Bad Bederkesa - Bad Bramstedt
Afstand: 97 km
Hoogste punt: 31 meter
Hoogtemeters: 270
|
naar Denemarken
 
 Half 4. Het is licht. Het is ook koud, steenkoud. Hoge nood drijft me uit de tent. Mist of dauw, de hele camping is erin gehuld. Het heeft iets spookachtigs, die dikke witte waas boven het gras. Wat wil je met al dat vocht dat gisteren is gevallen. Het is nu gelukkig wel strakblauw en vrijwel windstil. Ik vervloekte de wind gister toen deze in de striemende regen plots vanuit het westen (half in de rug) naar het noorden (pal van voren) draaide. De depressie die een `mooie' krul vormde over de Noordzee naar het zuiden, weglopend naar het oosten, werd weggedreven door het langaangekondigde hogedrukgebied vanuit het zuidwesten, waardoor ik het westelijk front van heftige stortbuien en een strakke koude noordenwind over me heen kreeg. `Waarom kon dat niet `s nachts gebeuren?' vraag ik me nu af. Je kunt niet alles hebben en het is nu mooi weer. Au! Een pijnscheut door m'n knie. Ik loop zo stijf als een hark en m'n knieschijf is rood en opgezwollen. Een combinatie van overbelasting, kou en vocht. Bij het hurken schreeuw ik het uit van de pijn: dit gaat zo niet. Alle spullen in de kar gepropt, haal ik de bestelde broodjes af bij de receptie en vraag de man naar een pijnstiller. Die heeft hij niet, maar dichtbij moet een apotheek zitten. `Immer gerade aus' Jaja… Maar inderdaad. Nadat ik de vrouw achter de balie beloofd heb niet meer dan één pil per 4 uur in te nemen en het rustig aan te doen, krijg ik een doosje pijnstillers mee. Na een kwartier werkt het al. Alleen met links trappend (het rechterbeen op het achterspatbord houden werkt niet) duik ik de weilanden in. Hooi lijkt het sleutelwoord. Overal rijden trekkers rond en  maaien het hoge gras om het tegelijkertijd te drogen te leggen. En inderdaad, ik fiets zonder mouwen en heb het niet koud! Rustig pedelerend - ik ben een beetje bang van die knie - zoes ik weg onder het geluid van 4 rollende bandjes over het asfalt. Zoals al eerder bleek, lijkt voor mij de derde dag het omslagpunt te zijn. De stress, alledaagse huiselijke gedachten zakken langzaam weg in het niets. Een paar keer betrap ik mezelf erop helemaal niets te denken. Het punt waarvan ik met één dag thuis zou kunnen zijn is voorbij en ik richt m'n blik op de horizon. Duitsland is niet mijn vakantieland - een dag als gister draagt daaraan bij - maar in de zonnestralen komt langzaam het vakantiegevoel weer boven. De koeien lijken net zo suf als ik en staren me langzaam na. Van tijd tot tijd stop ik om een foto te maken. Na een dozijn lange wegen trekken, vertroebelt het afgelegde traject tot een lang recht stuk fietspad langs een weiland. Afleiding krijg ik als de GPS me fout stuurt (of misschien lag ik te slapen waardoor ik de afslag miste) en ik een pont, nee brug, nee iets daar tussenin moet nemen over een plomp. Aan beide oevers is een grote stellage gebouwd van staal. Op +/- 25 meter hoogte worden deze verbonden door stalen draagbalken die het water overbruggen. Aan deze balken hangt 20 meter lager een klein stukje brug bestaande uit 10 meter asfalt, dat heen en weer pendelt. Kosten voor mij: 2 euro.
Met het windje in de rug sta ik net na 12 uur aan de oever van de Elbe. Een lange rij auto's wacht op de volgende pont. Haha. Ik rijd ze lekker voorbij en mag als eerste de boot op. Een containerschip vaart voorbij, op weg naar Hamburg waar ik vaag een skyline van schoorstenen, kranen en hoogspanningsmasten kan ontdekken. Daar ga ik mooi niet heen! De maag knort en ik zoek een bankje met tafel. Die laat nog ruim 20 kilometer op zich wachten, maar met deze wind is dat geen probleem en de gedachte dat Denemarken snel dichtbij komt, stemt me vrolijk. Door de tientallen windmolens aan de horizon, zou je haast geloven dat de grens maar een paar kilometer ver is. De tweede pijnstiller (5 uur na de vorige ingenomen) maakt m'n knie bijna gevoelloos en ik moet oppassen niet te hard te fietsen. Het plan om nog 80 kilometer door te fietsen laat ik varen en buig af naar een camping eerder. Als even later op een klein klimmend onverhard paadje door een stukje bos m'n knie weer van zich laat horen, weet ik dat dit de enige optie was. Bad Bramstedt blinkt uit boven alle andere gepasseerde dorpjes: het bestaat niet enkel uit boerderijen en landbouwmachines, maar heeft zelfs een paar woonwijken en een supermarkt! De camping ligt aan de rand van het stadje. Het is eigenlijk een echtpaar dat een grote achtertuin met gras heeft, ingeklemd tussen een paar drukke straten. `Sind Sie Holländer?' vraagt de man mij. `Ja' `Dan habe ich eind mooi plekje', zegt hij. De vriendelijke campingbeheerder kan wat woordjes Nederlands en kan het niet nalaten elke 5 minuten langs te lopen en te zeggen wat voor een `mooi plekje' ik wel heb. Dat is het ook, met het sanitairgebouw naast de tent en een picknicktafel erbij. Ondanks dat ik toch nog een kleine 100 kilometer heb gefietst, is het nog maar half vijf. Na de douche hang ik alles eens lekker te drogen. De aardappelbonenschotel smaakt goed en met slechts een driekwart-broek en hempje zak ik onderuit op de picknicktafel en geef m'n knie en ogen onder een heerlijk warm zonnetje wat rust. M'n gedachten dwalen af naar Denemarken en Zweden. Wat daarna komt lijkt nog eeuwen weg. Nog wel…

|