Køge - Helsingør
Afstand: 96 km
Hoogste punt: 20 meter
Hoogtemeters: 280
|
Denemarken

7 uur word ik wakker van het verkeer op de grote weg langs de camping. `hhhuhhhh, hhhhhuhhh, hhhhuhhh' Ik blaas wat voor me uit. Wat krijgen we nu?! M'n adem is niet meer te zien en met de zon op het tentje is het zowaar al lekker. Fluitend kleed ik me om en pak de spullen in. De behendigheid sluipt er al in. Het feit dat ik vandaag naar Kopenhagen ga en Zweden zal kunnen zien, stemt me vrolijk. Ik kan soms van hele eenvoudige dingen vrolijk (of chagrijnig) worden. Met 2 afslagen zit ik weer op de Københavnvei. Immer gerade aus zullen we maar zeggen. De weg loopt parallel  aan de Oostzee die telkens nog geen 500 meter weg is. Door bebouwing en bomen vang ik slechts een paar keer een glimp op van het water. Al snel doorkruist de weg een aantal voorstadjes van de agglomeratie Kopenhagen of StorKøbenhavn, zoals de Denen het zelf noemen. Dat betekent vooral weinig natuur. Wel veel reclameborden, autodealers (soms wel 5 naast elkaar), afval op straat en veel verkeerslichten die eerst op oranje gaan en dan op groen. Dat zou in haastig Nederland niet werken, de meeste Nederlanders geven dan vol gas voor het licht groen is, zoals ze nu al doen als het licht bijna rood is. Aan de zuidkant van Kopenhagen liggen een aantal oude havens. De wijken bestaan nog vrijwel allemaal uit kleine arbeiderswoningen. De schoorsteen rookt (letterlijk) niet meer: ik passeer een aantal vervallen fabrieken en de spoorrails die over de weg lopen zijn nagenoeg allemaal dichtgeteerd. De overgang is dan ook groot als ik na deze grauwe wijken het central station voorbij rijd en plots in een kleurrijk centrum kom, dat bruist van de mensen.

De stad straalt geschiedenis uit en overal waar ik kijk zie ik prachtige paleizen, protserige (in positieve zin) oude handelshuizen, pleinen, fonteinen en volle terrasjes. Op goed geluk sla ik zomaar een paar wegen in en stop herhaaldelijk om eens rustig om me heen te kijken en alles in me op te nemen. Het is een aparte sfeer in de stad. Met alle volle terrasjes, historische bebouwing en smalle eenrichtingsweggetjes zou je je haast in een Italiaanse stad wanen. Na een kort bezoek aan het paleis en de oude handelskade, verlaat ik het centrum en voeg mij tussen de met Japanners en Chinezen volgepropte bussen. We rijden allemaal dezelfde kant op: de Kleine Zeemeermin. Het beeldje interesseert me eigenlijk niet zoveel, noch waarom het er staat: ter ere van Hans Christian Andersen? Maar ik heb het nu zo vaak op televisie en foto's gezien dat ik er graag zelf ook even langs wil. En wat is een bezoek aan Kopenhagen zonder dit verplichte nummer? Het is een grappig gezicht te zien hoe alle Japanners zich verdringen voor het beeldje. Het is erg lekker weer en dus neem ik één van de bankjes in voor een uitgebreide lunch.
 Ik had eigenlijk niet verwacht dat Kopenhagen me zo goed zou bevallen. Aan de horizon vormt zich een megacluster (die term verzin ik nu zelf) waaruit aan de sluiers te zien grote hoeveelheden water valt. De wind staat in m'n richting, dus pak de biezen: misschien kan ik nog net langs de bui fietsen. De strandvej is het verlengde van de Københavnvei en leidt rechtstreeks de stad uit. Onderweg maak ik nog een klein rondje extra om het stadion van F.C. København op de foto te zetten. Daar vroeg Daan mij gisteren via de telefoon nog naar. Dat wordt nog wat straks in Glasgow. Tussen de huizen door probeer ik continu te gluren of daar Zweden al te zien is. Pas 20 kilometer voor Helsingør houdt de dichte bebouwing op en in die tijd krijg ik toch nog een buitje op m'n dak. Het klaar echter al snel weer op en zoevend langs de waterkant droom ik weg naar de avonturen straks in Zweden en Noorwegen. Opeens kom ik erachter dat ik al 10 minuten naar de Zweedse overkant zit te staren! Veel schoons biedt dat uitzicht overigens nog niet: voornamelijk havens, industrie en bebouwing. Maar daarachter moeten duizenden bossen en meren liggen. Om 4 uur check ik in op de camping. Ik puf even uit op een picknicktafel in de zon. Nu pas kom ik erachter hoe warm het eigenlijk is. Jeetje: m'n gezicht en armen zijn nog roder dan gisteren. Na een douchebeurt sukkel ik wat over het strandje voor de camping en staar enige tijd naar het water en Zweden. Ik vermaak me op deze manier goed in m'n eentje. Natuurlijk is het wel zo dat er elke dag contact is met het thuisfront (lang leve de moderne technologie?) maar ik heb me nog geen moment verveeld. Starend naar het water vraag ik me af hoe ik het zou rooien op een onbewoond eiland. Ik durf geen conclusie te trekken. Waarschijnlijk zou ik me fysiek wel redden, maar tenonder gaan aan m'n eigen mijmeringen en gedachtenkronkels. De maag knort…alweer. M'n bioklok heeft zich perfect aangepast aan het ritme van slapen, eten, fietsen, eten, slapen. Na een iets te groot bord rijst (een Knor Wereldgerecht in je eentje is net teveel) en een halve liter yoghurt (ik heb al drie dagen geen toetje gehad) val ik tijdens het uitbuiken in slaap, ondanks de luidbrallende Deense buren die het ene blikje bier na het andere opentrekken (wat dat betreft klopt het vooroordeel over Denen behoorlijk)
|