Ik dump daarom wat overtollig geworden euro's en geniet van een bord vis met patat, schoon op in 5 minuten. Ik ben al aardig gewend aan de kou buiten, want binnen krijg ik een rood hoofd en heb het bloedheet. Het is maar een kort tochtje naar Denemarken en na een goed half uur mag ik (weer als eerste) de boot afrijden. Denemarken! Een gevoel van euforie maakt zich van mij meester en geeft me nieuwe energie. De resterende 25 kilometer naar de camping lijken niets voor te stellen. Goed trouwens dat de boodschappen al binnen zijn, want de dorpjes zijn hier donker en stil. De camping is dat zeker niet. Heel Denemarken trekt er met Pinksteren blijkbaar op uit, want het staat vol met caravans en als ik naar het trekkersveldje rijd, kringelt er vanaf tientallen plekken barbequerook omhoog. Aan het gelal te horen, wordt er ook goed øl geschonken. Er staat een Nederlands stelletje naast me, ook op de fiets. Ze willen maar liefst een jaar rondtrekken. Na het eten kletsen we onder het genot van een kopje thee over fietsvakanties. De lucht is helemaal opengetrokken en na het ondergaan van de zon wordt het heel snel heel koud.
|